Wie wordt er beter van vrijwilligerswerk in het buitenland? 

Tussen december 2013 en maart 2014 was Niko Winkel in Arusha, Tanzania, om mee te werken aan een microfinancieringsproject. Het was zijn doel een ‘life changing event’ te beleven. En dat is hem gelukt. Hij heeft een prachtige tijd gehad en op de toppen van zijn zinnen geleefd. Tijdens en na deze ervaring heeft hij echter ook een persoonlijke visie ontwikkeld op de wereld van het georganiseerde vrijwilligerswerk.  

Het is oktober 2013. Het project waar ik voor aan het werk ben als rijksambtenaar komt vrij plotseling, als gevolg van strategische beleidswijzigingen, tot een einde. Al jaren borrelt in mij de behoefte om de wereld eens heel anders te kunnen bekijken; even een totaal andere bril opzetten. En andersom: niet alleen een andere wereld, maar ook een andere ‘ik’: een ander leven. Voor even dan. Dit is een goed moment!


Er is een praktische en populaire oplossing hiervoor: vrijwilligerswerk. Vooraf had ik ’t niet eens zo in de gaten, maar achteraf is het glashelder: vrijwilligerswerk is een uitgelezen kans hiervoor, want vrijwilligerswerk bestaat in de praktijk ook veel meer voor de vrijwilliger zélf, dan dat de vrijwilliger een profiel heeft als een ‘middel’ om iets te bereiken of verbeteren ten behoeve van een ‘doel’ dat veel belangrijker is. En zo zijn mijn ervaringen, de afgelopen winter in Tanzania, enerzijds het perfecte antwoord geweest op mijn initiële behoefte en vormen ze tegelijkertijd een verhaal waar, om het maar even grof uit te drukken, de honden geen brood van lusten. Daarover gaat dit verhaal.

Op zoek

De relatie tussen vrijwilligerswerk gaan doen in de derde wereld en de inrichting van een ‘gapyear’ is de laatste jaren steeds directer geworden. De gemiddelde leeftijd van de vrijwilliger is extreem verlaagd. Waar vroeger vooral vanuit expertise en levenservaring zo’n avontuur werd gezocht, is het tegenwoordig in 90% van de gevallen een alternatief voor de backpack-wereldreis voordat je naar HBO of universiteit gaat.


Ik, vijftigjarige, zocht internet op om zelf te onderzoeken, wat voor mij een goed project op een interessante plek zou kunnen zijn. Met de voor de hand liggende zoektermen kwam ik telkens terecht bij Projects Abroad, een internationale organisatie die vrijwilligers naar zo’n 30 landen zendt. Het bedrijf heeft zijn hoofdkantoor in Londen, maar er is ook een Nederlands kantoor in Dordrecht, waar enthousiaste jonge mensen werken. Op de website allemaal vrolijke foto’s van blonde meiden en lachende zwarte koppies voor met golfplaten bedekte schoolgebouwtjes en zo.
Voor mij, met meer dan 25 jaar professionele werkervaring, is er specifieker emplooi: Projects Abroad PRO.
“Net als de reguliere vrijwilligersprojecten, zijn de PRO-projecten onderverdeeld in categorieën zodat je makkelijk een project kunt vinden dat bij jou past. Kom je er niet helemaal uit of vind je niet iets dat direct bij jouw kennis en vaardigheden aansluit, neem gerust contact met ons op. We bespreken graag jouw CV en mogelijkheden samen met onze collega’s in de bestemmingen van jouw voorkeur.

Dat maakte me blij. Ik had heus veel zin in het perspectief op plezier en avontuur, maar de primaire focus was toch: hard werken aan een project, waar een beroep gedaan wordt op het feit dat ik de nodige levens- en professionele ervaring heb.
Een voorlichtingsdag in Utrecht, eind oktober, zaaide nog enige twijfel: het blijkt wel héél erg te gaan om jonge meiden voor wie het‘life changing event’ alleen om hen zelf gaat en niet om de kindertjes in het weeshuis. Een moeder van een mogelijk aanstaande vrijwilligster stelde na de spreekbeurt-achtige presentatie van een jongedame, net terug uit Malawi, de vraag: “Maar heb je nu ook het gevoel, dat je echt ergens een bijdrage aan hebt geleverd?”. De jongedame viel stil. Op zo’n vraag was ze niet voorbereid. Dat de kinderen schattig waren, dat het gastgezin superwarm en –lief was, dat ze echt zelf olifanten en leeuwen gezien had en dat het ook zo gezellig was met heel veel andere vrijwilligers, daarop was haar hele presentatie gefocust.
Maar goed: bij deze voorlichtingsdag was ik ook een uitzondering. Zo’n dag was meer voor de jonge mensen en hun papa’s en mama’s, die ook wel willen weten waar hun kinderen naartoe zullen gaan. Ik heb Projects Abroad PRO. Dat zal toch wel anders zijn. En ik moet toch snel kiezen, want ik heb ook afspraken te maken met mijn werkgever: ik wil op 1 december wegvliegen. Op 1 april, dus vier maanden later, zal ik mij weer melden.

 

In een ziekenhuis of een weeshuis zie ik mezelf niet aan het werk zijn. Mijn oog viel op ‘microfinance’: het ondersteunen van de dagelijkse business van mensen door individuele leningen te verstrekken en te begeleiden bij de investeringen. Dus ik schreef een weloverwogen CV en kreeg de volgende dag bericht uit Dordrecht, dat ze er erg blij mee waren, en het CV hadden doorgestuurd naar Cambodja en Tanzania, waar Projects Abroad onder meer deze projecten draait.
Nog een dag of drie later weer bericht uit Dordrecht: ik kan kiezen! Zowel in Phnom Penh als in Arusha zien ze me graag komen. Ik kies voor Arusha. Daarbij weegt zéker ook mee, dat de Kilimanjaro en de grote wildparken in de buurt zijn.


Aan het werk

Het projectteam bestaat op het moment dat ik aankom uit een 70-jarige dame uit Canada en een Australisch echtpaar van 68 en 69. Jawel, ik ben veruit de jongste. Op dat moment had ik nog niet in de gaten, hoe uitzonderlijk dat was.
De coördinator van het project is een dame van ongeveer 30 jaar, geboren en getogen in Arusha, nogal welgesteld. Ik noem haar hier maar Amy. Haar Engels is voldoende, maar zeer duidelijk niet haar eerste taal. De introductiedag heeft heel weinig om het lijf. Amy loopt het hele handboek nog eens door; ik had het al tweemaal gelezen, thuis en in het vliegtuig.

De Australiërs waren ook net aangekomen. De Canadese heeft veel ervaring met financiën en geleidelijk leren we vooral via haar, hoe het met het project gaat. Want aan Amy hebben we wat dat betreft niet zoveel: zij zegt al na een paar bezoeken aan de groepen van vrouwen: ‘so, what training are you gonna give next week?’.

Het systeem is als volgt. Er zijn zes groepen van 6 tot 10 vrouwen. Bij elkaar worden 46 vrouwen ondersteund. Deze groepen zijn als groep bij Projects Abroad gekomen, of door Projects Abroad benaderd. Ze bestonden dus al als groep, met verschillende achtergronden. Eentje bestond uit ‘trainers’ die in de eigen community een hulpverleningsfunctie hebben, twee andere groepen bestonden uit HIV-geïnfecteerde weduwen. Sommige dames waren overduidelijk zeer arm en leefden in primitieve omstandigheden, anderen hebben een net huisje met een schotelantenne op het dak. (Jawel, later vroegen we ons ook vaak af, of déze vrouwen nou wel geholpen moesten worden.)

Het groepssysteem zorgt ervoor, dat er nooit sprake is van het niet-terugbetalen van de lening: als er één dame niet kan terugbetalen, dan is de rest van de groep verantwoordelijk. In het volledige programma krijgen de dames vijf keer een lening, oplopend van 100.000 TSH (50 euro) tot mogelijk 500.000 TSH (250 euro) bij de laatste, vijfde lening. Deze leningen worden in zo’n 15 tot 20 weken per stuk weer terugbetaald. Bij elkaar duurt de samenwerking met een ondersteunde vrouw dus zo’n 2 jaar. Het project draaide op het moment dat ik er arriveerde ruim één jaar.

De Canadese dame laat merken zich nogal gefrustreerd te voelen. Ze heeft nog lang niet alles goed in de gaten, want ze is er nog maar twee weken. En ze is ook al op de helft. Ze verkeert net in de gemoedstoestand, dat er enig doorzicht aan het groeien is, doch dat ze ziet: om écht iets te kunnen bijdragen is méér tijd nodig. Gedurende haar eerste weken was ze samen met twee jonge vrijwilligers, die inmiddels naar huis vertrokken zijn en met wie ze haar observaties niet goed kon delen. Twintigers die vrolijk weer een marketingverhaaltje vertelden en leefden bij de dag.

En zo kwamen we er al snel achter, dat er eigenlijk nauwelijks informatie is over de wezenlijke bijdrage aan economische zelfstandigheid van de dames: het primaire doel van het project.

Amy is erg druk met haar vertaalwerk tussen de vrijwilligers en de dames. Soms praat ze al vertalend in Swahili veel langer, soms veel korter dan de dames. Wat vertaalt ze nou eigenlijk? En elke vijf minuten gaat één van haar telefoons en zitten we weer een paar minuten in de wacht. Amy is sowieso de helft van de tijd bezig met de administratie van de terugbetaling van de ‘instalments’ van die week. Een enorme papierwinkel van bankbiljetten (het bankbiljet met het grootste aantal Tanzaniaanse schillingen is omgerekend vijf euro waard).

Toenemende verwarring

Onze Canadese collega zegt ons: ‘this project just doesn’t work!’. En: we moeten de dames hun financiën wekelijks laten verantwoorden, want als ze dat niet doen, dan kunnen we nooit enige verbetering in hun situatie aan het daglicht brengen.
Het was echt zo: het project draait al een jaar en nooit hebben de dames hun bezigheden met het geld écht hoeven verantwoorden. Natuurlijk vonden er elke week ook ‘business visits’ plaats. En natuurlijk werd er vaak gezegd: je zou dit (beter) kunnen doen en je zou dat (beter) kunnen doen. Maar voorwaardelijk is het nooit geweest. Amy benadrukt bij zo'n business visite: 'je had dit winkeltje een half jaar geleden moeten zien! Het ziet er nu echt veel beter uit hoor!' Daar kunnen we het mee doen.

Een paar weken later is de Canadese vertrokken en sta ik er met Malcolm, de mannelijke helft van het Australische stel, alleen voor. Zijn vrouw is een geweldig mens, maar ze is alleen maar mee om bij haar man te zijn en bemoeit zich niet met het project.
Dat was de eerste observatie, die me terugbracht bij mijn eigen basis: ik had toch een CV gestuurd? Ik was toch ‘aangenomen’ voor deze klus op basis van mijn CV?

Malcolm en ik zijn een nieuwe boekhoudtraining in elkaar gaan zetten. We vonden heel wat verschillende middelen op de Dropbox online projectomgeving terug, maar geen ervan was gebaseerd op het wekelijks laten verantwoorden van de zakelijke bezigheden van de dames. In ons model gold: elke week laten zien wat je inkomsten, zakelijke en persoonlijke uitgaven en besparingen zijn, alsmede de ‘balans’ (hoeveel heb je in je portemonnee).

O, wat leek ons dat simpel toen we deze training deden in december. We dachten echt: nu gaan we wat veranderen ten goede. Amy liet ons weten, dat ze ingenomen was met onze initiatieven.

Na enige weken kwam Daniel ons team versterken. Een Amerikaanse jongen van 19 jaar. Malcolm en ik konden al gauw zien: deze jongen komt er wel. Hij is welbespraakt, wil later ‘congresman’ worden en gaat over een half jaar naar een hele dure universiteit. Maar tijdens onze training valt hij in slaap. Geïnteresseerd in dit microkredietproject is hij eigenlijk nauwelijks. Bovendien zou hij twee weken bij het project komen, maar inmiddels is ons verteld, dat tussen 20 december en 2 januari het project helemaal stil ligt: vakantie! Daniel gaat zelfs nog een poging doen, de helft van zijn betaalde projectgeld terug te krijgen: één van zijn twee weken is er geen project.

Zelf heb ik voor 12 weken werk bijna €4000 betaald. Dit is een relatief duur project. Ga je met Projects Abroad naar een weeshuis, dan is het ruim €3400 voor 12 weken. In deze 12 weken ben je ook nog eens ‘entitled to’ twee weken vrijaf. Je hebt vooral met (ex-)scholieren en studenten te maken en Zanzibar, Kilimanjaro en Serengeti zijn in de buurt: zo’n vakantie wordt gewaardeerd. Maar als je dan zo’n €800 betaalt voor slechts 2 weken en eentje ervan valt weg, dan wordt het wel heel schrijnend. Ook de vrouw van Malcolm heeft €3000 betaald voor 2 maanden project, hoewel ze natuurlijk helemaal niks aan het project bijdraagt.

Toen ben ik voor het eerst eens met de ‘country director’ gaan praten. “Please don’t let Projects Abroad bring over youngsters that don’t know anything about finance and please don’t let Projects Abroad fly in people for no more than 3 or 4 weeks! It’s no use!”.

Ook toen al een uitgebreide mail opgesteld richting de global director van Projects Abroad aangaande de microkrediet-projecten. Zij mailde me vanuit Londen terug, dat ze erg blij was met deze constructieve beleidsbijdrage, doch ze weerlegde de argumenten met wegmasserende woorden. Een tekenend voorbeeld: het zou sneu zijn voor de professional, die maar een paar weken weg kan bij zijn werkgever. Zo’n professional, met al zijn goeie ervaringen, kun je niet het recht op meewerken aan zo’n project ontzeggen.

Het zal ongeveer toen geweest zijn, dat ik voor het eerst ging denken: dit hele project klopt niet! Nee, erger: deze hele organisatie klopt niet! Ten overvloede: hoe korter je bij dit project zit, hoe méér je relatief ervoor betaalt. De organisatie heeft dus een concreet belang bij deze short term volunteers. Pas bij het slot realiseerde ik mij, dat het belang hier nog verder gaat: hoe langer je aan het project werkt, hoe meer je gaat sleutelen aan de organisatie en hoe meer ‘second thoughts’ je krijgt. Daar hebben ze natuurlijk ook al geen belang bij.

In januari kwam alles in een hogere versnelling. Waar ik in december nog eenvoudig met Malcolm kon schakelen, die nota bene ook in hetzelfde gastgezin woonde als ik, zaten we nu in een veel dynamischer projectteam. Een Deens meisje van 19 kwam voor twee weken in ons project. Eén van haar eerst vragen was: ‘what is a loan?’. Een andere Amerikaanse jongen, ook 19, ook heel sympathiek, bewees hoe belangrijk het is om langer te blijven: de eerste maand was hij alleen maar geïmponeerd en bemoeide zich nauwelijks met het project. Maar tijdens zijn tweede maand nam hij een voortvarende rol.

Gelukkig kwamen er toen ook verschillende nieuwe projectteamleden die wél al een vervolgopleiding afgerond hadden. Toen ik eind februari zelf afscheid van het project nam, bleek dat alleen de Australiërs en de Canadese ouder dan ik waren geweest. Sterker nog: op één uitzondering, 30 jaar, na was iedereen jonger de 25 jaar. De gemiddelde leeftijd van de ondersteunde dames: ongeveer 50 jaar.

De boekhoudtraining van Malcolm en mij ging nog een aantal keren over de kop. Hoe simpel we ook dachten dat het was, het bleek nog te moeilijk voor de dames. Maar juist dat was erg leerzaam voor ons: zo kregen we in de gaten hoeveel dimensies van cultureel misverstand erg wederzijds zijn. Fascinerend! Enerzijds geslepenheid bij de dames, die in het ernstigste geval de lening, waarvoor geen rente verschuldigd is, zelf tegen rente aan een kennis uitleende. Hoezeer ook dat natuurlijk niet de bedoeling is: zij was de echte zakenvrouw! Anderzijds als duidelijk wordt, dat sommigen naast niet kunnen schrijven ook totaal niet kunnen tellen! Zelfs na meermaals uitleg komt er nog een uitgavenverantwoording in het schrift, die tien maal hoger is dan haar bezit. En ook schreven ze vaak tot op de cent dezelfde financiële weekrapportage als de vorige week. Tja. Maar we zijn zo wel in veel directer overleg met ze en krijgen meer inzicht in wat er allemaal gaande is.

In ons team beginnen we ons af te vragen, wat nu eigenlijk het nut is van een ‘lening zonder rente’, als (verbeterde) economische zelfstandigheid het doel van het project is en als je weet, dat alle dames heel goed weten dat ze bij een lokale bank 30% rente moeten betalen. En dat ook al regelmatig gedaan hebben. We realiseren ons geleidelijk: wij zijn eigenlijk gewoon een gratis bank. Al die trainingen van ons, dat horen ze met geduld aan; dat is eigenlijk voor hen ook maar een minimale tegenprestatie voor het gunnen van de lening: eigenlijk zijn ze niet geïnteresseerd.

En dan besluiten we de volgende stap te zetten in dit project: we gaan rente heffen en we gaan de vervolgleningen afhankelijk stellen van een concreet ‘businessplan’.
Amy en ‘country director’ Gloria gaan akkoord en wij gaan alles in het project en het proces inrichten. Dit voelt goed!

Het vallende kwartje

Mijn verhaal van drie maanden werken in dit project heeft de structuur van een roman. De eerste fase van het leren kennen. De tweede fase van expansie en drift, vooruitgang en streven. De derde fase van relativering, contemplatie en realiteitszin. Ook een beetje acceptatie.
En dan de laatste fase, de apotheose, waarin er sprake is van een belangrijke perspectiefwijziging: het gáát helemaal niet om het project en de geformuleerde projectdoelen. Het gaat om óns, het gaat om de vrijwilligers! Deze mentale omslag ging als volgt.

De introductie van rente en een voorwaardelijk businessplan werd door de ondersteunde vrouwen opgevat als een straf. What did we do wrong? was in het algemeen de repliek. We hebben toch altijd netjes terugbetaald? En op ons verzoek om ten behoeve van de verkrijging van een vervolglening aan te geven, waaraan het geld besteed gaat worden en op welke wijze dit concreet tot inkomensverbetering gaat leiden, werd in eerste instantie ook heel verbolgen gereageerd. Eigenlijk was de teneur: daar hoeven jullie je toch niet mee te bemoeien? Ze vonden ons, de vrijwilligers, echt eerst een flink stuk minder leuk en aardig.

Eén specifiek moment bracht daar een beetje verandering in. Na weer eens een hele lading uitleg over het waarom van onze nieuwe voorwaarden, ‘brak ik’ (emotioneel) toen ik andermaal werd geconfronteerd met de onwil van de dames om Projects Abroad (en ons als vertegenwoordigers daarvan) anders te willen gaan bekijken dan als een ‘gratis bank’. Dát was nodig om ze te laten zien, dat onze intenties goed waren, dat het ons om méér gaat dan om het spel van geven en nemen van centen. Dat er een missie achter ons werk zit.

Maar datzelfde moment was voor mij ook een moment, achteraf bekeken, waarop de definitieve kiem van cynisme gezaaid werd: deze ‘missie’ mocht dan wel een missie zijn van ons, het projectteam van dat moment, maar het is helemaal niet de ‘missie’ van Projects Abroad zelf!

Een paar weken later kwam ik in de buurt van het einde van mijn projectperiode van 12 weken. De vrijwilligers krijgen een week voorafgaand aan het besluiten van hun ‘placement’ een evaluatieformulier. Overigens ook tussentijds zijn er momenten van min of meer formele evaluaties. Dan vult de projectcoördinator (Amy in ons geval) het formulier in. Het is niet duidelijk wat er met het formulier gebeurt. Vaak zit ik ’s avonds in een gezellige ‘hangout’ met vrijwilligers te kletsen over de ervaringen met Projects Abroad. Bijna iedereen heeft erg veel op en aan te merken op de ‘local staff’. Maar als ik met de ‘country director’ deze en meer zorgen deel, dan hoor ik altijd: ‘Niko, nobody complains except you’.

Ik wilde me niet aan dit evaluatieprotocol houden: ik heb méér te vertellen. Ik zegde Glory en ook de global director in Londen toe, dat ik een uitgebreid evaluatierapport zou schrijven over het microfinance-project. So I did.

Ervaringen terugkoppelen

In dit rapport heb ik mijn conclusies verbonden aan de concrete ervaringen. Nogmaals uiteengezet, dat het uitzenden van mensen zonder ervaring en voor een korte periode niet zozeer onnuttig, doch met name contraproductief is. “They walk in the way!”

En sluitend omschreven, dat als je mensen die normaliter veel geld voor een lening moeten betalen, onvoorwaardelijk voor een periode een ‘gratis lening’ gunt, je ze in de praktijk mínder zelfstandig maakt, doordat ze in een dieper gat vallen, wanneer dit systeem van gratis leningen weer wegvalt. Er moet sprake zijn van een concrete inspanning om ze verder te helpen. Deze incentiveontbreekt in de systematiek.
Vooral ook: aangegeven dat de PRO-constructie misleidend is. Mijn CV was écht niet nodig! De projectcoördinator had nog nooit van ‘Projects Abroad PRO’, speciaal voor ervaren professionals, gehoord. En speciale PRO-projecten, zoals de website ze lijkt te tonen, bestaan helemaal niet. Glory kon alleen maar vertellen: ‘of course we expected from you to take the lead in the project’.

Er is maar één finale conclusie mogelijk: dit vrijwilligerswerk is er primair helemaal niet om een constructieve bijdrage te leveren aan de leniging van wat voor nood dan ook in de derde wereld. Dat is hooguit een mooi meegenomen bijproduct ervan. Het primaire doel zit ‘m louter in het verdienmodel.

Ik heb drie maanden die totaal andere bril op mijn neus gehad. Ik heb drie maanden een totaal ander leven geleid. En ik héb kerst doorgebracht op Zanzibar, de Kilimanjaro beklommen en ik heb de 'big five' gezien in de wildparken. Daarnaast heb ik ook drie maanden in een geweldig gastgezin geleefd en heel veel bijzondere mensen ontmoet. Het is nog veel sterker: ik ben zelden in mijn leven zo intens gelukkig geweest als die drie maanden in Tanzania. De ‘business case’ van Projects Abroad, en ook van al die andere ‘vrijwilligersuitzendbureaus’, die zich promoten met de combi van avontuur en ‘iets goed doen’ en zich stiekem ook nog baseren op hun ‘not for profit’-achtige grondslag, is ijzersterk: het project waaraan je werkt is slechts één van de aspecten van het avontuur. Voor een beetje zelfstandige en opportunistische jonge adolescent is succes gegarandeerd. Heb je second thoughts over je project, dan heb je altijd nog de geweldige omgeving waarin je vertoeft en die je elke dag weer nieuwe ervaringen en toenemende zelfstandigheid brengt.

Het is een win-win situatie: iedereen wordt er beter van. Ook, met een ietwat kortzichtige interpretatie, de met leningen ondersteunde dames. Ook de Engels lerende kinderen op school en ook de patiënten in de ziekenhuizen, de kinderen in de weeshuizen: ze zullen heus (enig) profijt hebben van de ondersteuning door vrijwilligers.
En toch klopt er geen barst van.

Projects Abroad was ‘not amused’ met mijn terugkoppelingen. De country director heeft me op haar zwarte lijst gezet. Ze hebben verder geen last meer van mij. Vrijwilligers ‘come and go’. Ook als ik nu op Dropbox in de documentatie kijk, dan zie ik al, dat het project gewoon is verdergegaan. I was just a passenger. De boekhoudtraining is alweer een totaal andere, hoezeer ik er ook op heb geprobeerd te hameren nu eens de systematiek te borgen ten behoeve van continuïteit in het project. Het kán ook niet anders: de vrijwilligers bepalen wat er gebeurt, doch ze zijn er maar heel even. Amy is coördinator, maar in de praktijk heeft ze twee taken: vertaling tussen de dames en de vrijwilligers en het terugbrengen van de leningen. En als gezegd: “Niko, what training are you gonna give next week”.
De organisatie is machtig en heeft haar marketing heel goed op orde. Hoe vaak ik niet van vrijwilligers vernam: ‘ik kwam eigenlijk altijd weer bij Projects Abroad uit!’. En bijna iedereen doet dit vrijwilligerswerk ook slechts één keer in zijn leven. Aan concreet vergelijken kom je zo snel niet toe; ik moest ook best gauw beslissen. Bovendien hebben organisaties allemaal netjes op de website staan, waarom je moet betalen voor het doen van vrijwilligerswerk en ook hoe dit geld besteed wordt. En dat geloof je dan.

Kan het anders?

Inmiddels is mij duidelijk, dat er veel goede en veel betrouwbaarder vrijwilligerswerkalternatieven zijn. Inmiddels is mij duidelijk, dat de uitzendbureaus de ‘middlemen’ zijn, die je eigenlijk helemaal niet nodig hebt om een bijdrage te leveren aan een goed project in Tanzania en in welk land dan ook. En dat je jezelf dan duizenden euro’s bespaart. Zelfs op de vliegreis! Projects Abroad bood mij aan ook de vliegreis te regelen. In Tanzania vond ik pas uit, dat ook dát me €400 extra teveel heeft gekost! Hierover reclamerend was de repliek: ‘we hebben je toch niet verteld, dat je de vliegreis bij ons móest boeken?’.

Er is maar één methode om de organisaties, die hun grote winsten maken bij de gratie van de naïviteit van de a.s. vrijwilliger, te bestrijden. En dat is: het transparant maken en het promoten van deze goede projecten, initiatieven en organisaties. Wat ‘goed’ is, dat is wellicht niet altijd zo hard te maken, maar de vooraanname, dat sprake is van rechtstreeks contact vooraf met de plaats waar je het werk gaat doen en van het alleen hoeven betalen voor ‘food & accomodation’, dat maakt de wereld van het georganiseerde vrijwilligerswerk al in één klap tien keer beter.

Niko Winkel, 16 mei 2014  

[This story in English]