Column - Fair Trade Learning - ethiek als marketinginstrument?

Kort geleden kwam de recent gestarte campagne-site ‘End Humanitarian Douchery’ onder mijnaandacht. Een campagne die zich richt op actieve inzet op verantwoord vrijwilligerswerk en het emanciperen van de vrijwilliger door hem te wijzen op de veelal niet direct zichtbare negatieve kanten van ‘voluntourism’. Ik heb de campagnewebsite eens goed bekeken en er mijn beschouwingen over opgetekend.

Het woord ‘douchery’ was mij volkomen vreemd. De betekenis is ook nogal breed, maar denk maar gewoon aan onbehoorlijk en onfatsoenlijk gedrag, want daar gaat het zo’n beetje over. Dus: ‘maak een einde aan onbehoorlijk gedrag’ en dan dus gericht op het ‘humanitarian’-domein. Menslievend. Maak een einde aan onmenslievend gedrag. Ik vind het zelf maar een rare naam voor een campagne. Maar misschien is dat juist de bedoeling (en dus… slim). In ieder geval: het gaat over ‘voluntourism’, vrijwilligerstoerisme.

“Wij zijn twee ‘millennials’ die ook de wereld wilden redden”, begint het al. En dat is ook de teneur van het hele verhaal: natuurlijk gaan al die vrijwilligers wereldwijd met de allerbeste bedoelingen op pad. Maar de vrijwilliger is zich, in het algemeen, van veel implicaties van zijn activiteiten te weinig bewust. Op de campagnewebsite komen deze valkuilen stuk voor stuk aan de orde. Het is vaak erg ‘impliciet’, hoe er sprake kan zijn aspecten van wat je vanaf een wetenschappelijk gevormde achtergrond neokoloniaal gedrag zou kunnen noemen. Wat weet iemand van 18 jaar van interculturele controverses, effecten op de lokale economie, het creëren van afhankelijkheidsrelaties, relationele ongelijkheden, etc. etc.? Het is een goed overzicht, doch voor ons natuurlijk deels ook weer oude wijn in een nieuwe zak. Ach, misschien kunnen we eens kijken of we hier ook in het Nederlands een handvatje van maken. “We’re not trying to shame volunteers, we want to empower them to pursue their passion in a responsible way.”

De campagnewebsite vertelt dat er inmiddels 2 miljard dollar jaarlijks omgaat in de vrijwilligersindustrie. Daar zit geen waardeoordeel aan vast. Ik bedoel: dat benoemen zegt nog niet, dat er sprake is van teveel geld, of iets als ‘verspilling’. Maar ik kom er aan het eind van dit artikel, met reden, nog op terug. Een grote klemtoon bij deze campagne ligt op de constatering dat het georganiseerde vrijwilligerswerk een commerciële markt is geworden. Vrijwilligerswerk is een ‘commodity’; je kunt het gewoon ‘kopen’, als een gebruiksgoed. En dat terwijl het gaat om ‘hulp’. Hulp die op zich natuurlijk pas ontstaat, en beoordeeld kan worden, bij en na uitoefening. Dat wringt.

De campagne presenteert de ‘zeven zonden van vrijwilligerstoerisme’:
* Geen onderzoek doen, vooraf, naar de vrijwilligersorganisatie;
* Uit trots niet toegeven, dat je eigenlijk niet geschikt bent voor het werk dat je doet;
* Meer voor de lol en je eigen ‘thrill’ vrijwilligerswerk doen in plaats van voor de doelgroep;
* Je eigen waarden laten prevaleren boven die van de mensen en de cultuur waar je bent;
* Eigenlijk als doel hebben thuis je eigen omgeving jaloers op jou te laten zijn;
* “Lusting for likes” – denk aan Facebook; jezelf als een wereldredder neerzetten;
* en dan nog als laatste: neerkijken op mensen die niet dit prachtige werk hebben gedaan.

Ik benoem deze ‘zonden’ expres in z’n geheel, omdat ik hier aangekomen begon te denken: hoe serieus moet je dan als oprechte wereldverbeteraar deze campagne nemen? Dit gaat toch meer over de onoprechte, zou ik denken. Maar hierna presenteert de campagne de ‘oplossing’: “Fair Trade Learning”, gedefinieerd als ‘a global educational partnership that prioritizes reciprocity in relationships through cooperative cross-cultural participation in learning, service and civil efforts.’ En dan gaat het weer ergens over.

Fair Trade Learning stelt acht ‘leidende principes’ voor vrijwilligerswerk voor:
* Het dient altijd twee doelgroepen: zowel de gemeenschap waar je je werk brengt als jou zelf als vrijwilliger;
* Het werk komt altijd voort uit de gemeenschap zelf;
* Het werk moet ook lokaal door de instituties gedragen worden;
* Transparantie, vooral waar het de economische relaties en transacties betreft;
* Ecologische duurzaamheid;
* Economische duurzaamheid, invloed op lange termijn;
* Focus op diversiteit, intercultureel contact, wederkerigheid, leren van elkaar;
* ‘Global community’ – hoe bouwen we samen met elkaar aan een betere wereld!

De principes komen bij elkaar in een ‘vrijwilligers-gereedschapskist’ (toolkit). Ook daar is weer een lijstje van gemaakt:
* Zorg dat je niet het baantje van iemand in het land waar je gaat ‘dienen’ inpikt;
* Schat de impact van de organisatie waarmee je gaat werken goed in: leveren ze wel goed werk?;
* Verzeker je ervan dat je werk echt de lokale gemeenschap dient;
* Kijk goed naar de duurzaamheid van je werk en de organisatie die het werk organiseert;
* Stel jezelf de juiste vragen aangaande de deskundigheid die je nodig hebt voor het werk;
* Onderzoek het management en de transparantie van de organisatie;
* Bekijk de implicaties van jouw aanwezigheid in de gemeenschap waar je je werk gaat doen;
* Beoordeel of de organisatie zich focust op het werk dat je doet en niet teveel op alle secundaire voorzieningen (‘fun & adventure’).

Goeie zaken om rekening mee te houden. Ik kan er geen speld tussen krijgen. Sterker nog: eigenlijk heb ik de meeste van deze zaken gemist, toen ik via Projects Abroad, dat mij in 2013 uitzond naar Tanzania, een voorbereidingsdag aangeboden kreeg. Dat is alleszins voorstelbaar, want ik zou toch mogelijk nog de nodige vragen kunnen gaan stellen bij mijn aanstaande, reeds geboekte project.
Maar toen ik zo’n beetje alles gelezen had op de campagnewebsite van End Humanitarian Douchery, viel mijn oog op de bedenkers van Fair Trade Learning. Daar trof ik de organisatie Amizade Global Service Learning aan. Een Amerikaanse instelling, die veel vrijwilligers brengt naar een groot aantal landen, waaronder ook Tanzania. Nu ben ik er al een tijdje achter, dat Projects Abroad in vergelijking met andere aanbieders een dure organisatie is: voor 3 maanden meedraaien in een vrijwilligersproject heb ik €3900 betaald. Ik had wat meer en beter voorbereidingswerk kunnen doen en als gevolg daarvan kunnen boeken op een project voor 50% van deze prijs, via een andere organisatie. Sterker nog: via heel wat andere organisaties. Amizade is, zo toonde mij de website, nog een stuk duurder dan Projects Abroad. Sterker nog: van alle 160 organisaties, die onderdeel uitmaken van het totaalaanbod van vrijwilligerswerk in Tanzania, verzameld op de GoTanzania-website (www.gotanzania.org), is Amizade zo’n beetje de allerduurste. Twee weken meehelpen aan een project kost bij Amizade $1600. Elke bijkomende week kost je $420.

Hoe moeten we het begrip ‘transparantie’ dan opvatten? Over kostentransparantie gaat het in ieder geval niet. Amizade komt niet verder dan de stelling, dat 80% van deze kosten naar ‘het project zelf’ gaan. Wat dit betekent wordt niet duidelijk. Niet ‘wij bouwen er de school van’ of iets van dien aard. Welke kostenposten rechtvaardigen dan deze ongehoord hoge kosten? Amizade laat online zelfs weten een nonprofit-organisatie te zijn. Kijk in dit licht ook naar de andere artikelen over de schimmigheid over de financiën van vrijwilligersprojecten op de website van Volunteers Correct en OneWorld.

Ik heb mezelf inmiddels al betrapt op enig voorstellingsvermogen bij de mogelijkheid dat Fair Trade Learning meer een marketing- dan een ethisch-moreel concept is. Vanuit Volunteer Correct is al een maand geleden op enthousiasmerende wijze contact gezocht met de campagnemensen. ‘We are brothers in arms’, toch? Helaas daarop is nog geen respons gekomen.

http://www.amizade.org
http://www.endhumanitariandouchery.co.nf
http://www.gotanzania.org
http://www.volunteercorrect.org
http://www.oneworld.nl

Een aangepaste versie van dit artikel is gepubliceerd op de website van Volunteer Correct.

Redactioneel: Van weeshuizen naar familiezorg

[4 mei 2015]
“The change has started. We are seeing orphanages worldwide (…) transitioning into community and family support centers. They have not lost their vision to care for the most vulnerable children, but they are seeking better ways to accomplish it.” Andy Gray, de oprichter van de organisatie “Uniting for Children” ziet dat er sprake is van een positieve ontwikkeling. “But it’s also true we have a long way to go here.”

Armoede brengt kinderen in de zogenaamde weeshuizen, niet het fysiek ontbreken van ouders. Ouders hebben gewoon een mondje minder te voeden als er een kind naar een weeshuis gaat. Dat is een klein praktisch voordeeltje voor die ouders, maar de psychologische en maatschappelijke kosten van deze oplossing zijn uiteindelijk vele malen groter. Natuurlijk is het soms nodig een kind een ander thuis te geven. Bijvoorbeeld als het thuis te gevaarlijk is (misbruik) of als er van verwaarlozing sprake is. Maar wordt een kind daarna ‘geïnstitutionaliseerd’, dat schiet je aan beide kanten mis: ouders worden niet geholpen hun mogelijkheden te bevorderen en kinderen verliezen hun ouders. Ook vanuit onze eigen cultuur weten we, soms tot afgrijzen aan toe, hoezeer kinderen nog liever misbruik en verwaarlozing ondergaan, dan hun ouders te verliezen. Mick Pease vertelt in een ander artikel op de ‘Uniting for children’-website, dat hij heeft ondervonden dat er voor de lokale professionals vaak sprake is van een ‘opgelost probleem’ als een kind in een tehuis is terechtgekomen. Enige perceptie van de noden van een kind voorbij, om het maar zo te zeggen, ‘bed, bad en brood’ ontbreekt nog vaak.

En zo groeien kinderen groot zonder een valide basis om een bijdrage te leveren aan de maatschappelijke en economische groei van het land waarin ze groot zijn gebracht. De vicieuze cirkel.

Het is belangrijk, dat we onderzoeken hoe het nu precies zit met die ‘orphanages’. De meeste grote vrijwilligersuitzendbureaus gebruiken nog steeds deze term, hoezeer ze verderop in hun informatieverstrekking nader uitleggen, dat de kinderen lang niet allemaal ook ‘wonen’ in dit centrum en dat er een klemtoon ligt op de wens de kinderen weer onder te kunnen brengen bij hun ‘extended family’. Soms gaan ze ook zover dat ze vertellen, dat inderdaad veel kinderen nog ouders hebben, die zelfs ook in de buurt zijn. Soms ook zie je, dat als term ‘children’s home’ wordt gebruikt. Dat noopt ook wat minder tot de extra uitleg, dat ze vaak toch ouders hebben.

Andy Gray, met zeer uitgebreide ervaring in Cambodja, stelt dat residentiële hulp een allerlaatste noodmiddel kan en mag zijn, maar dat altijd eerst gezocht moet worden naar mogelijkheden om kinderen in hun familieomgeving te helpen. “Orphanages should be the last resort and a temporary one, because living with a family is better for a child’s development.”

Dat er nu nog zóveel sprake is van de promotie van vrijwilligerswerk in weeshuizen is verbijsterend. Al tien jaar wordt er veel geschreven over de negatieve effecten voor de kinderen, de soms gruwelijke misstanden in de praktijk en ook over hoe discutabel het is welke rol een vrijwilliger in dit geheel krijgt.

Daar tegenover staat, dat er wereldwijd honderden projecten zijn, die zich huns ondanks nog steeds profileren als weeshuis of ‘children’s home’, doch die wel degelijk zich primair inzetten om kinderen bij hun familie houden of brengen.

Hoe je als aanstaande vrijwilliger hier je weg in moet vinden, dat is vooralsnog een ongewisse zaak. Momenteel lijkt de enige reële optie om vooraf te weten of je écht met een familie-gebaseerd kinderzorg-project te maken hebt, gelegen te liggen in ervaringsverhalen van anderen.

Misschien is het een idee om een platform te creëren, waar deze projecten zich kunnen (laten) profileren. Overigens moeten we dan ook het volgende probleem adresseren. Zijn enthousiasme, energie en ‘a good heart’ voldoende om je als vrijwilliger in te zetten? Als er primair niet meer ‘op kindjes gepast’ hoeft te worden, doch dat het gaat om gemeenschapsontwikkeling, is er dan niet nood voor een totaal andere vrijwilliger?

Verdiep je verder: Uniting for Children
Foto's: Uniting for Children
[Dit artikel is tevens gepubliceerd op Volunteer Correct]

Column: "We are doing good, we are making profit!"

[20 februari 2015]
De vrijwilligerswerkmarkt is een hele rare markt. De actoren op deze markt noemen zich geen bedrijven, maar organisaties. Ze zijn er ‘door en voor jou’. Ze nodigen je uit, niet ‘iets van ze te kopen’, doch ‘deelnemer te worden aan hun wereld’. Dat maakt dat je met een vrijwilligersperceptie min of meer op het spoor van de ‘publieke dienst’ blijft hangen. In ieder geval: een dienst waarbij je je het niet in je hoofd haalt om te denken, dat deze een immoreel en schaamteloos onderdeel is van een expliciet verdienmodel. Toch is het wel zo.

Sommige organisaties gaan nog een stap verder in een tactische misleiding, door bij het vermelden van de onafhankelijke status van de organisatie – eigen broek ophouden, etc. – er sier mee te maken dat ze écht helemaal geen subsidies krijgen en zo. Stoer zeg! ‘Kijk eens mama, zonder handjes’. Alsof de MediaMarkt dat ijzer ook in het vuur zou kunnen gooien! Ja, de V&D zou dat tegenwoordig wel willen!
Op de websites van de grote vrijwilligersbedrijven staat de pagina ‘over ons’ bol van de heilige taal over de nobele doelen. Winst maken staat daar écht nooit bij!

Maar dat doen ze dus wel. En dat is hun primaire doel ook. Veel van de bedrijven werkzaam op de markt van het vrijwilligerswerk zijn in wezen heel gewone commerciële bedrijven. De vrijwilligersmarkt is een niche in de reisbranche.

Om deze situatie écht levend te maken, is het aardig om de omdraaiing te schetsen. Stel je eens voor dat de MediaMarkt de marketing- en communicatiestrategie zou hanteren van een ‘organisatie’ als Projects Abroad, zo’n beetje de agressiefste marketeer op de vrijwilligersmarkt, met ook de hoogste prijzen. Dan zou het er ongeveer zo kunnen uitzien:

Ga met ons mee op jouw muzikale reis!

Houd jij ook zo van goeie muziek? Vind jij het ook belangrijk, dat je dan ook optimaal moet kunnen genieten van hoe het klinkt? Jouw muziek verdiént het toch dat het klinkt zoals jij wílt dat het klinkt? Jouw muziek verdient het en JIJ verdient het!

Wij staan als organisatie áchter jouw wensen en jouw wil om jouw doel te bereiken: het horen van jouw muziek zoals jij het wilt horen. Want daar heb jij recht op! En wij zullen er alles aan doen om dat voor jou mogelijk te maken.

Daarom bieden we jou een aantal geweldige opties aan. We hebben heel goed nagedacht over welk product het beste bij jou past en hoe we met jou en voor jou de mogelijkheden om dit product het jouwe te laten worden kunnen realiseren.

Je kunt bij ons een ruime keuze maken uit een reeks prachtige voorzieningen. Denk aan:
* een hilux stereo-installatie met dolby surround systeem : €1499
* een ultramoderne audioset met zes uitgangen en subwoofer: €1699
* een handzaam model luidsprekers, dat direct integreert met jouw smartphone: €1799

Ons toegewijde aanschafondersteuningsteam begeleidt jou graag verder bij de keuze die het beste bij jou past. Wij bieden tevens aan, dat je deelneemt aan de aanschafkeuzeworkshop. Deze interactieve workshop wordt jou geheel kosteloos aangeboden door de Stichting Droom Samen, onze samenwerkingspartner.

Hoe bekostig je jouw droom?
Onze organisatie heeft voor jou een unieke formule ontwikkeld: de fundingsessie. Tijdens deze fundingsessie word je door onze fundingsexpert op het spoor gezet van een reeks handzame manieren om jouw eigen omgeving mee te laten delen in jouw droom. Zij kunnen jouw droom actief ondersteunen. Tevens kun je kiezen uit één van onze speciale geschreven en gesproken formats, waarmee je ook in jouw wijk langs de deur kunt gaan om jouw buren deel te laten worden van jouw droom door een bijdrage te leveren aan de bekostiging.
Tot slot bieden we je formats aan voor het organiseren van thematische fundingsavonden, waarbij je jouw vrienden en kennissen over jouw droom kunt vertellen. Er zijn tal van mogelijkheden om zelf surprises te maken. Zo kunnen jouw funders ook een eigen aandenken aan hun ondersteuning mee naar huis nemen.

Stichting Droom Samen
Wij werken samen met de Stichting Droom Samen aan het verbeteren van de mogelijkheden om optimaal jouw expressie tot uiting te laten komen. Indien je je droom verwezenlijkt hebt en één van onze droomproducten tot de jouwe hebt gemaakt, kun je kosteloos deelnemen aan een van de speciale samenzaterdagen. Als je hierin geïnteresseerd bent, dan kun je contact opnemen met ons aanschafondersteuningsteam.

Ons aanschafondersteuningsteam en onze fundingsexpert zijn er speciaal voor jou. Niets is voor ons belangrijker dan een tevreden luisteraar. Onze organisatie zet zich met hart en ziel in voor jouw droom.

Tot snel ziens op een van onze verkooppunten.

Jouw MediaMarkt

Hoe groot is Afrika écht?

[14 januari 2015]
Mercator kennen we van pleinen en straten, maar we weten nauwelijks nog wie hij was. En dat terwijl hij aan de veroorzaker is van een invloedrijke perceptiefout, die in de hoofden van bijna iedereen is geslopen. Het gaat om de grootte van en de verhoudingen tussen de landen op Aarde. Mercator maakte kaarten voor de zeevaarders in de 16e eeuw en introduceerde in 1569 de zogenaamde ‘Mercator-projectie’. Zeevaarders konden goed met deze projectie overweg, want kompaskoersen worden helemaal juist weergegeven. Maar als gevolg van het feit dat de meridianen loodrecht op elkaar blijven staan, terwijl de wereld toch echt een bol is en deze meridianen bij de polen helemaal bij elkaar komen, wordt de grootte van de fysieke oppervlakten volslagen verkeerd getoond. Ikzelf schets het altijd aan de vergelijking tussen Groenland en Saoudi-Arabië: in werkelijkheid even groot, doch op de door ons normaliter gebruikte Marcator-kaart is Groenland vele malen groter.

Het continent Afrika ligt van alle continenten het meest gecentreerd rond het midden van de Aarde. Daardoor ‘lijdt’ Afrika het meest onder deze Mercator-afwijking.

Een Duitse grafisch designer heeft een kaarten gemaakt, die deze vertekening in perspectief brengen. Hij heeft dat gedaan door de grote landen te plotten op het Afrikaanse continent. Dat is heel erg verhelderend. Frankrijk is niks groter dan Algerije of Mali. De Sahara omvat al meer kilometers dan de hele Verenigde Staten. En Japan kun je zo over Mozambique leggen. Met Tanzania en Kenia heb je al bijna heel India te pakken. Bijna heel Oost-Europa past in Egypte.
Krause zegt zelf: "Africa is so mind-numbingly immense, that it exceeds the common assumptions by just about anyone I ever met," he writes at his website. "It contains the entirety of the US, all of China, India, as well as Japan and pretty much all of Europe as well - all combined!"

Van de betere toekomst en de wassen neus

[20 november 2014]
Vrijwilligerswerk in het buitenland is hot. Massa’s jongeren vertrekken richting het buitenland, op zoek naar hulpeloze kindjes die zij een betere toekomst kunnen geven. Die ‘betere toekomst’ blijkt echter een wassen neus.
De eerste regels in een artikel in het Magazine van Columbus. De journaliste hanteert dezelfde toon als die je proeft in de artikelen in de andere bladen gedurende de afgelopen maand. Het is dus weer even 'van dik hout..'.

Op de website van Columbus heeft GoTanzania er op gereageerd met de volgende woorden: 

Natuurlijk: er is zóveel fout met het vrijwilligerswerk! Renske de Greef, Eline Bodbijl, en ook de documentairemaakster, die e.e.a. nu blootlegt over toestanden in Cuzco, Peru, het is allemaal heel tragisch. Maar...... waarom wordt nu in hemelsnaam ALLE vrijwilligerswerk dezelfde maat genomen?
Zo wordt het de journalisten-hype, voor eventjes dan, totdat de journalisten zich weer op een andere 'toestand' hebben gericht en totdat de shortness of memory van de vrijwilligers z'n werk weer heeft gedaan. En dan gaat alles weer gewoon verder. Die grote vrijwilligerswerkuitzendbureaus, internationaal opererend, laten de wind weer voorbij waaien. Stormpjes gaan liggen.
 
En da's allemaal bijkans net zo cynisch als die lelijke praktijken in de weeshuizen en zo.
 
Toen ik zelf de toestanden met nutteloos vrijwilligerswerk aan den lijve mocht ervaren, heb ik me verschrikkelijk opgewonden. In dezelfde periode echter kreeg ik ook veel zicht op andere projecten. Jawel, die zijn er ook. Prachtige, meest kleinschalige projecten.
Ik bedacht me dus: is het niet veel beter domweg de wereld van het vrijwilligerswerk in de breedte transparanter te maken, opdat alle opportunistische a.s. vrijwilligers (en die veelal niet verder dan hun Google-neus hebben gekeken) ook de eerlijke, ethisch verantwoorde projecten kunnen vinden?
 
Dat is mijn uitgangspunt met www.gotanzania.org. Het is nog maar net gestart. Ik hoop dit platform uit te kunnen bouwen. Nu eerst Tanzania, maar wellicht later wereldwijd. Een benchmark van vrijwilligerswerkaanbod; de organisaties in vergelijkend perspectief.