Boekrecensie: "De oogst is voorbij" van Geert van der Kolk

[30 maart 2016]
Een onthutsende ervaring, het lezen van dit boek. Maar daarnaast, hoe pijnlijk ook, het is allemaal weer zó absurd, dat het flink humoristisch wordt. Ontwikkelingswerk in Oost-Afrika. In het verhaal wordt ook de lijn doorgetrokken naar de praktijk en de effecten van toeristisch vrijwilligerswerk. Een praktijk van schaamteloze naïviteit en paternalisme aan de kant van de wereld van het internationaal vrijwilligerswerk, gepaard gaande met slim en berekenend opportunisme van de kant van de lokale profiteurs. Bepaal als lezer dan nog maar eens, aan welke zijde je staat!

De roman ‘De oogst is voorbij’ kwam in januari 2016 uit. Geert van der Kolk heeft al veel boeken geschreven en heeft een redelijk trouw lezerspubliek; hij woont al decennia in de Verenigde Staten. Hij was van plan een reisverhalenbundel te schrijven en reisde daarvoor een aantal maanden door Kenia, Oeganda en Tanzania. Na deze eerste reis was hij terug in Verenigde Staten en was zo onder de indruk van zijn ervaringen – enerzijds de overweldigende natuur, anderzijds zijn confrontaties met ‘ontwikkelingswerk’ in al zijn hoedanigheden – dat hij dacht: ik ga hier een roman van maken. En zo maakte hij eerst nóg een langdurige reis naar Oost-Afrika.
Eind januari, kort na het verschijnen van de roman, werd hij door EénVandaag geïnterviewd. Dit interview kun je op internet nog steeds beluisteren.

Het boek leest heerlijk makkelijk weg. Veel dialoog, veel vaart in het verhaal. Veel actie ook. Van der Kolk schrijft niet op een literaire, bespiegelende manier. Het leest veel meer als een ‘crimi’ of detective, met allerhande complexe, maar nooit té complexe verwikkelingen en extra invloedfactoren, die de struggle voor de hoofdpersonen weer nóg lastiger maken. Je zou er ook een geweldige film of TV-serie van kunnen maken.
Andries Jordaan is aangekomen in Tanzania om een ontwikkelingsproject – een landbouwproject – te gaan runnen voor een jaar. Hij is ook een beetje op de vlucht voor zijn slechte huwelijk in Nederland. In het noorden van Kenia aangekomen, komt hij er al snel achter, dat het project alleen op papier bestaat. De vorige ‘manager’ heeft er een potje van gemaakt, doch heeft wel, samen met zijn Keniaanse superieur op het ministerie, op het administratief verantwoordingsniveau de geldschieters tevreden gehouden. De gelden gingen natuurlijk her en der naartoe, doch niet naar het project. Jordaan is verbijsterd. Maar hij laat zich ook volledig in beslag nemen door z’n nieuwe omgeving. En wordt bovendien stapelverliefd op de Engelse dokter, die in het – ook alleen op papier bestaande – ziekenhuis komt werken.

Samen gaan ze met volle kracht de boel wel eens even goed op poten zetten. Maar – bijna overbodig te vermelden: dat lukt van geen kant. De tegenkrachten zijn veel te groot. Alles komt voorbij: stammenoorlogen, natuurgeweld, relationele verwikkelingen, misbruik, intercultureel onbegrip, etc. etc. De manier waarop van der Kolk het verhaal vertelt, biedt je als lezer soms de gelegenheid te denken, dat er sprake is van hyperbolen. In het radio-interview laat de schrijver echter fijntjes weten, dat dat absoluut niet het geval is.
Hierin ligt misschien wel de kern van het ongemak met vrijwilligerstoerisme: een korte periode van verblijf geeft nooit zicht op de werkelijkheid achter de facade die je als vrijwilligerstoerist voorgeschoteld krijgt.
In dit boek komt het heel overtuigend naar voren. Aan het einde van het verhaal komen ze aan in Kenia: de Engelse studenten die vrijwilligerswerk komen doen. Je verbaast je totaal niet meer over hun onwetendheid. Alles wat je tot dan toe al gelezen hebt, biedt daarvoor álle legitimatie. Deze legitimatie geldt nog veel erger voor de lokale gemeenschap, die schaamteloos misbruik maakt van deze onwetendheid. En, ik zei het al: je neemt het ze niet eens meer kwalijk.

Lees dit boek. Laat je vooringenomenheid los en lees het met een ‘open mind’. Weet dat iedere ontwikkelingswerker, die écht in de modder heeft gestaan in Oost-Afrika, de inhoud niet als overdrijving en romantisering weg zal zetten. Eigenlijk nog meer een ‘must read’ voor de a.s. vrijwilliger dan ‘En je ziet nog eens wat’ van Renske de Greef.


« Terug naar nieuwsblog