Cornel Ngaleku Children Centre (CNCC), kwetsbare (wees)kinderen onder de hoede van de Ursulinen-zusters

[24 augustus 2015]
Een heel ander perspectief op vrijwilligerswerk met kinderen. Het concept ‘voluntourism’ is hier in ieder geval niet uitgevonden. Een Tanziaans kindercentrum in een omgeving die je contemplatief kunt noemen. Met mensen om je heen voor wie de grote vaart der volkeren niet zo belangrijk is; voor wie vooruitgang slechts betekent, dat je het lot van de mensen, om wie je geeft en wie je verzorgt, helpt te verbeteren. Verwachtingenmanagement is wel een sleutelonderwerp, richting de aanstaande vrijwilliger. Ngaleku-kindercentrum biedt een warme, ruimtelijke, eerlijke en zinvolle leef- en werkomgeving voor vrijwilligers, die zich tenminste twee maanden willen committeren. En de organisatie zit trouwens zelf ook niet te wachten op de fun-volunteer.

Als je naar beneden kijkt, dan zie je in een diepe vlakte Kenia. De grens is maar een goeie kilometer hiervandaan. De andere kant geeft zicht op het Kilimanjaro-massief; we zitten op de onderste hellingen ervan. De Kilimanjaro is totaal anders vanaf deze oostelijke kant. Toen we hier aankwamen, was er van de hoger gelegen berg niks te zien; allemaal wolken. Maar om een uur of zes werd het helderder en herkende ik direct de getande top van de Mawenzi. Dat is de oostelijke van de drie dode vulkanen, waaruit het massief bestaat. De hoogste is de Uhuru Peak, 5895 meter hoog. De Mawenzi is de op Uhuru Peak en Mount Kenya na hoogste plek van Afrika: 5149 meter. Achter Mawenzi is Uhuru Peak wel te zien, maar lang niet zo spectaculair als vanuit het westen en zuiden.

We zijn vanaf Moshi, ten zuiden van de Kilimanjaro met een Noah-minibusje hier naartoe gereden. Dat was nog wel twee uren langs de hellingen van de majestueuze berg. Een heel groen, vruchtbaar land. Veel bos, veel bananen; af en toe zicht op verre vlaktes in Kenia. Bij een klein gehucht, genaamd Leto, vlakbij Usseri in het Rombo district, zorgen dertien Tanzaniaanse zusters van de Ursulinen-orde voor de kinderen in het CNCC.
Het CNCC is opgericht door de zoon van Cornel Ngaleku, Michael Shirima. Hij is de oprichter en baas van Precision Air, een kleine luchtvaartmaatschappij. Hij heeft het geërfde land van zijn vader gebruikt voor het bouwen van dit kindercentrum. Korte tijd later kregen Olga en Pieter de Haas uit Zeeland contact met Michael Shirima, waarna zij met hem zijn gaan samenwerken om het kindercentrum verder op te zetten. Ze zijn de eerste jaren hier heel veel en lang geweest en komen nu nog steeds elke (Nederlandse) winter hier drie maanden naartoe. Zuster Ritha, de hoofdzuster, vertelde dat ze op 14 januari weer zullen komen.

Het opvangen van de kinderen van het kindercentrum valt onder de verantwoordelijkheid van de zusters. Er wordt bij aanmelding geen onderscheid gemaakt betreffende geloof.
We werden na aankomst met de bus in het marktplaatsje Usseri opgewacht door zuster Ritha en zuster Juditha en hun chauffeur in de eigen pickup-auto van Ngaleku. Nadat we aankwamen bij het kindercentrum en het vrijwilligershuis toegewezen kregen, heeft ze ons het hele centrum laten zien. De slaapzalen voor de zusters en die voor de kinderen, de speelruimte, de keukens, de kantoortjes en ook heel uitgebreid de boerderij op het erf, met koeien, varkens, kippen, geiten en kalkoenen. De tuinen zijn prachtig en uitgebreid, met bananen, mango’s, zonnebloemen en heel veel groente. Ook zien we de apparatuur om zonnebloemolie te winnen en om mais te malen, voor de “ugali”. Het kindercentrum voorziet voor een groot deel in haar eigen voedselbehoefte. Op gezette tijden hoor je de nonnen in de kapel zingen met elkaar.

We zijn nog even het terrein afgelopen en hebben in het eigen winkeltje van Ngaleku nog wat versnaperingen voor onszelf gekocht. Op een ander deel van het terrein verrijzen momenteel vier nieuwe gebouwen: Ngaleku bouwt een lodge, genaamd Maktau Mountain View Lodge, met vier aparte huizen, voor toeristen en bezoekers van het kindercentrum. Zelfs een zwembad is in de planning. Ook een prima uitvalsbasis voor Kilimanjaro-bergbeklimmers. De inkomsten vanuit de lodge zijn bestemd voor de ondersteuning van de kinderen in het kindercentrum.

We hebben gevraagd of we met de zusters konden mee-eten. Het vrijwilligersverblijf heeft een eigen keuken en de vrijwilligers koken doorgaans voor zichzelf. Wij waren daar echter niet op voorbereid voor onze enige avond hier, dus fijn dat we mochten mee-eten.
Later zaten we dus met alle zusters aan een lange tafel, als eregasten. Zelf aten ze uit de grote pan met gebakken banaan en rundvlees. Voor ons was er rijst met kippenvlees en groente. Overigens was er begin augustus slechts één vrijwilliger, een meisje uit Arusha. Vrijwilligers komen vaak uit Nederland, vanwege juist ook de betrokkenheid van Olga en Pieter de Haas en hun ondersteunende stichting in Nederland (met ook een eigen website).

Het vrijwilligershuisje is een fijne plek. Een eigen huiskamer, ruime keuken, apart sanitair met een warme douche, en drie slaapkamers. En een heerlijke veranda om te verpozen, met uitzicht op de tuin en de kapel. ’s Morgens vroeg hoor je het devote zingen van de zusters in de kapel. Ik vergeleek het onwillekeurig met de gebedsaankondigingen vanuit de moskees in Tanzania en (hoewel zelf totaal niet christelijk) bedacht ik me: wat klinkt dít een stuk fijner op de vroege morgen!

Even later bezochten we de kinderen van het Ngaleku-kindercentrum. Het kindercentrum vangt kinderen op in de leeftijd van nul tot zeven jaar, die niet kunnen worden opgevangen door ouders en/of familieleden. In de meeste gevallen zijn het weeskinderen. De ervaring leert dat de meeste kinderen ook na hun zevende jaar afhankelijk blijven van de zorg van het CNCC.
Ze kregen een soort van dunne maispap voor ’t ontbijt. De zusters zijn streng doch lief. We verbazen ons er over dat de kinderen erg gedwee en voorlijk zijn. Kinderen lopen hier al als ze 9 maanden zijn. Kom daar eens om in Holland. En je ziet hier heus geen kinderen ouder dan anderhalf die nog een luier dragen. Zuster Ritha moet later ook hartelijk lachen als we vertellen over de verwende Hollandse kindjes.
De kindertjes hangen een tijdje om onze schouders. Ik laat het me allemaal welgevallen en neem indrukken in me op. Er liggen twee baby’s, helemaal ingepakt, naar ons te lachen. Ze zijn beiden net vorige week gekomen. Zuster Ritha vertelt ons over de nogal hartverscheurende achtergrond.

Er is nog wel wat te bespiegelen over specifieke factoren, die bij deze organisatie horen en die een rol spelen bij overwegingen en verwachtingspatronen van aanstaande vrijwilligers, die op zoek zijn naar een kindgericht project om een bijdrage aan te leveren.
Je zit hier op een terrein met katholieke zusters; er is geen specifiek werelds avontuur te beleven (tenzij je de bus pakt en er meerdere dagen voor uittrekt) en last but not least: wat is de taak van de vrijwilliger die met de kinderen gaat werken? Er zijn 13 Ursulinen-zusters aan het werk met 31 pre-school-kinderen (nursery school en jonger). Tevens is er een aantal kinderen, dat naar een plaatselijke basisschool gaat. Ook die vragen extra zorg. Daarnaast is er nog een aantal kinderen dat in de schoolvakanties vanuit de kostscholen weer terug komt in het CNCC.
Heel duidelijk is wel, dat dit in al z’n hoedanigheden een prachtig kinderproject is. Dit is geen verzonnen zorg; verloren kinderen krijgen hier nieuwe kansen. Voor mensen die op zoek zijn naar contemplatie is dit ook een prima omgeving. Deze organisatie biedt weer een mooie extra dimensie aan mijn inventarisatie van persoonlijke observaties en ervaringen over met vrijwilligers werkende organisaties in Tanzania.

Thuisgekomen in Nederland heb ik uitgebreid contact gehad met Olga de Haas, waarbij natuurlijk specifieke aandacht voor de positie van de vrijwilligers. Olga benadrukt dat het vrijwilligers wordt aangeraden om met z’n tweeën of drieën te komen, aangezien het anders toch misschien wat eenzaam is. Belangrijk is het ook om je ervaringen en verhalen met elkaar te kunnen delen. Ik kan me daar veel bij voorstellen.
Verder benadrukt Olga de toegevoegde waarde die vrijwilligers hebben ten opzichte van de zorg van de Ursulinen zusters. Deze zusters zijn weliswaar ‘professioneel’ met kinderen aan het werk, doch zowel vanuit de eigen cultuur als vanuit de eigen levensoriëntatie als non, is er sprake van een wat minder klemtoon individuele en creatieve aandacht. De aandacht van vrijwilligers uit het westen is hier een heel zinvolle aanvulling. Dit betreft ,met klem, een aanvulling: de zorg van de zusters is op zich afdoende en de organisatie is niét afhankelijk van vrijwilligers.

Verantwoording ethiek (correct vrijwilligerswerk) en kosten
Het Cornel Ngaleku Children Centre (CNCC) werkt graag met vrijwilligers en heeft tot nu toe ook goede ervaringen met vrijwilligers. Het heeft als uitgangspunt dat vrijwilligers zich minimaal 2 maanden willen verbinden aan het CNCC. Liever nog langer, aangezien de gewenningsperiode van beide kanten enige tijd in beslag neemt, zeker als de vrijwilliger voor het eerst in aanraking komt met Tanzania en de Tanzaniaanse cultuur.
Het bijzondere aan het Ngaleku Children Centre is dat het een echt Tanzaniaans centrum is, geïnitieerd door een Tanzaniaanse familie. Zij financieren de dagelijkse kosten van het centrum. De verzorging van de kinderen is in handen van de zusters van de Ursulinen Orde, met wie eigenaar en oprichter van het CNCC, Mr. Michael Shirima, een contract heeft gesloten. Daarnaast werken er mensen in de (moes)tuin, werkplaats, keuken, wasserij, school, garage, kiosk en de veestallen. Dit zijn allen Tanzanianen, sommigen wonen intern, anderen in de buurt van het centrum.
In 2005 is de Nederlandse Stichting CNCC opgericht. Deze stichting financiert extra projecten in en rond het centrum. Voorbeelden van deze projecten zijn: speeltoestellen, garage, werkplaats, community hall, generator, veestallen en moestuin, regenwateropvang en onderwijs. Naast deze direct aan het centrum verbonden projecten, zijn er ook projecten voor de lokale bevolking opgezet, zoals een watervoorziening. Nu dit alles gerealiseerd is, richt de Nederlandse stichting zich voornamelijk op de financiering van de schoolopleiding van de kinderen (lagere school en verder).

Kosten
Het CNCC is een charitatieve instelling en is voor het grootste gedeelte afhankelijk van donoren uit Tanzania, Nederland, Australië, Amerika en andere landen. Aangezien ook in Tanzania alles alleen maar duurder wordt, is er vanaf 2012 besloten om 5 USD per dag van de vrijwilliger te vragen voor het gebruikmaken van de vrijwilligersaccommodatie. De maaltijden zijn ook voor eigen rekening. Internet is aanwezig via het gebruik van een stick, verkrijgbaar in de stad en oplaadbaar via de telefoon.

Voor de kosten kun je bij elkaar dus rekenen op ongeveer 10 euro per dag, voor verblijf en eten/drinken.
Overigens geldt wel, dat je het zo duur kunt maken als je wilt als je ook wilt doneren aan specifieke projecten , waarvoor de organisatie van geldschieters afhankelijk is.

Online: 
Website Cornel Ngaleku Children Centre
Website Nederlandse stichting NCCC 
Specifieke informatie voor vrijwilligers (PDF) 
Informatie over de Ursulinen Orde 

NJW, 24 augustus 2015 


« Terug naar nieuwsblog