De persvrijheid als proof of the pudding voor het nieuwe regime in Tanzania

[31 december 2015] (Van GoTanzania's correspondent in Tanzania)

Op 7 November 2015 verkozen de Tanzanianen de relatief onbekende John Pombe Magufuli als nieuwe president. Naar voren geschoven na geruzie over eerder gedoodverfde tegenkanditaten zoals Lowasa, die na zijn verlies binnen de regerende partij overstapte naar de opositie, kwam Magufuli aan de macht en ging hij direct als een paard van Troje of, zo je wilt, een Robin Hood aan de slag. Inmiddels schaart het hele land zich achter het nieuwe bewind, inclusief naar corruptie ruikende voormalige ministers zoals de vorige president Kikwete en zijn vice-premier Pinda en ook Lowasa, die nu de oppositie aanvoert. 

Op het in de pers geroemde democratische gehalte van verkiezingen valt overigens wel wat af te dingen. De regerende partij (CCM) heeft er letterlijk alles aan gedaan om aan de inmiddels 25 jaar durende macht te blijven en een meerderheid te behalen. De waarnemers van de VN waren voornamelijk gericht op het vreedzame verloop van de verkiezingen en niet op zaken als hoe er geteld werd en bijvoorbeeld dat het telbureau van de oppositie vlak voor de verkiezingen was opgerold. Maar dit is in een jonge democratie zoals in Tanzania misschien ook niet zo belangrijk. De diverse partijen hadden immers niet echt een verschillend programma. De oppositie had het bijvoorbeeld vooral over “change”, zonder dat nu echt duidelijk werd wat daarmee bedoeld werd.

Eén van de CCM-leiders, Lowasa, werd kort voor de verkiezingen dus met luid gejuich door de opositie binnengehaald en uiteindelijk voert de nieuwe president van de CCM een programma uit dat met een echte “change”, die voor de oppositie meer dan een natte droom moet zijn en wat ze zeker niet beter hadden kunnen doen, al helemaal niet met de op zijn minst minder integere Lowasa.

Sinds de installatie van de nieuwe president is er een indrukwekkende lijst van maatregelen genomen die het door een inmense corruptie volkomen verlamde bestuur van Tanzania weer werkend lijkt te maken. In een maand tijd werden de belastinginkomsten verdubbeld en werden vele budgetten verschoven naar projecten voor de ontwikkeling van het land in plaats voor de verrijking van de bovenlaag. Ambtenaren en directeuren van de belasting en het anti-corruptiebureau werden ontslagen, belastingontwijking werd getraceerd, emmers vol cash geld werden in huizen van ambtenaren gevonden en in beslag genomen en de miljoenen verslindende “sitting allowances” (toeslagen voor het bijwonen van vergaderingen) en snoepreisjes naar het buitenland werden afgeschaft.

Wat je je goed moet bedenken: Tanzania, als ontwikkelingsland, IS helemaal niet arm! Goud, olie, edelstenen, toerisme, vruchtbare landbouwgrond, werkelijk alles is voorhanden. Tot nu toe was het echter zo, dat vooral een corrupte 5% bovenlaag van de ruim 50 millioen inwoners het land uitverkocht en het geld doorsluisde naar bankrekeningen in Zwitserland en elders. In 2012 bleken alleen al bij de Zwitserse HSBC bank 99 Tanzanianen geregistreerd met een gezamelijk vermogen van 117 miljoen dollar. Onbewezen maar naar alle waarschijnlijkheid en wat nu steeds meer duidelijk wordt, staat/stond de voormalige president Kikwete en zijn familie aan het hoofd van een invloedrijk corruptiesyndicaat. Het totale bedrag dat aan de staat en de overige 47 miljoen inwoners is onttrokken is gigantisch. Het gaat om miljarden harde dollars. Zo slaagde “men” er nog vlak voor de verkiezingen in om maar liefst 120 miljoen dollar van een 500 miljoen dollar grote subsidie van de EU voor rurale electrificatie achterover te drukken. Dat die 120 miljoen verdwenen was, was al voor de verkiezingen bekend, voor de vorm zijn er wat ministers onslagen, maar het geld is nog steeds zoek. Zo zijn er meerdere schandalen bekend, zoals de “gelegaliseerde corruptie” met toeslagen voor het bijwonen van vergaderingen (de zogenaamde ‘sitting allowance’, ca. 7% van het nationale budget!) en de onderhandse aanbestedingen: allemaal uit de ‘algemene middelen’-kas verdwenen geld.

Hoewel de huidige lijst met maatregelen van het nieuwe bewind tegen de corruptie indrukkwekkend en origineel lijkt, is enige scepsis op zijn plaats. Het zal niet de eerste keer zijn, dat bij het aantreden van een nieuw kabinet in een Afrikaans land als Tanzania maatregelen tegen corruptie afgekondigd worden, die echter bij nader inzien niets meer blijken dan een ‘cover up’ om meer hulpgelden binnen te halen en voor het pluche om zich privé op buitenproportionele wijze te verrijken. Zo is het dus naar het zich laat aanzien ook met de voormalige president Kikwete gegaan.

Bedenk aan de andere kant echter ook een situatie als buurland Rwanda. Daar leidt president Kagame weliswaar een theoretisch democratisch gekozen, doch in de praktijk dictatoriaal en repressief regime. Kagame heeft echter in de ogen van een meerderheid een goed hart voor zijn land en heeft Rwanda binnen enkele jaren tot een voor Afrika ongekende welvaart weten op te stuwen, vooral dankzij de bestrijding van de corruptie. Het kan dus wel!

In Rwanda en, zoals het zich nu dus laat aanzien, Tanzania is het niet een politieke partij, belangengroep of “Arabische lente” maar een sterke president die de ommekeer tot stand brengt.

Wat opvalt is dat de maatregelen direct enkele grote bedrijven treffen die in handen zijn van groot-industriëlen. Bijvoorbeeld het AZAM-imperium van Said Salim Bakhresa, dat vrijwel alles op voedselgebied en transport in handen heeft. En ook bedrijven die (deels) eigendom zijn van de zoon van Kikwete. Deze zoon, Ridhiwani, is een pas afgestudeerde advocaat, die na het aantreden van zijn vader als president in korte tijd een inmens zakenimperium wist op te bouwen, wat hem op zijn minst verdacht maakt van malversaties. Andere zakeniconen haasten zich om alsnog wat belasting te betalen of zijn inmiddels naar India gevlucht. (Veel zakenlieden zijn van Indiase afkomst, hun voorvaderen zijn ooit in Tanzania gekomen tijdens de Engelse kolonisatie.)

Ridhiwani is een naam om te onthouden. In tal van schandalen wordt zijn naam rondgefluisterd, bijvoorbeeld nadat hij in China gearesteerd was voor drugshandel en daarna (in plaats van in China de doodstraf te krijgen) volgens geruchten aan het hoofd kwam te staan van een inmense smokkel van ivoor en neushoorns vanuit Tanzania naar China en die er voor heeft gezorgd, dat het olifantenbestand is gedecimeerd en over enkele jaren de olifant in Tanzania uitgestorven zal zijn als het zo door gaat! Door de sterke perscensuur heeft dergelijk nieuws echter nooit de krant gehaald buiten wat algemene ontkenningen over geruchten van de president zelf en een enkele “wiki-leaks” buiten Tanzania, zoals een brief van een in China gevangen Tanzaniaanse drugssmokkelaar. Wat in elk geval waar is, dat is dat er vele olifanten zijn afgeslacht: 60% van de ca. 110.000 olifanten in Tanzania is in de afgelopen corrupte regeringsperiode vermoord om hun slagtanden. De daders zijn nooit gepakt. Er was kennelijk geen sprake van wil om ze te pakken en/of ze konden op bescherming rekenen.

The proof of the pudding is dan ook: gaat de nieuwe regering de vroegere leiders, nu nog leiders van de CCM of parlementslid, ook echt aanpakken? Gaat de regering ze ontmaskeren als de corruptieschurken van de afgelopen jaren?

Tijdens de vorige regering zijn kranten en radiozenders verboden, bedreigingen naar journalisten geuit en er doen zelfs verhalen de ronde van vermoorde journalisten. Dit alles leidend tot een nog steeds grote mate van zelfcensuur onder de reguliere pers. Hier komt nog bij dat door het lage algemene opleidingsniveau en slechte Engels er ook aan de artikelen die wel geschreven worden vaak geen touw vast te knopen is, tot je in een buitenlandse krant iets leest over hetzelfde onderwerp. Overigens zal ook het verdienmodel van de pers zelf moeten veranderen omdat er er nu vooral verhalen geschreven worden waarvoor betaald moet worden en die dus niets met een onafhankelijke vrije berichtgeving te maken hebben. Aldus is de pers ook een instrument geweest van de rijke 5%-minderheid, die geld had om de berichtgeving in het eigen voordeel om te buigen.

In die zin is het ook interessant om te zien dat nu met het internet en steeds meer smartphones (het aantal computers met internetverbinding in privé-handen in Tanzania is minimaal) er een veel bredere toegang is tot alternatieve berichtgeving, hetgeen ook een belangrijke invloed heeft op wat er nu gebeurt. Zo is er het verhaal van de politieman die gefilmd werd bij het onvangen van steekpenningen en die is ontslagen nadat het filmpje via Facebook viraal ging, waarna er nog maar weinig agenten om te kopen zijn. Ook wordt het voor de corrupte bovenlaag steeds moeilijker om mensen voor de gek te houden.

Los van de persvrijheid zal het nog een uitdaging zijn om justitie, op nummer 2 van de corruptielijst, waar volgens geruchten en ervaring 75% van de rechters en advocaten aan allerlei verdachte zaakjes hebben deelgenomen ter verrijking van zichzelf, zover te krijgen, zichzelf om te vormen tot een controleerbaar instituut. Alleen dan, immers, kan er sprake zijn van een rechtsstaat met gelijk recht voor iedereen en een instrument om ook de grote criminelen aan te pakken. Voorheen was alles mogelijk en loonde de misdaad zolang je maar geld had; een situatie die alles en iedereen frustreert omdat niemand meer ergens zeker van kan zijn.

Laten we alvast een voorproefje nemen met enkele verhalen en geruchten die er zoal, voornamelijk buiten de pers om, rondwaren. Deze hoeven niet noodzakelijk waar te zijn, er zijn in Tanzania vele geruchten die primair bedoeld worden om tegenstanders het leven moeilijk te maken maar gewoon verzonnen zijn. Gezien het bovenstaande en feiten die nu door de aanpak van de corruptie bekend worden, krijgen sommige specifieke geruchten ineens samenhang en komen in een ander licht te staan. Vooralsnog valt op dat de perscensuur nog steeds van kracht is. Bij de verhalen over corruptie worden dan wel bedrijven genoemd, doch het vermelden van de namen van de eigenaren en de relatie met het eerder genoemde vermoedelijk bestaande syndicaat worden nog steeds zorgvuldig vermeden. Het vereist kennis uit andere bronnen om een en ander te kunnen plaatsen. Bovendien weet je ook niet altijd zeker of mensen die genoemd worden inderdaad al of niet aandelen in de genoemde bedrijven hebben. Een goede leidraad is het al langer bekende gezegde dat als je wilt weten waarom iets gebeurt in Tanzania je alleen hoeft te kijken hoe de geldstroom verloopt. Je komt dan altijd uit bij een privé-persoon die er persoonlijk belang bij heeft in plaats van een algemeen belang of democratisch genomen besluit.

Om te beginnen is er het Lugumi-imperium dat geleid wordt door Said Hamad Lugumi met sleutel-parters als Ridhiwani Kikwete en de voormalige inspecteur-generaal van de politie en schoonvader van Lugumi, Said Mwema. Dit bedrijf, handelend in ondermeer beveiliging, ICT, drukwerk en (naar geruchten) drugs, heeft naar verluid talloze lucratieve deals met Tanzaniaanse overheidsorganisaties, zoals de politie. In tegenstelling tot andere toeleveranciers krijgt dit bedrijf echter altijd prompt uitbetaald voor haar diensten.

Zo werden er in 2010 belastingmachines (EFD – Electronic Fiscal Device), bij wet verplicht gesteld. Het idee is dat ieder bedrijf met deze machine dagelijks de verkoopcijfers van hun business naar de belasting moet sturen. Het nut van deze machines is zeer twijfelachtig en bezorgt de ondernemers veel werk omdat elk bonnetje ingevoerd moet worden en er boetes uitgedeeld worden, ook als het technisch niet goed werkt. Deze machines worden echter maar door één bedrijf geimporteerd en verkocht en dat bedrijf is dus mede eigendom van Ridhiwani. Met kosten van rond de 1.000 euro per machine (voor alle Tanzaniaanse bedrijven!) via BTW-aftrek betaald door de overheid, moet dat een enorm lucratieve zaak zijn geweest en nog steeds zijn, zeker nadat in 2013 ook alle van BTW vrijgestelde bedrijven deze EFD’s moesten gaan gebruiken en in het stoffige en warme klimaat gaan ze snel stuk natuurlijk.

Hoewel het nog niet hard te maken is dat het Lugumi-sindicaat er achter zit, lijkt ook het scenario geldig, dat zij er in slaagden om voor alle lagere scholen een geheel nieuwe boekenreeks verplicht te stellen, betaald door de overheid, en alle drukkers van andere reeksen, die kwalitatief veel beter zijn, buiten spel te zetten, opgezadeld met onverkoopbare voorraden van de eerdere schoolboeken.

Over de voormalige president Kikwete zelf is maar weinig in relatie tot corruptie bekend, waarschijnlijk heeft hij dit meer gedirigeerd naar zijn familie zodat het minder opvalt. Wel doet een gerucht de ronde dat hij 1 miljoen dollar heeft opgestreken in ruil voor een vergunning voor de bouw van een nieuw duur hotel op de rand van de beroemde Ngorongoro krater. Ook is the interessant om nu te lezen dat, volgens een van de opositie leiders Dr Slaa, Kikwete betrokken is geweest bij het als “ecrow schandaal” bekende akefietje over de aanschaf van een nieuwe electriciteitscentrale waarbij in 2013 ruim $ 200 mijoen down de drain ging en nog steeds “zoek” is. Dat wordt nu dan toch wel gezegt in elk geval.

De (dure) hotelbusiness heeft überhaubt een twijfelachtige reputatie, bijvoorbeeld omdat deze hotels, net als de telecom-maatschappijen, de eerste 2 jaar van hun bestaan belastingvrijstelling genieten en op wonderlijke wijze elke 2 jaar van eigenaar wisselden en zo weer opnieuw belastingvrijstelling verkrijgen. In de beroemde safarigebieden betaal je zo maar 1000 dollar of meer per nacht per gast, dus daar gaat een hoop geld in om. Ook in de telecom-business duikt de naam van Ridhiwani weer op.

Ook heeft Kikwete, al dan niet samen met zoon Ridhiwani, in zijn thuisstad Bagamoyo een enorm conferentiecentrum gebouwd. Bagamoyo is bekend om zijn vergadercentra omdat het net buiten de afstand ligt van Dar es Salaam waar de ambtenaren extra ‘sitting allowances’ (toeslagen) krijgen als ze daar vergaderen. Aldus bleken vele ambtenaren driedubbel te verdienen; eenmaal via hun salaris, eenmaal toeslag voor vergaderen buiten de deur en eenmaal als eigenaar van de vergadercentra. Nu dat vergaderen buiten de deur in de ban is gedaan, is het in elk geval een lelijke streep door Kikwetes (en een onbekend aantal ambtenaren met hem) rekening met zijn plannen om met zo’n conferentiecentrum door te cashen van overheidsgeld na zijn presidentschap.

Dan is er nog het dispuut over een groot gebied naast het national park Serengeti, dat door het Amerikaanse bedrijf Thompson wordt geëxploiteerd voor de jacht op wilde beesten. Hiervoor dreigen telkens weer enorme aantallen Maasai-bewoners van hun land verdreven worden. Bekend is dat een Arabische koninklijke familie daar in de buurt jaarlijks een jachtfestijn organiseert en dan in korte tijd behalve wilde beesten ook miljoenen dollars er doorheen jaagt. Met deze jacht en ook de stroperij is veel geld gemoeid en zonder twijfel worden daarbij met de nodige steekpenningen in vooral “hoge” kringen geschoven.

Wat in elk geval wel waar is, is dat er zo nu en dan voor de bühne mensen in de dorpen naast de parken opgepakt en mishandeld warden, omdat ze zogenaamd verdacht werden van stroperij, maar het moge duidelijk zijn dat dit in het algemeen niet de daders waren die over middelen als helicopters en zwaar geschut en infomatie over politie-activiteiten beschikten en via goede relaties de dans wisten te ontspringen, tot er nu ineens met het nieuwe regime naar het lijkt wel sleutelfiguren worden opgepakt. Als het over deze stroperij en ivoorsmokkel naar China gaat, duikt dus ook steeds de naam van Ridhiwani weer op.

Aldus wachten we in spanning af of de persvrijheid serieus genomen gaat worden, of het corruptienetwerk daarmee verder bloot komt te liggen en of de “grote jongens” echt voor de bijl gaan. Wat bemoedigend is, dat is dat Magufuli zich afzijdig houdt van partijpolitiek en zich aldus enigszins distancieert van mensen als Kikwete, die nog steeds CCM-partijvoorzitter is. Als Magufuli echt zo transparant en integer is als hij doet voorkomen, heeft hij van de pers niets te vrezen. Integendeel, dan zou hij daar een grote steun aan kunnen hebben. Hoewel dit wel eens anders zou kunnen liggen met het drugs-/corruptiesyndicaat, is het goed te weten dat Tanzanianen in het algemeen alles doen om geweld uit de weg te gaan. De angst onder de bevolking voor dit syndicaat neemt af. Doordat geweld uit de weg gegaan wordt, is het voor enkelen mogelijk hele bevolkingsgroepen te terroriseren, zonder daarvoor gestraft te worden. De toestand gedurende de laatste regeringen bewijst dit. Maar ook het omgekeerde is mogelijk, een sterke man als Magufuli kan nu ook doorpakken zonder veel tegenstand te ondervinden.


« Terug naar nieuwsblog