GoTanzania onderneemt: "Op pad naar Kijiweni"

[24 juli 2016]
Tijdens mij laatste reis door Tanzania bracht ik een bezoek aan Ramadan Issa in Kijiweni, een dorpje aan de oever van het Victoriameer. Ramadan is juist bezig zijn apothekerszaak op poten te zetten. Hij kan dat financieren met een lening vanuit GoTanzania, of eigenlijk: vanuit mij (particulier initiatiefje) is gecreëerd. Met dank aan een select groepje enthousiaste participanten. Hier kun je het verslag van die dag, 18 juni 2016, lezen.

Vandaag op de boot op het Victoriameer moest ik regelmatig denken aan de prachtige tocht over de Niger naar Timboektoe, vijf jaar geleden. Ik pakte m’n koptelefoon en zocht op mijn telefoon, waarop ook enige gigabytes met muziek, naar Orginal Sin van Nina Kinert en naar de live-uitvoering van Walaidu van Vieux Farka Touré. Deze prachtige songs horen bij die herinnering. Heerlijk om dat gevoel op te roepen. Nee, zo magisch als toen was het nu niet, maar het was wel alleszins heerlijk om zo langs de heuvelige kusten van het Victoriameer te tuffen op het primitieve houten bootje.

Ramadan was ons op komen halen. We zouden eigenlijk al om negen uur bij hem zijn, bij de haven van Mwanza. Maar hij had al laten weten, dat het wat langer duurde. We begrepen nu ook pas goed, dat hij een bootje ín Kijiweni had geregeld. Het zou in gaan houden dat dat bootje twee keer heen en weer zou moeten van Kijiweni naar Mwanza. Ook om ons weer terug te brengen naar Mwanza, waarna die ook weer terug naar huis, naar Kijiweni zou moeten.
En we kregen er dus notie van dat deze tocht met dit bootje wel drie uren duurt. Het leek ons al snel een beter idee de bootreis één keer te doen en de terugweg via de weg, met een auto, en de ferry te nemen.
We stonden al een tijdje bij de Kamanga-ferryhaven de algehele drukte te aanschouwen – daar is ook de vismarkt – toen we in de verte een klein bootje steeds groter zagen worden. Ineens kwamen om de hoek van het schier-eiland ook naast elkaar de twee grote ferry’s aan stomen. Er zijn twee concurre-rende ferry-diensten van Kamanga, de overkant van een brede Victoria-meer-slurf. Ze schijnen ook echt elkaar de tent uit te willen jagen en om het hardst te varen. Ramadan zwaait ons toe vanaf het bootje, waarin ook twee ‘bemanningsleden’. Een eenvoudig houten scheepje van een meter of 8. Er liggen alleen wat planken overdwars, op luxe hoeven we niet te rekenen.
We varen nog even de andere kant op, waar bij een ander haventje een paar grote jerrycans brandstof worden ingeladen. En dan varen we af, het meer op. Onze bestemming is aan het puntje van een schiereiland dat aan de zuidkant van het Victoriameer een eind het water in steekt. Het schiereiland is een kilometer of 20 lang; Kijiweni is te bereiken over een verschrikkelijk hobbelige zandweg, vol met grote gaten. Je kunt je niet voorstellen, dat er aan het einde van die weg een dorp met wel 10.000 inwoners is! Het merendeel leeft van de visserij.

Maar zover zijn we nog niet. Je zou de hele boottocht ‘saai’ kunnen noemen. Zoveel gebeurt er niet. Her en der zien we kleine vissersbootjes op het water. Het weer is lekker, zonder dat de zon schijnt. Plukken waterhyacinten dobberen op de golven. Regelmatig drijven lege flessen en jerrycans in het water. Meerkoetachtige vogels schieten diep het water in op zoek naar vis. Er valt niet te wachten op het weer aan de oppervlakte komen. Dat doen ze heus wel, maar je vindt ze nooit meer terug. Of ze nu zo láng onder water blijven, of dat ze op een totaal andere plek weer boven komen, ik weet het niet. Mijn studie ernaar was totaal zonder resultaat. Maar het betrof een van die kleine gedachten- en observatiespelletjes die je doet, terwijl je intens zit te genieten van de situatie waarin je verkeert.
We passeren de nodige eilanden en eilandjes, waarop ook weer dorpjes met huizen met golfplaten daken die liggen te schitteren in het gedempte licht.

Onderweg hebben we ook alvast een tijd met Ramadan zitten praten over zijn bedrijvig-heden en de manier waarop hij alles aanpakt. We nemen eens goed met hem door, hoe hij blijvend inzicht kan krijgen en geven in zijn reilen en zeilen. Dat is voor hem belangrijk, maar ook voor ons. 1806 aankomst KijiweniDe laatste paar maanden had hij zijn eigen maandelijkse ‘instalment’ (terugbetaling van de lening) niet gedaan. Ik bedoel dus: zijn eerste lening, voor zijn medisch laboratorium; de lening van Sengerema. Dat werd veroorzaakt door zijn grote drukte met zijn niéuwe lening: die van mijn kleine investeringsclubje, waarmee hij de opening van zijn apotheek zal financieren. We beklemtonen, dat hij toch echt twee bedrijfjes heeft, twee boekhoudingen moet gaan draaien en tegelijkertijd twee leningen moet gaan aflossen. Het is hem allemaal helemaal duidelijk. En ik heb ook écht de indruk dat dat zo is. Hij is absoluut slim genoeg. Desalniette-min ga ik nog even diep in op het verantwoor-delijkheids-besef dat hij blijvend moet hebben: het is geleend geld.

Er is nog wel een probleem, waarvan Ramadan veronderstelt dat het nog in juli zal zijn opgelost: hij moet nog een licentie krijgen om zijn apotheek te openen. Jeroen en ik fronsen wel een beetje bij het realiseren van het feit dat hij wél z’n initiële investeringen al heeft gedaan, doch nog niet open kan vanwege het ontbreken van deze licentie. Hij benadrukt echter, dat hij heus beschikt over alle voorwaardelijke kwalificaties en documenten, doch dat het domweg een ambtelijke molen betreft. Hij beaamt het zelfs wanneer we veronderstel-len, dat e.e.a. te maken heeft met verscherpte regelgeving en toezicht geïnstigeerd door het nieuwe, op corruptiebestrijding gefocuste, Magufuli-regime.
Tja, het is wel zo: het geld is uitgegeven en nu zijn we aan Ramadan overgeleverd. Hij zal ons echter in Kijiweni vrij gemakkelijk overtuigen van zijn inzet en intenties.

We varen na ruim tweeëneenhalf uur om het puntje van het schiereiland heen. Hier zien we grote blokkendozenrotsen, willekeurig in het water gedonderd. Het meer lijkt zo een gigantische vijver met grijswitte sierstenen. Op de rotsen grote groepen aalscholverachtige vogels. En witte reigers.
Het dorpje Kijiweni kende ik dus al: ik was er in februari samen met Maico, bij wie ik toen 2 weken logeerde: Ramadan was een van de door mij geïnterview-de Sengerema-leners. Het dorpje had nogal wat indruk op me gemaakt. Een goed deel van het dorp is domweg op relatief vlakke rotsen gebouwd. Kijiweni betekent ook gewoon ‘veel stenen’.
Als we aanmeren met ons bootje, ook domweg tussen twee rotsen in, zien we deze rotsen helemaal bekleed met de kleine visjes; ze liggen hier te drogen. Steeds meer kinderen omringen ons. Ik maak foto’s, maar meer foto’s worden er, met telefoontjes, ván mij gemaakt. Veel mzungu’s (blanke mensen) komen er niet in dit afgelegen dorp. Het centrale pleintje is een drukte van belang. W.G. van der Hulst had hier ook prachtige ‘Ik zie, ik zie wat jij niet ziet’-platen kunnen maken: overal is iets gaande. Het is een feest om hier gewoon te gaan zitten observeren.

Dan wandelen we met Ramadan het dorp in. Onwijs leuk om ‘terug te zijn’, alles te herkennen en nóg eens te willen en te kunnen beleven. Het straatje van Ramadan’s laboratorium in. Hij had me enige weken geleden al foto’s laten zien, waarop z’n gevel weer helemaal mooi in de verf: Ramadan Issa Medical Laboratory. Daaronder ook teksten in het Swahili: ‘kom hier voor medische testen en advies’. Daarna lopen we door: een meter of 50 verderop in hetzelfde straatje staat een vrij nieuwe blok van vijf winkeltjes. Hier heeft-ie er eentje van gehuurd voor zijn apotheek. Het is een ruimte van 3 bij 3 of zo. Echt niet meer dan 10 m2. En dan heeft-ie er ook nog een wandje in gezet, zodat er aan de achterzijde een aparte ruimte voor ‘stock’ is ontstaan.
Aan de wanden allemaal kastjes met glazen schuifdeuren en tevens een glazen toonbank/vitrine. Er zijn vier stoelen en daarnaast nog wat andere winkeltoebehoren. Veel geld is gaan zitten in de pui van glas en aluminium, het leggen van de tegels, het verven van de hele winkel. En er is ook een fan. Ramadan laat ons alles zien: zijn hele businessplan, zijn investeringen, zijn beoogde inkopen, zijn veronderstelde marge en winst. Natuurlijk kan hij niet zelf in de winkel staan. Daar heeft hij al een dame voor gevonden en ik krijg zelfs het diploma van deze dame te zien. De huur is op 1 juni gestart en hij is nog niet open, dus dat certificaat moet maar gauw komen.

We trekken nogal wat bekijks. Een steeds grotere groep kinderen omringt ons, staat voor het glas bij het nog lege apotheekwinkeltje te kijken naar ons. Wie zich echter het meest opdringt, dat is een luidruchtige vrouw. Ramadan zegt dat ze zo’n beetje de dorpsgek is. Ik zie inderdaad ook alle kinderen alleen maar om haar lachen. Ze is écht opdringerig. Ze wil per se dat wij voor iets betalen, maar het is onduidelijk wat dat dan moet zijn. Later, als we in een eettentje zitten, komt ze écht te dichtbij, gaat provocatief doen, in haar handen spugen. Toen hebben we haar laten wegsturen. Merkwaardige situatie. Enerzijds voel je je gegeneerd, beetje compassie met zo’n zielig type, anderzijds dringt ook boosheid en ergernis naar voren, waarover je je dan weer een beetje schuldig voelt.
Anyway, we nemen met Ramadan echt álles door. Alles waarop hij moet letten. En ik benadruk, dat ik de communicatie wel redelijk intensief wil houden. We kunnen via Facebook dingen met elkaar, en met de andere sponsors, delen. Maar ik wil ook periodiek de sponsors actief een update sturen, waarin we (Ramadan en ik) laten zien, hoe het met de ontwikkelingen staat. En nogmaals druk ik uit: betaal áltijd je maandelijkse instalment terug! Jeroen zegt: uiteindelijk geeft het natuurlijk niet als het zo nu en dan niet lukt; dan duurt het geheel gewoon vijf in plaats van vier jaren.
Alles telt mee bij de overwegingen, ook ‘wat heb je nodig voor je dagelijkse leven’, wat zijn je particuliere kosten. Ramadan huurt een kamer in het huis van een familie; is-ie erg tevreden over. Hij laat het graag aan ons zien. Dus daar wandelen we ook nog naartoe.
Nog een merkwaardige situatie bij die familie. Hier voedt een vader, met hulp van een ‘maid’, zijn drie kinderen, die alle drie van verschillende moeders komen, die zelf dus de zorg bij vader hebben gelaten. Ramadan zegt dat dat zo vreemd niet is. De moeders komen op zich wel regelmatig langs.
Ramadan is 27 jaar, vrijgezel. Hij is bepaald niet op zoek naar een vrouw of vriendin. Hij wil ook liefst geen meisje in dit dorp. De sociale situatie is niet goed. Er is hier relatief veel sprake van HIV/aids. De jongens/vissers zijn of op het meer of zijn hun verdiende centen aan het wegdrinken (bier). Ze zijn niet betrouwbaar. De meisjes vertonen ook veel onverantwoord gedrag. Ramadan heeft ’t over een meisje dat het met vijf jongens tegelijk houdt. Zo lijkt het aan de ene kant een redelijk idyllisch dorpje hier, maar is er sociaal het een en ander helemaal niet jofel in Kijiweni.

Het wordt ons in ieder geval wel heel duidelijk, dat Ramadan een heel erg serieuze jongen is. Hij straalt rust en een zekere autoriteit uit. Hij zorgt ook goed voor zichzelf, heeft een kek hoedje op. Hij drinkt niet, doet ’s avonds wat physical excercise en ligt om half tien plat. Ik ben heel benieuwd hoe het het komende jaar verder gaat, maar heb er vertrouwen in, dat dit best een mooi en leuk projectje is, die lening voor zijn apotheek.

Uiteindelijk zitten we om vijf uur in een geheel door ons tweeën afgehuurde daladala (public bus, Toyota Hiace’s). Veel auto’s komen hier niet. Eigenlijk komen hier helemaal geen daladala’s. We dingen nog vet af van de prijs en kachelen de zandwegen op. Mooie tocht weer. Na driekwartier kuilen ontwijken komen we bij de doorgaande weg. Ook onverhard, maar wel eentje die vlak is en waar de auto’s makkelijk 70 km kunnen rijden. Ramadan is trouwens wederom met ons meegereden. Dat hoefde helemaal niet van ons, maar wilde dat zelf graag. Het schiet lekker op en als we bij de Kamanga-ferry komen, staat die nét op het punt om af te varen. Er wordt af getoeterd. We rennen de aardig volle boot op, die daarna ook subiet afvaart.

Toen we om 5 uur uit Kijiweni vertrokken, hadden we totaal niet gedacht nog voor het donker hier in ons hotel dichtbij het busstation in Mwanza te zijn. Maar was dus wel zo. Hier op het terras hebben we nog wat EK-voetbal gekeken en een heerlijke tilapia-massala gegeten. Superlekkere vis, fijn Indisch gekruid. De lekkerste maaltijd van de afgelopen 2 weken in Tanzania. En dat voor maar 10.000 TSH (plm. 8 euro), inclusief groenten en frietjes. Jeroen belt nog even met Yvonne (penningmeester Sengerema), van wie we vanmorgen afscheid hebben genomen. Ze heeft inmiddels de Mwanza-Kilimanjaro-vlucht achter de rug en staat op het punt met KLM naar Nederland te vliegen.
Morgenochtend staat de wekker op 5.30 uur! Om 6 uur moeten we op het busstation, aan de overkant van de straat, zijn voor de lange reis (12 uren) naar Dodoma.

 

 


« Terug naar nieuwsblog