GoTanzania op zoek naar het vrijwilligerswerk-aanbod in Moshi

[16 januari 2016]
Tien dagen in Moshi, tien verschillende NGO’s opgezocht, die in en om Moshi vrijwilligers willen ontvangen om bij allerhande projecten mee te werken. Waar zijn wij naar op zoek? Onze agenda is open: hoe ziet het eruit? Wat voor mensen draaien deze projecten? Hoe zoeken ze naar vrijwilligers? In hoeverre houden ze rekening met de voorwaardelijkheden, waarvan wíj vinden, dat ze er rekening mee moeten houden? Loopt het goed, loopt het minder goed? Wat voor vrijwilligers zijn het die ze werven? Zijn de vrijwilligers essentieel voor ze, of zijn ze louter ‘voor erbij’? En zo zijn er nog meer vragen. Vragen die we ons tevoren stelden, maar ook vragen die rijzen als je zo op pad bent.

We – ik ben op pad met Reinier Vriend, mijn bestuurscollega bij de Stichting Volunteer Correct -vonden onze vaste stek in het centrum van de stad. Haria Hotel. Nota bene gevonden, nog toen ik thuis was, omdat dit hotel ook een nevenactiviteit is van een NGO, die hier armoede en ontwikkelingsachterstand te lijf gaat. Het is het beste stekje, dat we ons wensen konden: een heerlijk ‘roof top’-terras, altijd koude biertjes in de koelkast (hard nodig: het is heet hier!) en iedere morgen een heerlijke omelet als ontbijt. Upendo, Anna en de andere dames verwelkomen ons iedere morgen. Meest ben ik kort na zeven uur al op het terras. Dan is het er nog een béétje fris.

Op visite bij elke organisatie vertellen we natuurlijk ook ons eigen verhaal. In de meeste gevallen is dan louter lof ons deel: ze vinden het geweldig, wat wij beogen, uiteindelijk. Ook al putten wij uit in gedisclaim: we zijn eerst alleen nog maar aan het verkennen. Wat voor organisatie stuurt jullie dan? Nou ja, geen enkele dus; wij komen gewoon zélf. We zouden wellicht later ook concreet projecten kunnen ondernemen, maar zover zijn we nog niet.
Iedereen blijft enthousiast. Álle organisaties maken veel tijd voor ons vrij. Meermaals zijn we een halve dag meegenomen naar projecten een uur buiten de stad. Community projecten in relatief ver afgelegen arme dorpen. De organisatoren werken veelal vanuit Moshi zelf. Zij lijken ons meestal tot de lokale ‘upper class’ te behoren.

Modellen
We krijgen ook zicht op de ‘modellen’. Er is meestal sprake van een combi van een projecten-NGO met een safaribedrijfje ofwel een (ook voor toeristen-) ho(s)tel, dat vaak ook gewoon ‘vrijwilligershuis’ wordt genoemd. De aard van de samenwerking hangt veelal af van de origine: was er eerst een safaribedrijfje, dan zijn de projecten eerder opgezet als marketingstrategie: toeristen zijn extra genegen met zo’n bedrijf in zee te gaan: ze doen ook iets goéds. En de rijke toerist, hij sponsort zijn geweten schoon. Het kan aldus een schijnvertoninkje zijn. Bij het Afrishare-initiatief lijkt deze situatie misschien wel van toepassing, ook al verdient deze organisatie op basis van het bezoek en interview dat wij met baas Ibrahim hadden, absoluut nog geen vingerwijzing. Daarvoor zouden we toch nóg dieper de specifieke projecten in moeten duiken. Bij meerdere organisaties zaten de woordvoerders nog niét op het spoor van kritiek op de weeshuistoestanden. Bij andere organisaties werd daarover al begonnen, vóórdat wij het aanroerden. Jawel, ook hier zijn genoeg mensen die de weeshuiswildgroei verfoeien.

Beter is het wanneer het andersom is ontstaan: eerst een project en daarna de speurtocht naar fondsen. Zo zit ’t bijvoorbeeld bij Haria Hotel zelf. De Australische ‘founder’ van Team Vista, dat een kleuterschool draait, bijna 300 primary school-kinderen van schooltenues en -boeken en tevens van schoolgeld voorziet en dat ook nog eens een community-bank organiseert, heeft Haria Hotel sinds nog maar één jaar in eigen beheer. Alle winst van het hotel en het restaurant gaat naar Team Vista! Hostel Hoff, Born to Learn, Foot2Afrika, TATU en Kilimanjaro Young Girls in Need (KYGN): ze leveren ons allemaal verrassende verhalen op, met overeenkomsten, rode draden om geleidelijk beter te gaan herkennen, maar ook met grote verschillen. En ook ontwaren we lijntjes tussen deze organisaties. Born to Learn blijkt opgezet door ex-vrijwilligers van Hostel Hoff; KYGN werft vrijwilligers via Hostel Hoff; de oprichter van TATU was ook betrokken bij de opzet van Born to Learn. Anna van KYGN laat ons haar ‘safe house’ zien. Dat ziet zij als het antwoord op het weeshuis-issue. Met het safe house-concept mikt ze nadrukkelijk op tijdelijke opvang. Als thuissituaties genormaliseerd zijn, dan moeten alle kinderen terug naar huis kunnen.

Scholen bouwen
Er is voor ons ook veel om weer wat meer van te willen weten. Zo hoor ik van Ally, de manager van Haria, die overdag ook altijd even op pad is, om door Team Vista ondersteunde gehandicapte kinderen naar school te brengen, dat er een stuk land is gekocht in het dorp Newlands, 15 kilometer zuidelijk van Moshi. Eerst worden er nog uien geoogst, maar op termijn moet hier een school gebouwd worden. We hebben vorige week bij Born to Learn vernomen, dat zij juist daar, in Newlands dus, een nieuwe school hebben opgeleverd. Hoe zit dat nu precies? Bij Afrishare vernemen we, dat ze weten dat Foot2Afrika niet meer zou bestaan. Maar laten wij daar nu net de dag tevoren op bezoek geweest zijn. Toch past het verhaal wel: veel van onze vraagtekens worden zo van meer verklaring voorzien: er is een sprake van een doorstart, maar met andere staff. Foot2Afrika moet eens een belangrijke speler zijn geweest; nu doet het zijn best te overleven. Meermaals zien we heel aantrekkelijke vrijwilligershostels, waar bijna niemand verkeert. O, wat zouden ze graag willen, dat we ons in Nederland voor hen zouden inzetten voor de werving van vrijwilligers!
Ik geloof dat we er beide wel uit zijn, dat het TATU-project ons het meest enthousiast maakt. Dat project heeft echt een heel dorp in projecten ‘geadopteerd’. En wat vooral zo aanspreekt, dat is dat het een echt ‘project’ is: het is helemaal gericht op het uiteindelijk weer aan de lokale gemeenschap overdragen van de in gang gezette ontwikkelingen. Hier is per definitie ook geen sprake van ‘unskilled volunteerism’.

Om de informatie een beetje langs één latje te kunnen halen, heb ik een formuliertje opgemaakt. ’s Avonds vul ik het formulier voor elke organisatie in. Dit is een goed handvat voor de volgende fase, als we echt kunnen gaan bekijken, wat we hiermee nu kunnen. In deze volgende fase hebben we natuurlijk véél meer informatie nodig over alle projecten. Transparantie blijft ons sleutelbegrip!

Netwerken
Tien dagen netwerken heeft heel wat contacten opgeleverd. Enerzijds hebben wij nu bekende gezichten voor de mensen hier; anderzijds hebben wij zicht op wat de projectontwikkelaars hier nu allemaal doen. Er zijn er uiteindelijk nog veel meer te vinden in Moshi en omstreken. Wat ons in ieder geval duidelijk is: er is veel behoefte aan inzet van vrijwilligers. Het zal eerder een struggle worden, om de vrijwilligers te vinden. Niet dat er niet genoeg zijn, maar de internetmarketing van de grote voluntourism-ondernemingen is niet gemakkelijk te bevechten. Bovendien is dit land bestuurlijk en politiek ook in een ‘state of change’. Veel betrokkenen zijn best een beetje bang dat de regering in zijn drang om corruptie te bestrijden de mogelijkheden voor vrijwilligers aanscherpt, als antwoord op misbruikpraktijken in het verleden.

Komende week nog wat aanvullende ervaringen opdoen in Arusha. Daarover, en daarna over de wat intensievere betrokkenheid bij een viertal projecten in Mwanza, later meer op dit platform.

Niko Winkel , 16 januari 2016


« Terug naar nieuwsblog