MamboViewPoint – uitzicht op paradijs en ontwikkeling (1)

Mambo was mijn kantelpunt, vorig jaar in maart. Na een ervaring van drie maanden meewerken aan een onthutsend ‘voluntourism’-project in Arusha, kwam ik hier terecht, voor een paar dagen verpozing, en vielen de kwartjes: ontwikkelingswerk, vrijwilligerswerk… het hoéft geen bizarre wereld te zijn vol van onmacht, onwil, onvermogen, onbegrip en dubieuze bedoelingen. Het kan ook anders. Wat was ik blij met die ervaring. Ik nam me één ding voor: hier kom ik weer terug. Terug in Mambo, bij de ecolodge MamboViewPoint, waar duurzame ontwikkelingsprojecten hands-on worden opgezet.

Op deze reis van bijna drie maanden ga ik meerdere projecten bezoeken. Projecten die proberen een ethisch verantwoord antwoord te zijn op het opportunistische verdienmodel van de meeste grote vrijwilligerswerk-ondernemers. Duurzaam vrijwilligerswerk, is het mogelijk? Zeker wel. Herman en Marion zijn, ook al ruim in de vijftig toen, zes jaar geleden neergestreken op het noordelijkste puntje van het Usambara-gebergte. Het plan: een eigen ‘ecolodge’ bouwen en de hele onderneming baseren op het stimuleren van de lokale gemeenschap, zowel economisch als sociaal. Ik ben hier nu een week en blijf er nog vier.

De inmiddels 21 werknemers van MamboViewPoint voeden bij elkaar meer dan 100 mensen in het dorp Mambo. Backpackers en ‘overlanders’ waaien hier aan. Zanzibar-toeristen komen hier nauwelijks: het is te ver. Als je de doorgaande weg van het noorden bij de Kilimanjaro naar het zuiden bij Dar es Salaam halverwege verlaat, klim je dit intieme gebergte in. Het is in oppervlakte niet groot, 90 bij 40 kilometer, maar het is een wereld op zich, waar je pas in Mambo aankomt na nog eens 3 uren hobbelen over oranje-gele modderbergwegen. Ondertussen kun je je vergapen aan het sprookjeslandschap, dat doet denken aan een mix tussen terrassenlandschappen op Bali en de ‘shire’ waar Hobbit Frodo opgroeide. Een paradijselijker groen berg- en cultuurlandschap is nauwelijks voor te stellen. De mensen hier overwegen niet de gammele bootjes aan de Libische kust op te zoeken. Samen met Josef, als gids, heb ik vanmorgen een lange wandeling gemaakt langs de hoge klif. Josef is eens, een uitwisseling via de kerk, een tijdje naar Duitsland geweest. De ‘culture shock’ was echter veel te groot en hij is veel vroeger dan bedoeld weer naar huis gegaan. Als je hier bent, kun je je dat héél goed voorstellen.

De andere kant is, dat de bevolking erg arm is: een gemiddeld inkomen van nog niet eens 1 dollar per dag. Drinkwater, elektriciteit, brandhout, gezondheidszorg, in alles is dit gebied geweldig achtergebleven. Dat geldt vooral ook voor opleiding en maatschappelijke emancipatie. Van ontwikkelingsgerichtheid is te weinig sprake. De helft van de tijd dat de kinderen op school zitten, krijgen ze geen les. Het gebied barst ook uit z’n voegen: de gezinnen zijn groot, de terrasperceeltjes tegen de hellingen klein. Misbruik van de natuurlijke hulpbronnen ligt altijd op de loer, met boskap en erosie tot gevolg. Het leefklimaat in de huizen van droge modder is vaak abominabel. Er is één dokter voor 30.000 mensen, geen ambulance. En zo kun je nog wel even doorgaan.

De ‘eco’-kwalificatie is regelmatig een wassen neus bij ‘ecolodges’ in Tanzania, maar hier is daarvan geen sprake. Alles is lokaal georganiseerd, met natuurlijke materialen uit de omgeving, op basis van zonne- en windenergie. Als ik een douche neem hangt er een energiemetertje aan de douchekabel om me te vertellen hoeveel water ik heb verbruikt. En om zes uur ’s morgens hebben de dienstdoende nachtwakers de houtkachel buiten aangestoken; het kacheltje dat mij straks een warme douche bezorgt.

Op het hoogste punt van de berg, waarop MamboViewPoint is gebouwd, staat het slaaphuis voor de vrijwilligers. Als je hier twee maanden naartoe gaat om mee te werken aan een project, of om er zelf eentje op te zetten, dan betaal je €20 per dag voor het verblijf in dit knusse huisje, een ontbijt met een naar eigen believen belegde omelet, een lunch met vers gebakken chappati (pannenkoek) met banaan of avocado en ’s avonds een verrassend uitgebreid diner. De yoghurt, het brood, de vijgenjam, de kaas: alles is zelfgemaakt. Dat hebben vrijwilligers ze geleerd.
Verspreid over de bergtop zijn zes prachtige en allemaal van elkaar verschillende gastenhuisjes gebouwd. Ook zijn er luxe tenten onder een rieten dak. Je hebt je eigen terrasje bij je sprookjeshuisje en je hebt een uitzicht zo mooi als je in je hele leven nog nooit gezien hebt: de klif gaat hier bijna loodrecht 1400 meter naar beneden. Diep beneden zie je een smalle vlakte, waarachter de bergen van het Pare-gebergte oprijzen. Als je bij helder weer ietsje naar rechts kijkt, dan zie je in de verte de Kilimanjaro, hoewel 160 kilometer ver weg.

Eigenlijk kun je álles hier doen, meewerkend aan de sociale en economische opbouw van de regio. Maar dat houdt dus niet in, dat je zomaar ‘op de bonnefooi’ hier wel een projectje kunt doen. Wat kun je? Waar liggen je kwaliteiten? Wat voor persoon ben je? Er wordt vooraf goed overlegd en overwogen; aan opportunistische fun-zoekers heeft MamboViewPoint niks.
Onlangs is de Stichting Jamiisawa opgericht door Herman en Marion: duurzaam toerisme is voor MamboViewPoint, community-projecten worden bij Jamiisawa ondergebracht. Herman en Marion zitten in het bestuur, maar verder wordt de stichting door lokale mensen gerund, met een kantoor en werklokaal met een flinke rij tablet-computers op het terrein van de lodge. Het ‘drop in’-programma, één van de Jamiisawa-projecten, trekt kinderen, die om wat voor reden dan ook niet meer naar school gaan, hier naartoe om toch opleiding te genieten. Ik ga de komende weken ook een bijdrage leveren: leren hoe ze internet (beter) kunnen gebruiken. Ik ben zelf nu bezig met het systematiseren van de bibliotheek vol vanuit Europa gesponsorde boeken.

Hosa, de ‘motor’ van Jamiisawa – hij komt dagelijks lopend een uur gaans hier naartoe – vertelt me, dat het belangrijk is, dat we de ‘accountability’ van de betrokkenen bij alle projecten verbeteren. Daarvoor is meer administratieve organisatie nodig. Gisteren nam hij me mee naar een school. Eén van de sponsors van MamboViewPoint is een Spaanse gepensioneerde leraar, die hier vorige jaar een tijd heeft lesgegeven op een secundary school. Toen hij de primairy school in het dorpje Mwentiindi, hier een kilometer of vier vandaan, zag, heel donker, grauw en afgebladderd, bood hij een budget aan om de school helemaal te schilderen. Hosa en ik bekeken de voortgang. Het budget schiet al op. Het schilderwerk vraagt meer tijd en aandacht dan begroot. Hoe is dit gepland? Welke afspraken zijn gemaakt? Hoe kun je met elkaar op elkaar rekenen? De ‘cultuur’ is wat je ervan verwacht: tering naar de nering en we zien wel waar we uitkomen. En de spelregels veranderen tijdens het spel. Misschien kunnen we hier een administratief systeempje op bedenken, zeg ik, met behulp waarvan we beter kunnen volgen, hoe het staat met voortgang en budget? Hosa kijkt me verwachtingsvol aan.

Vanmorgen kwam er een verzameling nieuwe fornuiskacheltjes aan. Kacheltjes die bedoeld zijn voor de modderhuisjes, waar de families de hele dag in de rook van hun slecht verbrandende houtkacheltjes zitten. Dit is preventieve gezondheidszorg. Deze families gaan deze kacheltjes zelf betalen, maar ze worden wel geholpen met de eigen kracht om het te financieren. Zo is er ook juist vandaag een grote hoeveelheid planken gebracht. Een lokale houtboer heeft een stuk van zijn productiebos gekapt, hij kon de cirkelzaag van Herman gebruiken. Maar het was veel meer hout dan Herman had besteld. Herman pakt direct door: weet je, laat maar hier, dan gaat de timmerman hier er stoelen van maken en die verkopen we in het dorp.

Als je ziet hoe natuurlijk toegevoegde waarde gecreëerd wordt hier, dan ga je automatisch helpen. Dan word je een ‘Friend of Mambo’, die een project sponsort. Of dan blijf je gewoon een tijd langer en gaat helpen de school te schilderen; ‘overlanders’ en backpackers hebben immers vaak de tijd aan zichzelf.
De primary school in Mambo is buitenom opgeschilderd met prachtige kunst: een artistiek echtpaar dat er een maandje langer voor bleef. Een culturele antropologie-studente deed onderzoek en schreef haar scriptie over de ontwikkelingen rondom het medicijngebruik: hoe verhouden traditionele en moderne geneeskunde zich hier cultureel tot elkaar? Over een maand komen er een paar vroedvrouwen uit Nederland om vrouwen hier op te leiden. Over twee maanden een Poolse ecologisch-landbouwkundige, die extracten van lokale planten gebruikt voor lotions en drankjes. Het doel: dit de mensen hier leren met het oog op nieuwe producten om te verkopen.

Ik blijf hier nog een week of wat. Vertel graag over enige weken verder over mijn Mambo-ervaringen.

Niko Winkel
www.gotanzania.org


« Terug naar nieuwsblog