MamboViewPoint - Verslag van een correcte vrijwilliger

MamboViewPoint – 20 mei 2015 – 17 juni 2015

Iedere morgen wakker kort na zonsopkomst. De dagen voor de mensen hier duren ook echt van zonsopkomst tot zonsondergang. Zo tellen ze ook de tijd: zeven uur ’s morgens heet het eerste uur van de dag: ‘saa moja kamili’. De nacht vált ook echt, hier: binnen een half uurtje is het hartstikke donker. Tenzij de maan vol is, dan kun je er bijkans bij lezen. En duizenden sterren prikken gaatjes in een eindeloos zwart plafond. Loop je dan over de top van de berg, waar het vrijwilligershuisje staat, dan waan je je in een stil en gigantisch theater. Hoewel? Je hoort áltijd wel wat; de geluiden dragen kilometers ver door de dalen. Een koe, een haan. En op gezette tijden van her en der de muezzins, galmend door hun luidsprekers. Maar het meest nog hoor je, overdag dan, de kinderen. Er zijn er zóveel hier! In het dorp Mambo wonen 5000 mensen en er zitten er 2000 op de basisschool.

Mambo ligt een kleine 2 kilometer afdalen in het dal. Er rijden pikipiki’s rond. Die brengen je voor een prikkie (althans: naar ónze maatstaven) van dorp naar dorp (of van MamboViewPoint naar dorp), maar veruit de meeste mensen lopen hier. Lopen eindeloos. De studenten die de afgelopen maand de door mij zelf opgezette Word- en Excel-lesjes hebben gevolgd, hadden daar anderhalf uur lopen heen en ook weer anderhalf uur terug voor over. Ally en Josef zijn de gidsen bij MamboViewPoint. Ze wonen in Mtae, het dorpje dat je hiervandaan over de volgende bergkam uitgestrekt ziet liggen, en lopen alle dagen. Ook als er geen werk voor ze is. Ook dat is minstens een uur afstand. Maar loop je de prachtige wandelingen langs de klif, naar de grotten of door het regenwoud met ze, dan is het toch net alsof ze geen weerstand tegenkomen, zo lichtvoetig. Alle mannen zijn hier zo rank Twiggy in haar beste jaren. Ook veel vrouwen trouwens, al geeft het voor vrouwen juist weer status, niet al te slank te zijn.
Maar ja, het is hier in de bergen ook werken, werken, werken. Ik heb me laten vertellen, dat ze hier ook nóg harder werken dan vroeger. En dat MamboViewPoint daar zelfs een beetje de hand in heeft.

Herman en Marion, het MamboViewPoint-echtpaar, vertrokken zes jaar geleden uit Lienden om de rest van hun leven hier te leven ván de opbrengst van hun te bouwen lodge en te leven vóór het op duurzame wijze helpen van de mensen hier om een gezonder leven met iets meer welvaart op te bouwen. Dat is geen hoogmoed: de mensen zijn, grosso modo, straatarm en daar zitten enige min of meer nodeloze kanten aan, want het is een prachtig vruchtbaar land. Geef je de koeien iets meer van de juiste aandacht en medicamenten, dan heb je veel meer melk. Geef je de dames, die hier traditioneel de moeders helpen bij bevallingen, een beetje opleiding, alleen al in hygiëne, dan redt dat levens. De kindersterfte is héél hoog. Zorg je dat ze een rookloos kacheltje in hun lemen hut gebruiken, dan zitten ze ineens niet meer de hele dag in verstikkende rook in hun aardedonkere kamertje, waar ook de babies liggen te slapen. Je hoort ze wel, maar je ziet ze niet. Door de zware mist in huis. Longziekten zijn dan ook nummer één hier.

Ook de watervoorziening mag niet onvermeld blijven. MamboViewPoint organiseert het graven van putten en het aanleggen van de Blauwe Pompen van Fairwater. Die pompen gaan dertig jaar mee en het is geen kwestie van installeren en wegwezen: MamboViewPoint onderhoudt ze en zorgt dat het niet ‘gratis’ is voor de mensen hier. Dat zou de dood in de pot zijn: het ‘big issue’ in de hele derde wereld met veel ontwikkelingshulp.

Waar mijn eigen inzet op gericht was, dat was weer heel wat anders. Natuurlijk, het was een participerende observatie. Mijn eigen project is immers: Tanzania leren kennen vanuit de goéde ontwikkelingsprojecten, waarbij ook gebruik gemaakt wordt van internationale vrijwilligers. Ik ben geen verpleegkundige, geen landbouwdeskundige, geen techneut, geen sociaal werker. Maar ja, de meeste internationale vrijwilligers zijn dat ook niet. Sterker nog: die zijn 20 jaar oud en (sorry, youngsters), die hebben nog geen énkele expertise die normaal gesproken rechtvaardigt dat je hier de mensen wat komt leren. Voor mij een voordeel, op zich: kan ik me blijvend de wetenschap, dat 90% van het vrijwilligerswerkpotentieel heel veel- en goedwillend is, doch min of meer ongekwalificeerd, blijven realiseren. Want mijn expertise is ook niet écht van het toepassingsniveau als dat van een arts, verpleegkundige.

Mijn productiviteit in vier weken: het ontwikkelen en inrichten van de bibliotheek met zo’n 250 titels. Ze zitten nu in de computer en ik heb er een systeempje (software) voor gebouwd, met behulp waarvan Hoza, de manager van Jamiisawa, het hele beheer- en leenproces kan bijhouden. Hoza is er heel blij mee.
Daarnaast heb ik een uitgebreide Powerpoint-presentatie gemaakt ten behoeve van een instructieles Word voor beginners. En ook zo eentje voor Excel. Henrish is hier bij Jamiisawa in dienst om studenten te helpen. In het klaslokaaltje van Jamiisawa staan vijf computers op een rij. Vier daarvan zijn kleine tablets en daarnaast zijn er twee grote laptops met een Spaans toetsenbord. Ik weet nu ook de werkelijke symbolen, waar de toetsen naar iets anders wijzen. Dus achter de toets met dat vraagteken op z’n kop, daar zit in werkelijkheid ‘)’. Raphael, een gepensioneerde Spaanse leraar, is hier al meerdere keren geweest. Hij leerde de kinderen op de basisschool beter Engels. En hij liet ook een paar oude laptop’s achter. Ook die van Hoza is Spaans en hem heb ik ook uitgebreid Word en Excel bij zitten brengen.
Een ander projectje van Hoza is het kopiëren. Regelmatig hebben de mensen hier ergens een kopietje van nodig. Een identiteitsbewijs, een contractje, whatever. Dan komen ze de berg op lopen om hier van het enige kopieerapparaat in de omtrek gebruik te maken. Daar betalen ze dan 300 shillingen per kopie voor (die natuurlijk ook weer het ‘community fund’ in gaan, al weten de mensen dat zelf verder niet). In een Excel-sheet houdt hij het bij. Ik heb daar even wat formules in gezet en daarna de sheet beveiligd. Nu hoeft hij alleen maar bij te houden, wanneer, aan wie en hoeveel kopietjes hij maakt en alles wordt bijgehouden. Hij had al heel wat telfouten gemaakt, dus de kas klopte ook veelal niet.

De computers hier zijn de enige computers in de wijde omtrek. Twee van de studenten, die elke middag bij ons komen binnenwandelen, zijn leraren op de basisschool van Kwentiindi, een dorpje een viertal bergen en dalen verderop. Zij hangen aan mijn lippen als ik, in hun ogen, “tover” met de computer. Vooral met Excel is dat ongelooflijk leuk en betrap ik mezelf er ook op, dat ik er mee aan het ‘spelen’ ben: “kijk eens, als je dit dan gedaan hebt, en je klikt op die toets….” en dan de schrik in hun verwonderde ogen, als ze zien dat álle data mee veranderen.
Deze jongens zijn onderwijzer, hun Engels is heel matig, hoewel ze zelf ook Engels geven op school. De andere studenten zitten op de secondary school en zijn tussen de 15 en 19 (maar leeftijd schatten hier is erg lastig; ik dacht in het begin ook dat de twee leraren leerlingen waren). Hun Engels is nog wat matiger. Ze krijgen echter iets als “ik snap het nog niet, wil je het nog een keertje uitleggen” niet over hun lippen. Ze zeggen alleen maar ‘yes’. Heb je het begrepen? Yes. Heb je het niet begrepen? Yes. Als Henrish – eigenlijk ben ik natuurlijk de teacher’s teacher geweest – zelf les geeft, dan staat hij als een professor achter de gebogen ruggen van de studenten, turende op hun miniscule tabletbeeldschermpjes, en klinkt het alsof hij heer en meester is over studenten en stof. Maar dat is maar schijn: Henrish weet ook nog héél weinig. En hoezeer ik ‘m ook heb uiteengezet (ook als onderdeel van het lesje), dat je in Word-documenten geen ruimte moet creëren met de spatietoets (‘Henrish, spaties zijn onzichtbare duivels! Ze schuiven al je tekst over de rand als je iets verandert’) , hij blijft het gewoon doen. Herhalen, herhalen, herhalen, zegt Marion weer. Ik ben ook net zo: zij moet het bij mij weer herhalen en herhalen. Nou, Marion, het is geland hoor. Het ontwikkelen gaat hier van ‘au’ en het gaat stapje voor stapje. Alle verhalen van Herman en Marion, over alle projecten en ontwikkelingen in vijf jaar, tekenen het: duurzame ontwikkeling, het gaat langzaam. Maar het is duurzaam. Het beklijft. Er is veel ontwikkeling hier.

Daarnaast had ik nóg een project. In Excel ben ik aan het bouwen geweest aan een administratief beheersysteem voor de Jamiisawaa-stichting, waar nu zo’n 11 mensen, sommigen vast, sommigen op projectbasis, voor aan het werk zijn. Dit systeem kan hopelijk voor Herman een goeie opzet zijn om op voort te bouwen. Dit was dus ‘secundair werk’: werk ten dienste van de stichting, maar zónder dat ik direct met de locals in de weer was. Jawel: boven op de Mambo-berg een paar weken gewoon een kantoorbaan. Ook dát kan! Het heeft wel iets surrealistisch.

Alles wat ik tot dusver heb opgeschreven, beslaat ongeveer de helft van mijn wakkere uren bij MamboViewPoint en de vanuit MamboViewPoint opgerichte Jamiisawa-foundation. MamboViewPoint is de ‘onderneming’, waaruit evenwel heel veel funding van de community-projecten komt. Jamiisawa is de stichting, met locals in het bestuur, en is dan ook niet onderworpen aan ondernemingsbelastingen.
De andere helft van de uren is er ruimte genoeg om de omgeving te leren kennen. Je kunt fantastische ‘hikes’ maken door de bergen, samen met één van de gidsen van MamboViewPoint. Voor vrijwilligers zijn deze halve of hele dagtochten ook helemaal zonder kosten. Ik heb ook drie weken lang iedere ochtend een uurtje Swahili-les gehad van Josef.
En in de verschillende dorpjes zijn op verschillende dagen ongelooflijk kleurrijke markten. Meerdere keren ben ik mee geweest met Hoza of anderen voor een bezoek aan een school. Zo werden er instructieve schoolplaten bezorgd bij scholen. Deze waren gemaakt door Makanyaga, die als kunstschilder in dienst is bij Jamiisawa en ook meewerkt aan het ‘drop-in’-project, dat kinderen die om wat voor reden dan ook uit het schoolsysteem zijn ge’dropt’, opvangt. Makanyaga heeft op de lange wand in mijn kamer in het vrijwilligershuisje een hele grote schildering gemaakt van mijn eigen gezin, aan de hand van foto’s, maar gesitueerd in het Kilimanjaro-landschap. Makanyaga maakt dus ook deze schoolplaten. Gijs, uit Alphen aan den rijn, heeft hier een kindercircus opgezet. In het weekend crossen de kinderen op éénwielers de berg af.

MamboViewPoint laat gasten ook zien, waar ze allemaal aan mee kunnen werken. Zo kun je een paar bomen planten. Het is zinvol om de bomenstand hier weer terug te brengen naar ‘vroeger’: de watervretende uitheemse Eucalyptussen en ander bomen, ze moeten eigenlijk goeddeels weer vervangen worden door inheemse boomsoorten. En je kunt dus ook zo’n schoolplaat sponsoren. Word je ‘Friend of Mambo’ dan zit je in het systeem; er zijn meer mooie projecten, die je kunt steunen. Dat is erg ‘belonend’: hier komt álles aan op de juiste plaats. Gedurende mijn periode was ik de enige vrijwilliger bij MamboViewPoint. Het was ook een relatief stille tijd. Weinig toeristen. Zo nu en dan kwamen er ‘overlanders’ aanwaaien, heel Afrika doortrekkend in een jeep. Als er toeristen waren, dan was het direct ook een stuk levendiger. Ik zat hier gewoon domweg in ‘hartje winter’. Ook voor wat betreft het weer was dat te merken: ik liep de meeste tijd met een sweater aan. En ’s nachts valt de temperatuur naar beneden naar zo’n graad of tien. De Kilimanjaro, 160 km verderop, kun je hier bij helder weer vanaf de bergtop zien, maar ik had pech: heb ‘m niet één keer kunnen zien. Maar ach, het is slechts het slagroompuntje op de taart: iedere morgen nam ik het diepe dal weer in me op, met de dorpjes in de vlakte 1300 meter lager, de Pare-mountains aan de ‘overkant’ en de Mtae-bergkam in het oosten. In het westen zie je zelfs in de verte de highway van Dar naar Arusha. Het blijft adembenemend mooi.

In juli komt er een Poolse creatieve landbouwdeskundige, komen er een paar vroedvrouwen en een onderwijzeres uit Nederland en komt er een groep studenten uit Amerika. Ook het toeristenseizoen staat net weer op het punt van beginnen. Marion en Herman hebben best veel last gehad van de Ebola-epidemie (te zot voor woorden, want West-Afrika is heeeel ver weg), maar ze draaien goed met hun sociale onderneming en hun community-projecten. Marion was nét, voor het eerst in zes jaar, een maandje naar Nederland geweest. De culture shock was immens: ze is blij dat ze weer terug is en kon er maar moeilijk over uit, hoe ‘aangeharkt’ Nederland is: ‘ik zou daar niet meer kunnen wonen’.

Ik ben dankbaar dat ik een maand heb mogen verkeren op de berg bij MamboViewPoint. Dat klinkt een beetje stichtelijk, maar ik meen het ook zo. Ik beschouw het als een voorrecht, deze maand aan het rijtje piekervaringen in mijn leven toe te kunnen mogen voegen.

Nu kan ik dit verhaal praktisch gaan vertalen naar mijn eigen project: GoTanzania!. Want daar ging ’t me om: ‘spread the word’ over de échte ontwikkelingsprojecten, die ook werken met vrijwilligers, in Tanzania. Dit was een prachtige start voor mij.

www.mamboviewpoint.org
www.jamiisawa.org

Niko Winkel, 19 juni 2015


« Terug naar nieuwsblog