Sarakasi ya Vijana – jonge acrobaten bij de Muskietenrivier

[12 augustus 2015]
Sarakasi ya Vijana. Zo heet het project dat vanuit Nederland door de stichting Twiga wordt ondersteund. Sarakasi ya vijana betekent ‘jonge acrobaten’. Of, iets poëtischer: acrobatiek van de jeugd. Ik heb al vaak gemerkt dat in woorden in Swahili vaak de Engelse achtergrond nog te herkennen is, dus ik heb nog steeds het idee dat ‘sarakasi’ wel van ‘circus’ zal afstammen, maar zeker weten doe ik dat niet. Het gaat in ieder geval wel over kinderen. Kinderen in Mto wa Mbu, een stadje van zo’n 30.000 inwoners in de buurt van de beroemde Ngorongroro-krater in Noord-Tanzania. Mto wa Mbu betekent Muskietenrivier. Het gaat over kinderen die heel weinig vaste grond onder de voeten hadden en die nu via vallen en opstaan het leven leren leven, de acrobaten van de jeugd kunnen worden. Dankzij Sarakasi ya Vijana en Twiga.

Aan de wieg van dit project staat Machteld Speets. Zij is in 2004 met dit project begonnen. Een jaar of vijf geleden is het huidige complex gebouwd, zo’n drie kilometer vanaf het dorp aan het einde van een lange zandweg. De locatie is prachtig, in het bos vol met velvet monkey’s en overvliegende maraboe’s, en een paar honderd meter verderop is de spectaculaire savanne, met verspreide koeienkuddes met Maasai-cowboys en uitzicht naar Lake Manyara, waar je in de verte de flamingo’s ziet. Het nationaal park Lake Manyara ligt vlakbij. Mto wa Mbu is ruraal, maar het is ook een overslag- en overblijfplaats voor safari-toerisme. Een gezellig en druk dorp op een spectaculaire locatie, tegen de Rift Vally-helling aan, zomaar 500 meter loodrecht omhoog.
De website van Twiga vertelt echt álles over het project, over de doelen en de missie, over de staf en over de kinderen, over hoe vooral vanuit Nederland intensief aan fondsenwerving wordt gedaan, over hoe het totáál op vrijwillige inzet is gebaseerd. En ook veel nieuwsberichten van en over de enthousiaste mensen die zich voor Sarakasi ya Vijana inzetten. Dat geeft mij de ruimte om me in dit verhaal te kunnen beperken tot mijn eigen ervaringen: eind juli bracht ik drie dagen door bij Sarakasi ya Vijana.

Toen we aankwamen was er net ceremonieel afscheid genomen, met de kinderen die naar de nursery school (3 tot 6 jaar) gaan en hier dus overdag zijn, van twee vrijwilligers én van de voorzitter van de Twiga-stichting, gevestigd in Nederland. De volgende morgen zijn ze vertrokken. Het was voor mij een mooi toeval, ook de voorzitter, Anne Marie van Lanen, nog te spreken. Ze is vanaf de start voorzitter, maar ze was nu zelf voor het eerst in Tanzania. Zo kon ze ‘in the flesh’ het functioneringsgesprek met Elvera houden, die hier nu al een klein jaar, als vrijwilliger, het project coördineert. Elvera had al aangegeven, dat ze graag nóg een jaar blijft. De voorzitter heeft net twee weken zelf kunnen ervaren, hoe goed het loopt met het project en ze is dan ook heel erg blij dat Elvera langer wil blijven. Elvera wordt terzijde gestaan door Mieke, die er ook al sinds mei is en ook vorig jaar al een half jaar hier is geweest. Dat lijkt zo’n beetje een rode draad, zo merk ik geleidelijk: weinig mensen komen hier maar één keer. Sharon, een Vlaamse die ook de volgende morgen zal vertrekken, heeft nu voor de 3e zomer achterheen haar hele zomervakantie hier doorgebracht. Kun je je voorstellen dat je al jaren voorzitter van een stichting bent die een project in Tanzania faciliteert en dat je dan eindelijk het resultaat ziet! Anne Marie is helemaal blij.

Het is een kleine en hechte gemeenschap hier, bij Sarakasi ya Vijana. Aan het einde van de drie kilometer stoffige zandweg sta je voor het hek en doet één van de Masaai-jongens, die hier als bewakers werken, het grote hek open. Rechts staat een bibliotheekgebouw, waar ook vergaderd wordt. Links verderop, achter het speelveld met twee voetbaldoelen, staat het grote gebouw met een hoog puntdak, waarin de keuken, de drie klaslokalen van de nursery school, speel- en vermaak-ruimte, onder de veranda de grote eettafel. Daartegenover de ‘buitenschool’: een mooi half-open gebouw, waar de kinderen vaak verkeren en ook les krijgen.
Daarachter tot slot een gebouw met kantoor en ook verblijfsruimte voor vrijwilligers. Aan die kant is er ook een soort van poortgebouwtje met een rieten dak en daarachter kom je op een apart deel van het erf, waar drie schilderachtige ronde banda’s staan: ronde, rietgedekte gebouwtjes met een eigen veranda. Dat zijn de huisjes voor de ‘gasten’. Niet dat het project zo nadrukkelijk adverteert als ‘lodge’, maar het gebeurt toch ook wel vaak, dat mensen ‘op bezoek’ komen en dat brengt zelfs ook nog wat centen in het laatje. Wij kregen dus ook zo’n banda. Een absoluut prachtig plekje om te verblijven. Voor ons waren het drie nachten, maar ook als je dit als uitvalsbasis gebruikt om de wildparken in de buurt te bezoeken: beter kun je het eigenlijk niet hebben!

We ontmoeten de Masaai-jongens en de ‘mama’s die voor het huishouden voor het eten zorgen. Zo stellen ze zich ook voor: Mama Carolina, Mama Flora. De namen zijn dan dus de namen van hun kinderen; hun eigen naam wordt niet meer gebruikt. En de drie onderwijzeressen. En William, de maatschappelijk werker van Sarakasi ya Vijana.
Ik heb al snel in de gaten dat Elvera en Mieke de touwtjes stevig in handen hebben en begrijp de blijdschap van Anne Marie.
Het belang daarvan begint na een dagje ook tot me door te dringen. Wat deze organisatie enerzijds heel bijzonder en anderzijds heel ‘gevoelig’ maakt, dat is dat hier geen sprake is van een “baas/manager” die altijd blijft: het drijft volledig op vrijwilligers. Het is dus geen sinecure om hier de continuïteit op de juiste wijze te borgen. De begeleidende organisatie in Nederland is dan ook zéér actief, enerzijds op het terrein van de fondsenwerving, maar anderzijds ook op het terrein van het ‘organiseren op afstand’ van de praktijk op de Tanzaniaanse werkvloer.
Machteld Speets, die de organisatie ‘heeft neergezet’ – zij is hier tien jaar geweest – is sinds vier jaar weer terug in Nederland. Ze is nog steeds bestuurslid. Daarna zijn er achtereenvolgens enige coördinatoren geweest, die zich ook lang hebben gecommitteerd en nu is Elvera er dus en zij blijft nog tot juli 2016. Een mogelijke verlenging voor haar behoort tot de mogelijkheden. Het gaat goed met Sarakasi ya Vijana.

De andere kant van de ontwikkeling betreft de kinderen. Op de website van Twiga kun je over alle kinderen informatie vinden. Twiga ondersteunt zo’n 75 kinderen, waarvan het merendeel zonder Sarakasi niet naar school zou kunnen gaan, gedurende de gehele schoolloopbaan en de later studie totdat ze (in het ideale geval) een beroepsdiploma hebben. De ondersteuning geschiedt op verschillende manieren, bijvoorbeeld de schoolfees, de uniformen, bijles, boarding fees, begeleiding van ouders, reiskosten, etc.

Het project is kleinschalig – het gaat niet over hele grote aantallen – en dat wil het ook blijven. De kracht zit ook juist in het persoonlijke, het intieme. De ‘groei’ van Sarakasi zal dan ook vooral zitten in de aanwas van kleine kinderen en het feit, dat er op wordt voorzien, dat de kinderen kunnen en zullen worden ondersteund tot ze echt de volwassenen zijn, die de juiste maatschappelijke bijdrage zélf kunnen gaan leveren, gebruik makend van het onderwijs dat ze hebben gehad. Of dit nu een mooi ambacht is of zelfs de universiteit. Zo komen uiteindelijk de ‘grote kosten’ niet alleen neer op de projectorganisatie die je ziet als je bij Sarakasi ya Vijana bent, want hier is alleen de pre-school (kinderen van 3 tot 6 jaar), aangevuld met de basisschool kinderen die op zaterdagen komen en tijdens vakantie, waarbij dan éxtra onderwijs wordt gegeven, het gaat ook om kosten voor scholing en boarding van de grotere kinderen op andere plaatsen. De oudste student is momenteel 25 jaar. Vorig jaar is de eerste student afgestudeerd als accountant, dat is groots gevierd. Hij is een goed voorbeeld voor de leerlingen die na hem komen.

Als het gaat om de ‘mzungu’s’ (de blanken) bij Sarakasi ya Vijana, dan is de voertaal hier gewoon Nederlands. Twiga heeft de website ook deels in het Engels opgesteld, maar de hele fondsenwerving en het ondersteuningsnetwerk is vooral Nederlands. Deze vrijwillige staf eet driemaal daags met elkaar aan de lange tafel onder de veranda. De saamhorigheid is groot en er wordt ook (vond ik érg fijn) een klein beetje afstand genomen van het redelijk eenzijdig Tanzaniaanse voedsel. Zo zaten we eind juli eens heerlijk aan de hutspot met gehaktballen!

In Mto wa Mbu rijden veel bajaji’s rond (tuktuk’s). Met zo’n bajaji rijd je zo het stadje in. Aan de wandel is ook heel erg leuk trouwens; kost een uurtje, maar er gebeurt altijd van alles om je heen. In Afrika heb je altijd gezelschap.
Het project ligt aan de rand van de savanne. Zelfs als je de savanne op loopt, met een overweldigende wijdsheid, is er gezelschap: de Masaai-herders kunnen je van alles vertellen, of ze nu Engels spreken of alleen Swahili of hun eigen taal. De bewakers gaan elke dag een paar keer met de honden uit wandelen over de savanne. Ik vond het heerlijk om mee te wandelen. De fietsen bij Sarakasi ya Vijana, waarmee je in een kwartiertje in het stadje bent, brengen je naar de lokale terrasjes en winkeltjes. Ietsje verderop in het dorp staat een hoge boom. De kruin hangt over de weg heen. Hoog in de boom zijn wel een tiental nesten van maraboe’s aanwezig. Deze vogels zijn wel twee keer groter dan ooievaars. Spectaculair om te zien hoe ze aan komen vliegen met grote takken in hun snavel om het nest te bouwen.

Tijdens ons verblijf van drie dagen werd er door enthousiaste vrijwilligers aan meerdere projecten gewerkt. Cees, net gepensioneerd, was bezig met de verbetering van de watervoorziening vanuit de ‘watertoren’ (stellage met 1000-liter tank erop), waarbij de elementen met de verwarmingsbuisjes, voor een warme douche in de banda’s, beter op een zonniger plek werden gepositioneerd. Tevens was hij samen met Cynthia, die hier met haar man en zijn twee zoons was, bezig met het vleermuisverwijderproject. Vleermuizen hadden de bibliotheek gevonden, door openingen in het golfplaten dak. Dat was niet houdbaar, allemaal ontlasting in het gebouw en op de boeken. Cynthia’s man en zijn zoons waren grote sleuven aan het graven voor de waterleiding en de twee jongens werkten samen met Maarten, uit België, aan een verbeterde ‘stove’ (een buiten ‘fornuis’, een kookplaats met houtblokken). De vrouw van Cees was bezig met een evaluatie van enige leermethoden van de onderwijzeressen. Sharon en Jill, uit Winterswijk, deden vooral sport- en spel met de kinderen, altijd aanvullend op het werk van de lokale leerkrachten.
Dit is echt een organisatie waar ‘altijd genoeg te doen is’, maar waar je wel even vooraf een goeie ‘fit’ moet zoeken: wat kan en wil ik zelf en waar is behoefte aan? Dat wordt vooraf met a.s. vrijwilligers besproken.. Mogelijke werkzaamheden worden in samenspraak met elkaar afgestemd. Alle werkzaamheden zijn erop gericht om samen te werken met ‘the locals’. Twiga zorgt voor flinke lokale werkgelegenheid in Mto wa Mbu.
Machteld Speets vertelt op de website: “Mijn drijfveer om dit project te doen is om anderen te helpen met onderwijs zodat ze daarna zelf een goede baan kunnen krijgen en verantwoordelijke mensen (ook voor het milieu) worden. Dat is het mooie aan Mto wa Mbu, de combinatie van natuur en mensen. Ik geloof dat je dit werk vooral moet doen omdat je het leuk vindt: een wijs soort egoïsme. Het is mooi meegenomen dat het ook nog eens anderen helpt. Dat geldt voor mij, maar ook voor de vrijwilligers. Ik hou van de boeddhistische levensinsteek, je bent verantwoordelijk voor je eigen geluk. In mijn oogpunt help je daar de wereld het meeste mee.”
Precies zo heb ik Sarakasi ya Vijana ervaren tijdens mijn driedaagse bezoek. Ontzettend fijn dat Mto wa Mbu aan één van de grote verbindingswegen in Tanzania ligt, heel goed bereikbaar, want ik kan me niet voorstellen, dat ik er één van de komende jaren niet nog eens naartoe ga.

Verantwoording ethiek (correct vrijwilligerswerk) en kosten
NB: deze informatie rechtstreekts van de website van Twiga – ondergetekende steekt er zijn handen voor in het vuur: het klopt voor 100%.
• Het is een kleinschalig en overzichtelijk project. Inkomsten bestaan onder andere uit giften van sponsors en donateurs en in toenemende mate worden deze vanuit onze eigen lodge gegenereerd waar vrijwilligers en ook anderen betalen voor hun verblijf. De inkomsten worden direct aangewend ten behoeve van de kinderen. De projectcoördinator voert zijn/haar werkzaamheden uit voor slechts kost en inwoning. Er blijft niets aan de strijkstok hangen.
• De kinderen wonen thuis voor zover ze een thuis hebben. Dat betekent dat een aantal kinderen bij hun oma, een oom of in een gastgezin wonen. Hun verzorgers worden nauw bij ons project betrokken door middel van werkzaamheden op het centrum en het bijwonen van de maandelijkse vergaderingen. Van de verzorgers wordt een kleine bijdrage verwacht, geldelijk of in natura. Niets is voor niets. Verzorgers kunnen kleine leningen krijgen waardoor ze een bestaansminimum kunnen opbouwen.
• De stichting heeft goede banden met de Tanzaniaanse overheid op lokaal, districts- en regionaal niveau. Het kindercentrum heeft een adviserend comité waarin verschillende mensen vertegenwoordigd zijn als een leerling, een ouder, de voorzitter uit de buurt en een invloedrijk persoon in Mto wa Mbu. Dit comité geeft advies over de dagelijkse gang van zaken van het kindercentrum.
• Westerse vrijwilligers en lokale mensen komen op een positieve manier met elkaar in contact en leren van elkaars cultuur.
• Het project ligt naast Lake Manyara National Park wat het erg bijzonder maakt voor de bezoekers en vrijwilligers. Met het park naast de deur leren we de kinderen over het belang van behoud van flora & fauna.
• De kinderen krijgen naast de basisvoorzieningen en school, les in acrobatiek, traditionele dans, zang, theater en lifeskills.

Kosten
Voor je verblijf in het project vragen we je een vergoeding voor kost en inwoning: je verblijft in een banda en je krijgt 3 maaltijden per dag, klaargemaakt door de mama’s. Op zondag kook je zelf. Je kleding wordt gewassen en het huis wordt schoongemaakt. Als vervoer zijn fietsen beschikbaar. De hoogte van het bedrag is afhankelijk van de periode die je bij ons verblijft (bij kort verblijf 150 euro per week). Daarnaast zijn er nog éénmalig kosten voor een werkvergunning in Tanzania (ongeveer 220 dollar) en administratiekosten (50 euro). Hiermee zijn alle dagelijkse kosten voor je verblijf gedekt. Uitjes en reizen zijn uiteraard voor eigen rekening.

NJW, 11 augustus 2015


« Terug naar nieuwsblog