The American Way - Hollandse twijfel over Amerikaans 'volunteerism'

[2 december 2015]
Op de GoTanzania-website zitten zo’n 200 organisaties in een database: organisaties die vrijwilligerswerk aanbieden in Tanzania. Hiertussen ook zo’n 40 à 50 organisaties die dat vanuit Nederland doen, of die lokale NGO’s betreffen, die met name gefundeerd zijn op een Nederlands initiatief. Maar de rest is dus ofwel een lokaal Tanzaniaans initiatief ofwel geworteld in een anders westers land, veelal geënt op een brede ‘vrijwilligerstoerisme’-basis en niet zelden puur commercieel. Toch is het erg lastig harde uitspraken te doen. In de verantwoordingsinformatie gaan schreeuwend duur en “not for profit” nogal eens samen. Vooral bij Amerikaanse organisaties. Ik licht een drietal organisaties uit ten behoeve van een fascinerend inkijkje.

De founders van het Amerikaanse Amizade gebruiken niet ‘vrijwilligerswerk’ als centraal thema, doch ‘service learning’. Een slim concept, dat ‘halen’ naast ‘brengen’ plaats: “Amizade empowers individuals and communities through worldwide service and learning (….) to create an equitable world where all people can connect freely and forge lasting friendships.”
Amizade, zichzelf duidend als ‘non profit’-organisatie, maakt deze ‘service learning’-drijfveren waar door uitgebreid samen te werken met een aantal universiteiten in de VS, die dit perspectief parallel laten lopen met educatiedoelstellingen. Naast individuele ‘volunteer placements’ zijn er dan ook veel opties voor groepsreizen en ‘faculty-led courses’. Het ziet er allemaal zeer verantwoord uit. Het zogenoemde ‘Fair Trade Learning’-beginsel is leidend: ‘a sector changing ideal pioneered by Amizade’. De baas schrijft artikelen over dit beginsel: Ethical standards for community-engaged international Volunteer tourism’. Een aparte pagina over transparantie toont, dat 85% van de inkomsten rechtstreeks naar de programma’s gaat. De rest gaat naar ‘administration’. Heel redelijk dus.

Maar ga je naar Tanzania om bij een ‘gewoon communityproject’ van Amizade, waarbij je bij een gastgezin woont en met het gezin mee-eet, een bijdrage als vrijwilliger te leveren, dan betaal je voor je eerste twee weken $1620 en voor iedere bijkomende week $440!
Daarover heb ik contact gezocht met de baas van Amizade. Zijn reactie: “My hunch is that some of your confusion may be that you are comparing us to organizations that have very different missions. (…) Our programs have a curriculum, we monitor and evaluate impact for both visitors and hosts, spend a great deal of effort to create (and fundraise) for reciprocity, and the health and safety of all involved. As such, our very small sustainability fee goes towards research and development, improving the international education sector, advancing curriculum, evaluating impact, etc. Costs on the ground are not even managed by our US-based staff. They are all locally determined. Housemothers set their own rates, drivers are paid at going market rates, food is prepared by local chefs, and community organizations receive appropriate honorariums and healthy donations (for some programs this can be many thousands of US dollars).”
Hij ging zelfs nog verder en bracht complimenten naar GoTanzania: ‘hartstikke goed dat je licht in de duisternis brengt in deze volunteerism-sector; wij zijn daar zelf ook zeer bezorgd over!’. Hij vertelt, dat vrijwilligers van Amizade elke week $125 aan directe projectsponsoring betalen en dat de genoemde ‘duurzaamheidstoeslag’ $50 per week betreft: toch niet echt een ‘very small fee’. Op de website zelf trof ik deze informatie niet. Zou het dan zo zijn, dat de extreem hoge kosten voor jou als vrijwilliger echt heel zinvol besteed worden? Verdient Amizade het voordeel van de twijfel?

De website van een ander Amerikaans vrijwilligersuitzendbureau, Cross Cultural Solutions (CCS), toont kleurige achtergrondfoto’s en daarover heen witte chocoladeletters met schreeuwende capitals: “VOLUNTEER ABROAD. CHANGE THEIR WORLD. CHANGE YOURS. THIS CHANGES EVERYTHING”.
Eén van de doorklikopties: “This CCS experience is very affordable. Find out how to…. FUND YOUR TRIP”. Daarna krijg je 7 opties om zelf funding te genereren: laat je baas meebetalen, belastingaftrekbaarheid, zelf fondsen verwerven, neem een vriend mee, frequent flyer programma’s en, tot slot, stel een betalingsprogramma op. De pagina eindigt met “YOU CAN DO IT!”. Op de website wordt CCS een met ‘Peace Corps’-vergelijkbare organisatie genoemd. De Verenigde Naties-beginselen zijn leidend. “As a leader in the field of international volunteering for 20 years, we know that the best approach to international volunteering—the only approach—is one designed by the community. We believe that the local people are the experts. In every community in which we work, we have long-standing relationships with local organizations who communicate real-time needs and objectives to the CCS team. Our in-country team is made up entirely of local nationals and volunteers work alongside local people. This community approach was specifically designed to make sure our programs generate sustainable impact.”
Het gaat allemaal over ‘Making a difference’ bij deze organisatie, met typisch Amerikaans onbescheiden enthousiasme: ‘yes, we can’!!

Klik verder op de site en steeds een andere bijna levensgrote full-colour foto met hoog sentimentaliteitsgehalte vult je scherm, een vrijwilligerslitanie eronder, als “This really changed my life foregood!”. Daarna kun je uitgebreid door de internetbrochure scrollen en passeer je ook de “Home-base”: in Tanzania is dat een prachtige villa, die ook in Hollywood niet zou misstaan. “The CCS Home-Base is your home-away-from-home, a place to relax and reflect right in the local community where you'll engage with your second family of fellow volunteers and our expert CCS in-country staff. The Home-Base is comfortable, with common areas to share experiences, comfortable shared bedrooms, and plenty of space as you're re-charging for your next incredible day of volunteer adventures. We know that your comfort is key to giving all you can as an international volunteer, and the CCS Home-Base is just one of the many unique ways that the CCS experience changes everything.”
Hemel, wat heeft dit nog te maken met een onderdompeling in een andere cultuur? Toch stelt CCS het bestemmingsland, met zijn eigen cultuur, centraal: “We believe that the most successful approach to international volunteering is one that is community-led and driven. That's why our in-country staff is made up entirely of local nationals, who truly understand the needs of their own communities. We work in partnership with sustainable community organizations who are dedicated to creating positive change in communities, and know how to effectively work with international volunteers to meet these goals.”
Maar rijmt dat wel, zo vraag ik mij af.

CCS profileert zich gretig als een aan het Amerikaanse Peace Corps verwante organisatie. Waarin verschilt CCS van Peace Corps: “A CCS program is a great way to experience all that volunteering abroad has to offer for a shorter period of time than the Peace Corps, which requires a two-year commitment.”

Er is ook sprake van een specifiek ander verschil: bij Peace Corps krijg je zelfs een toelage op de kosten die je maakt en committeer je je aan twee jaren vrijwilligerswerk. Bij CCS mag je je portemonnee trekken: onderaan de scroll-brochure kun je simpelweg invullen, hoe lang je weg wilt, waarna letterlijk het dollarmetertje gaat lopen: 1 week - $2687, 4 weken - $4646, 12 weken - $9773!! Je gelooft je ogen niet! Is dit een grap?
Nee, het is een Amerikaanse non profit organisatie, die zelfs mooie sier maakt met een zopas verdiende ‘award’: "GreatNonprofits recently awarded Cross-Cultural Solutions its top-rated award for the third year in a row! GreatNonprofits bases its voting system entirely on ratings and reviews submitted by volunteers. The organization prides itself on its mission to inspire and inform donors and volunteers, enable nonprofits to show their impact, and promote greater feedback and transparency."

K2 Adventure Travel neemt – haar naam zegt het al – een ander beginpunt: avontuur! Er wordt wel een flinke ‘derde wereld’- en ‘making a difference’-saus overheen gegooid. De ‘business’ van K2 zit wél in het vrijwilligerswerk. In Tanzania ondersteunt K2 een school voor blinde kinderen. “More than 600 students, ages 5 through 17, attend the Mwereni integrated School for the Blind, including 80 blind and albino children who were orphaned or abandoned at birth. When K2 Adventure Travel first visited in 2009, many of the students were suffering from lack of medical and dental care, typical hygiene and basic necessities. Since that first trip, K2 Adventure Travel clients have provided the students with Braille Writers, magnifiers, canes, walkers, a computer lab with 30 new computers, and provided all of the orphans with new mattresses, blankets, pillows, sheets, mosquito nets, shoes and stuffed animals.
Het vrijwilligerswerk lijkt zo een faciliterend bijproduct voor de ondersteuning van een lokaal project. Zo kun je ook naar ‘voluntourism’ kijken. De grote foto op deze Tanzania-pagina toont de brug tussen noord en zuid met twee lachende gezichten; een Afrikaans kind en een Amerikaanse vrijwilliger tonen beide hun handicap: een halve arm.
Ook hier is het de informatie over de kosten, die veel ruimte voor verwondering laat: bestaat je hele reis uit 8 dagen ‘community service’ en een 1-daagse safari, dan betaal je $2450; doe je 4 dagen service en een 5-daagse safari, dan betaal je $4950. Deze kosten natuurlijk nog allemaal exclusief vluchten, visa, verzekeringen etc. 

Verwondering, verwondering. Ik begrijp maar weinig van de relatie tussen product en kosten. Het biedt me wel een ander perspectief op de vanuit Nederland opererende vrijwilligersuitzendcentrales: zelfs de allerduurste is nog meer dan tweemaal goedkoper!
Maar je kunt er misschien ook anders naar kijken. Deze organisaties zoeken een ander marktsegment dan de organisaties (ook in de VS aanwezig), die zich vooral fixeren op de ‘gratis arbeid’ van een vrijwilliger en daarnaast kosten baseren op de lokale situatie betreffende ‘lodging and food’ (ergens tussen de 100 en 200 dollar per week). Vaak lijken déze organisaties onvoldoende te kijken naar de kwaliteit van de vrijwilligersinzet gebruikende ontwikkelingsprojecten. Je zou ook kunnen redeneren, dat het redelijk is uit volle portemonnees de hoofdprijs te trekken, als je daarmee goeie projecten op de beste wijze ondersteunt; als vrijwilligersgelden ook écht naar de projecten gaan:
* Amizade: als rijkeluiskinderen, studerend aan dure universiteiten, deze kosten kunnen dragen, dan kan sprake zijn van een mooie maatschappelijke herverdeling van investeringsgeld.
Cross Cultural Solutions: misschien werken er talloze locals in de luxe ‘home-bases’ in 10 verschillende bestemmingslanden en zorgt CCS voor veel werkgelegenheid aldaar.
K2 Adventure Travel: er is vast grote behoefte aan onderwijsmogelijkheden voor blinden. In Tanzania zou wel eens deze hele school voor blinden op K2 Adventure Travel-funding kunnen draaien.

Ik ben geen Amerikaan, doch een sceptische Hollander die er op voorhand niet op vertrouwt, dat de Amerikaanse organisaties zo ‘not for profit’ zijn als ze claimen. Maar ja, als de ene hand de andere wast…. ?!

Niko Winkel, 2 december 2015


« Terug naar nieuwsblog