Vrijwilligerswerk in de Volkskrant: gemiste kansen en de “beter dan niets”-val

[7 april 2015]
Zaterdag 4 april wijdde de Volkskrant artikelen in krant, magazine en website aan vrijwilligerswerk. Gloednieuw Volunteer Correct-bestuurslid en grondlegger van Gotanzania.org Niko Winkel zag in het onderzoek vooral gemiste kansen. Dat de Volkskrant zich qua kritische journalistiek niet kan en wil meten met Tegenlicht, Zembla of de Groene, dat is bekend. Dat de Volkskrant een schot voor open doel mist om een heikel thema met nét even meer diepgang te benaderen, opdat er wellicht een Kamervraag over gesteld zou kunnen worden, dat is ontzettend jammer. De Volkskrant was er dichtbij met haar artikelen over de vrijwilligerswerkindustrie in zowel de krant als het magazine, zaterdag 4 april 2015 – zelfs het onderliggende onderzoeksrapport was beschikbaar gemaakt. Het journalistieke product blijft echter hangen op ‘dat goede bedoelingen niet altijd het gewenste product opleveren’ en lijkt finaal zelfs de “het is beter dan niks”-schaamlaplegitimatie te onderschrijven. Doodzonde, want het vrijwilligerstoerisme vliegt uit de bocht, als er niet hard gewerkt wordt aan (kosten)transparantie, kaders, richtlijnen en controle.

Volkskrant-journalist Noël van Bemmel reisde in Afrika langs projecten met veelal jonge vrijwilligers. Ze zingen liedjes met kinderen, ze doen dansjes met kinderen, ze wandelen met jonge leeuwen, ze tellen neushoorn, ze helpen docenten op scholen (maar, help, de docent zelf is ziek of dronken en hup, ze staan zomaar zélf voor de klas), ze bouwen mee aan schooltjes. En veel spelen met kleine kinderen in weeshuizen. Zelfs als het onschuldig lijkt ziet ook van Bemmel wel dat er vaak ‘iets niet klopt’. De ontvangers van dit vrijwilligerswerk putten zich echter uit in waardering. Ze hebben immers een ‘zak met geld’ (= vrijwilliger uit de 1e wereld) op bezoek . (“We zaten laatst weer in het donker en toen betaalde een vrijwilligster spontaan de energierekening!”) Kun je stellen dat ‘het is beter dan niks’ een afdoende legitimatie is, wanneer de schadelijke en de positieve effecten van de inzet van een vrijwilliger zich tegen elkaar laten wegstrepen? Een hachelijke zaak.

De slager en zijn eigen vlees
De Volkskrant heeft onderzoek laten doen. Een studente van de Universiteit van Wageningen heeft aan de hand van een 16-tal richtlijnen, geformuleerd als stellingen, een inventarisatie gedaan bij de instellingen en bedrijven die vanuit Nederland vrijwilligerswerk in ontwikkelingslanden aanbieden. Het gaat om stellingen als ‘de behoefte van de lokale bevolking staat centraal’, ‘de projecten hebben een blijvend effect’, ‘er wordt niet aan armoede-marketing gedaan’ en ‘de vrijwilligers worden zorgvuldig geselecteerd’. Op alle stellingen volgen min of meer dezelfde conclusies: de branche onderschrijft de stellingen en integreert deze in haar werk. Maar ja, elke slager vindt zijn eigen vlees prima natuurlijk. Daar kwam de onderzoekster geleidelijk ook achter: wat kun je nu met deze resultaten? Meestal leggen de organisaties de verantwoordelijkheid bij de lokale partnerorganisaties, dus op 10.000 tot 20.000 kilometer afstand. Organisaties hebben plannen, reglementen, klachtenprocedures en evaluatiemethodieken opgesteld, zo blijkt uit het onderzoek. Maar wat doen ze met deze plannen en reglementen? Dáár begint onderzoek, zou je denken. Lange samenwerkingsverbanden met lokale partners zijn nog niet opgebouwd: dit is een groeimarkt en zoveel historie hebben de organisaties vaak nog niet. Het ‘framing’-effect van de foto’s van blonde vrijwilligers met een grote groep jonge Afrikaanse kindjes lijkt mij armoede-marketing in optima forma. Alle organisaties met zulke foto’s op de website houden zich echter, naar eigen zeggen, verre van armoede-marketing. Organisaties putten zich uit in het formuleren van beleid op zorgvuldige selectie van vrijwilligers. Ook hier wordt echter onderkend, hoe twijfelachtig de betrouwbaarheid van deze bevindingen is. En zo komt dit onderzoek uit bij de te verwachten eindconclusie: er is meer onderzoek nodig.

Het komt mij voor, dat je de intentie kunt betwijfelen, als er niet naar deze intentie gehandeld wordt
Ja, natuurlijk blijft meer onderzoek nodig. Maar dat onderzoek is niet nodig om te onderbouwen, dat de wildgroeimarkt van het georganiseerd vrijwilligerswerk dringend verlegen zit om richtlijnen, keurmerken en beter zicht op de wérkelijke bedoelingen van de marktpartijen. Van Bemmel wijdt één zinnetje aan het initiatief van IFO|Fairtravelers om een keurmerk te realiseren. Waarom gaat hij dáár niet dieper op in?

In het conclusiehoofdstuk van het onderzoeksrapport staat, dat “de algemene conclusie luidt dat de Nederlandse aanbieders van vrijwilligerstoerisme goede intenties hebben, maar vaak niet naar deze goede intenties handelen, omdat zij geen degelijk beleid hanteren om negatieve voetafdrukken op de bestemmingen te vermijden.” Het komt mij voor, dat je de intentie kunt betwijfelen, als er niet naar deze intentie gehandeld wordt. Het niet-hanteren van beleid om deze voetafdrukken te vermijden kan goed samenhangen met ándere ‘intenties’ van het bedrijf of de organisatie. Zo’n andere intentie is: er moet geld verdiend worden. De branche staat onwillig tegenover regulering, zo concludeert de onderzoekster zelf ook. Logisch, want deze belemmert de eigen ruimte voor het optimaliseren van het resultaat.

Baby’s en badwater
De Volkskrant is gedoken in een groeimarkt, die goeddeels aanbodgebaseerd is. Het vrijwilligerswerk in Zambia is voor 95% te vinden in de buurt van de Victoria-watervallen, waar heel veel ‘fun’ is te beleven voor avontuurlijke westerse jongeren. De wereld van het vrijwilligerswerk is een in het westen gecreëerde wereld. Een wereld met een verdienmodel. Het schooltje aan de andere kant van Zambia zou érg graag ook eens een vrijwilliger ontvangen om de docenten te ondersteunen. Maar daar komt niemand.

Houd mij ten goede: je moet kindjes niet met het badwater weggooien. “Het is beter dan niks” kán soms, misschien, een houdbare legitimatie zijn. Maar ik zou ‘m nooit voor mijn rekening durven nemen. Vooralsnog is het wel juist de vrijwilligersmarkt zélf die floreert bij het schier oncontroleerbaar zijn van de kwaliteit en de effecten van de vrijwilligerswerkprojecten in het algemeen. De Volkskrant heeft zelf een kleinschalig beschrijvend, inventariserend onderzoek laten uitvoeren en beveelt vervolgonderzoek aan. Zou de Volkskrant zich nu ook durven wagen aan écht kritische onderzoeksjournalistiek? Dat zou geweldig zijn!

Niko Winkel 


« Terug naar nieuwsblog