Werken met kinderen: de achilleshiel van georganiseerd vrijwilligerswerk

[8 september 2015 - geschreven voor Volunteer Correct
“Vertel eens. Hoeveel keer heb je niet al op Facebook ingelogd en bij je nieuwe berichten van die fotootjes aangetroffen, waarop je een van je vrienden ziet met een onbevangen vrijwilligersglimlach, met de armen om een groezelig uitziend kindje uit een onbekend Afrikaans land? Eén keer? Twee keer? Te vaak om op te noemen?”

Met deze zinnen begint het artikel “Volunteering abroad: a game with double standards” van Ruth Taylor, dat een jaar geleden werd gepubliceerd op het blog van Kickstart Ghana en dat op de erg aanbevelenswaardige Facebook-community ‘Better Volunteering’ deze week nog eens extra werd uitgelicht.

Juist vanuit ons perspectief, gericht op verantwoording en transparantie van georganiseerd vrijwilligerswerk in het buitenland, is het noodzakelijk dat we weten waar we het over hebben. Dat we weten wat onze positie is en we stelling kunnen nemen. We moeten immers oordelen. Oordelen over de feiten, over de praktijken en over de meningen, daar komen we niet onderuit. Maar oei, wat is het moeilijk! En wat lees je niet allemaal voor stoere taal in de publieke discussie over ‘voluntourism’, over de weeshuizen waar de kinderen geen wees zijn, over de hechtingsproblematiek van de kinderen, over het gebrek aan volwassenheid en vaardigheden van de vrijwilligers.

Dus is het geweldig om een artikel te lezen, waarin heel genuanceerd op de hele ‘werken met kinderen’-problematiek wordt ingegaan. De drie artikelen die Ruth Taylor op het blog van Kickstart Ghana heeft geschreven zijn alle drie goed en belangrijk om te lezen voor iedereen, die zich bezighoudt met kinderen en vrijwilligerswerk. Ruth was in 2014 in Ghana coördinator van het vrijwilligerswerk van Kickstart Ghana en werkt in Engeland bij Impact International, een organisatie die zich bezighoudt met het bevorderen van duurzaam en verantwoord vrijwilligerswerk en het kritisch beschouwen van de praktijk.

Ze eindigt het genoemde artikel met het uiteenzetten van 5 aandachtspunten, die van belang zijn voor iedere aanstaande vrijwilliger bij het beoordelen van een project met kinderen:

1. Bedenk je vooraf, wat je eigen kracht is, wat je kunt brengen met je werk. Bedenk je: goede bedoelingen zijn niet genoeg.

2. Beoordeel de organisatie waarmee je mogelijk erop uit trekt kritisch. Verantwoorden ze online een eigen opstelling jegens de valkuilen bij het werken met kinderen? Kijken ze alleen naar het geluk van de vrijwilliger of ook naar die van het kind?

3. Leg de focus op de impact van je werk op de kinderen in kwestie en niet op de impact voor jezelf.

4. Kijk ook naar de omgedraaide situatie: stel je voor dat je dit werk gewoon thuis in Nederland zou doen. Denk je dat je dan niet de ruimte zou krijgen om dit werk te doen, doe het dan ook in de derde wereld niet.

5. Beoordeel je project kritisch ook als je er al aan het werk bent. En doe er wat mee of zeg er wat van, als je vindt dat het niet OK is.

Ruth benoemt in het artikel nog een ander zeer handzaam criterium bij de beoordeling vooraf van de organisatie die je een aanbod doet: als je binnen 90 seconden online in kunt tekenen op een project waarbij je met kinderen gaat werken, dan weet je zeker dat ze onvoldoende aandacht hebben geschonken aan welke beoordeling van jou, als a.s. vrijwilliger, dan ook. Dan weet je: ze zijn niet geïnteresseerd in je motivatie, je vaardigheden, je achtergrond, je ambitie, etc. Dan zijn ze waarschijnlijk alleen maar geïnteresseerd in jouw financiële bijdrage aan hun eigen onderneming. Wegwezen dus.

Nogmaals: lees de verhalen van Ruth Taylor!

Maar er zitten ook adders onder het gras. Want wanneer je je rekenschap geeft van enige bijkomende kenmerken van de ‘voluntourism’-markt, dan wordt het een stuk lastiger. Zo durf ik de veronderstelling aan, dat 80% van alle vrijwilligerswerk gaat over werken met kinderen en dat tevens zo’n 80% van de vrijwilligers, om het maar heel bot te stellen, zich laat kenmerken door de combinatie van 3 eigenschappen: jong, naïef en ongeschoold. Juist dat is de reden, dat ‘werken met kinderen’ zo populair is. Helemaal wanneer ik er gemakshalve even een vierde kenmerk aan toevoeg: ook 80% is vrouw. Of, wederom wat bot uitgedrukt: 80% is meisje. Conclusie: de hele vrijwilligerwerkmarkt dondert in elkaar als deze producent/consument- of vraag/aanbod-combi onderuit gaat.

Goed, als ik doorredeneer, dan komt er maar één slotsom uit: niks mis mee als dit onderuit gaat. Zo komen we van een flinke misstand af. Ik zou graag zien, dat Ruth’s 90 seconden-test lijdend zou worden voor alle a.s. vrijwilligers. Toch zitten er naar mijn idee gevoelige kanten aan deze ‘hardliner’-redenatie. Daar wil ik een paar specifieke thema’s over uitlichten.

Ten eerste de ‘vergelijking andersom’: stel je voor dat iemand uit Ghana zonder diploma in Nederland zomaar met kinderen in een kleuterschool zou gaan werken, dat zou niemand toestaan. Ik vind het enigszins populistisch en opportunistisch om deze vergelijking te gebruiken. Immers, in de meeste gevallen zal gelden, dat de basissituatie op zo’n kleuterschool in Ghana ook totaal verschilt van die in Nederland. Die verschillen worden niet meegenomen bij de beoordeling. Om even in een praktijkgeval naar de andere kant door te slaan: als de aanwezigheid van een jonge, ongeschoolde vrijwilliger in een rol als bijvoorbeeld bijlesondersteuner of sport&spel-hulp, met haar aanwezigheid kan voorkomen, dat de lokale leraar de kinderen slaat, dan trekt het al een aardige wissel.
Ik hanteer zelf ook nog wel eens de hypothetische stelling: stel dat je als criterium neemt, dat het ‘effect’ van het vrijwilligerswerk in de praktijk op ‘nul’ uitkomt (evenveel schade als nut), dan houden we nog wel de restwinst over: vrijwilligers die terugkomen in ‘het rijke westen’ met een verrijkte blik op de wereld. Wellicht een meer verrijkte blik dan het geval zou zijn geweest met een backpackreis of een nachtbraakverblijf in Salou, Blanes of Renesse.

Ten tweede durf ik de veronderstelling aan, dat met de juiste begeleiding jonge, ongeschoolde vrijwilligers werkend met kinderen wel degelijk een goede bijdrage kunnen leveren, afhankelijk van de specifieke kenmerken van de organisatie en de projecten. Tevens durf ik de veronderstelling aan, dat de hechtingsproblematiek vaak in de maatschappelijke discussie op ten onrechte verabsoluteerd wordt. Als de vrijwilligers de énigen zijn, met wie de kinderen te maken hebben, dan gaat de vlieger op, maar dat is meestal helemaal niet het geval. Vaak zijn de vrijwilligers slechts een aanvulling op de tevens aanwezige lokale begeleiding. Het is zelfs beter om tegendraads te adviseren: committeer je zo kort mogelijk aan een project om zodoende hechtingsproblematiek te voorkomen.

Hier wordt ook duidelijk, waar de achilleshiel zit: bij de grote vrijwilligersuitzendbureaus. Deze organisaties sturen duizenden jonge, ongeschoolde vrijwilligers naar kinderprojecten. Dat zijn de organisaties, waar je je binnen 90 seconden op een kinderproject kunt laten inschrijven. Daarnaast zijn er echter tal van praktisch en ethisch heel verantwoorde kinder- en schoolprojecten in Azië, Zuid-Amerika en Afrika, waar vrijwilligers zich zinvol kunnen inzetten. Dat ervaar ik zelf bij mijn reizen door Tanzania, waar ik deze kleine organisaties bezoek. (Zie onderaan voor enige prachtige voorbeelden in Tanzania).
Je ziet het ook op de website van Kickstart Ghana. De mogelijkheden voor vrijwilligers worden eerst voorzien van een beschrijving van de ‘requirements’, doch een degelijke persoonlijke screening kan inzet voor iedere goed gemotiveerde vrijwilliger mogelijk maken. “Past teaching experience would be an advantage but is not compulsory” en bij een sportbegeleidingsproject: ‘volunteers not holding a qualification but with extensive previous coaching experience will also be considered”. Je moet wel ‘references’ overleggen.

En zo geldt in een genuanceerde overweging, dat de soep niet zo heet moet worden gegeten als dat-ie in de online debatten, zoals bijvoorbeeld bij de website ‘Orphanages.No’, wordt opgediend. Ik ben er dan ook geen voorstander van om bij wijze van uiterste preventie, om elk leed te voorkomen, alle ‘ongeschoold vrijwilligerswerk met kinderen’ te verbieden. Dan gaat het kind met het badwater mee door het putje.
Transparante, kleinschalige, particuliere initiatieven bieden veel ruimte voor goede screening en verwachtingenmanagement vooraf en degelijke begeleiding tijdens en evaluatie achteraf.

Niko Winkel, 21 augustus 2015

Websites:

Volunteering Abroad with Children: a game of double standards? – Ruth Taylor
• De andere twee artikelen van Ruth Taylor:
o Introducing Ruth Taylor, Kickstart’s 2014 Volunteer Coordinator 
o International Volunteering: a shift in thinking 
Kickstart Ghana – volunteering opportunities 
Better Volunteering 
Orphanages – not the solution 
Impact International 
• Voorbeelden in Tanzania van organisaties die op verantwoorde wijze kinderprojecten runnen met inzet van vrijwilligers: The Olive Branch for ChildrenDINKASarakasi ya Vijana, Cornel Ngaleku Children Centre


« Terug naar nieuwsblog