Best practice: Global Resource Alliance pakt zelf voedselvoorziening in Mara-regio in Tanzania aan

[26 februari 2016]
In 2007 zijn Tara Blasco en Lynn Heberstreit uit Californië in de Mara-regio verzeild geraakt. De Mara-regio bevindt zich in Tanzania aan de oostkust van het Victoriameer. Het Nationaal Park Serengeti behoort ook tot deze regio. De sociale en gezondheidsproblemen in deze regio zijn overvloedig. Tara en Lynn hebben de organisatie ‘Global Resource Alliance’ opgericht om hier op projectmatige wijze ondersteuning te leveren.
GoTanzania is begin februari een weekje op bezoek geweest in Musoma en Kinesi en heeft zelf ervaren, wat Global Resource Alliance voor de gemeenschap is gaan betekenen.

In eerste instantie richtten Tara en Lynn zich op de opvang van een groot aantal verweesde kinderen. De meeste zijn hun ouders verloren aan HIV/aids. Global Resource Alliance (GRA) regelt dat kinderen in gastgezinnen worden opgevangen en worden ondersteund met voedsel en schoolvoorzieningen. Vanuit deze basis is GRA duurzame ondersteuning gaan aanpakken op verschillende fronten, zoals koken op zonne-energie, verbreding van het voedselaanbod door permacultuur-tuinen op te zetten, het verbeteren van de gezondheidssituatie van de mensen door het leveren van natuurlijke medicatie en het aanboren van schoonwater uit de bodem.

GRA is nog geen tien jaar verder en is niet meer weg te denken uit Kinesi, een groot dorp aan de overkant van een 2 kilometer brede slenk van het Victoriameer bij de stad Musoma. In deze stad is het hoofdkwartier van GRA gevestigd. Ik heb daar voorafgaand aan mijn bezoek aan Kinesi, waar GRA een paar grote tuinen heeft opgezet, en ook na terugkomst, een week later, uitgebreid met Paschal gesproken. Paschal is de manager van GRA in Musoma, hij heeft me geïntroduceerd bij de projecten en aan het einde was het zeer informatief en leerzaam om met hem over mijn ervaringen terug te koppelen. Tara en Lynn komen jaarlijks één maand vanuit Californië naar GRA toe.
Een week duiken in de activiteiten van GRA in Kinesi was een enerverend avontuur. Ben je met de ferry naar Kinesi aan de overkant, dan ben je echt even naar een andere wereld.

Twee flinke stukken land zijn gekocht om de permacultuur-tuinen aan te leggen. De grondgedachte daarbij was: de mensen in Tanzania eten te eenzijdig. Veelal blijft het bij cassave en mais. Hiervan wordt de zogenoemde ‘ugali’ gemaakt. Er zit nauwelijks smaak aan maar de mensen zweren erbij. Het is voedsel dat heel erg goed ‘vult’, maar als het leeuwendeel van je voedsel hierop is gebaseerd, dan krijg je veel te weinig gevarieerde voedingsstoffen tot je. Niet erg bevorderlijk voor de gezondheid.
Als je de tuinen van GRA bekijkt, dan is het bijna niet voor te stellen, dat dit een jaar of zeven geleden nog gewoon een grasvlakte was. Weelderige tuinen tref ik, met mango- en bananenbomen, papaya’s, avocado’s, passievruchten, met heel veel verschillende groentes, bonen, kolen en natuurlijk veel spinazie. GRA is inmiddels ook met een herbossingsprogramma bezig. Da’s ook heel zinvol, want de bossen zijn zo goed als verdwenen hier. Dat hangt samen met het de wijze waarop de mensen hier gewend zijn om te koken. Er wordt gebruikt gemaakt van sprokkelhout en houtskool. De bomen worden gekapt voor het vuur om het eten op te koken. Naast herbebossing is ook ‘solar cooking’ een manier om hier wat aan te doen. De mensen wisten niet wat ze meemaakten, toen ze voor het eerst met zonne-energie te maken kregen: is dit hekserij!?

Nog steeds lopen de vrouwen mijlenver om emmers vol met water op te halen. Water, dat meestal erg vervuild is. De watervoorziening is misschien wel het állergrootste probleem: veelal wordt het niet eens gekookt voordat het gedronken wordt. De mensen zijn erg vaak ziek; het is heel normaal dat je elke paar weken gewoon een keer ziek bent. Gemiddeld worden de mensen in deze streek zo’n 45 jaar. Toen ik vertelde, dat ik al vijf jaar niet ziek ben geweest, wilde eigenlijk niemand dat geloven. Diarrhee, tyfus, cholera: ziekten die te maken hebben met onhygiënisch water, het komt hier heel veel voor. En daarnaast dan nog de ‘killer number one’: malaria.

De tuinen van GRA voorzien ook in de ingrediënten voor nieuwe, natuurlijke medicatie tegen vooral malaria. De bladeren van de ‘neem’-boom, oorspronkelijk uit India, zijn heel heilzaam, vooral ook gecombineerd met de artemisia-plant. GRA maakt hier medicijnen van en stelt deze ook ter beschikking aan de bevolking.

Een jaar of vier geleden is er een documentaire gemaakt, waarin alle projecten van GRA naar voren komen. Tara, Lynn en talloze andere lokale betrokkenen laten zien, wat voor geweldig werk GRA doet. Bekijk deze documentaire (39 minuten) zelf online!

Vrijwilligerswerk bij GRA
GRA werkt ook met vrijwilligers, probeert ze via haar websites (een Amerikaanse én een Tanzaniaanse website) te werven. In Kinesi heb ik vier nachten geslapen in het vrijwilligershuis, dat midden op één van de twee ‘shamba’s’ (tuinen) van GRA staat. Ik werd daar gastvrij en zonder verdere kosten te hoeven betalen opgevangen. Mama Gire kookt daar elke dag voor de ‘attaché’s’ die op de tuinen werken en de staf en eventueel aanwezige vrijwilligers eten gewoon mee. Ook voor mijn overnachtingen hoefde ik niet te betalen.
Ndumbe en Obadia, die hier leiding geven aan de werkzaamheden op de tuinen, coördinatie doen voor de begeleiding en voorzieningen regelen voor de weeskinderen in de gastgezinnen, hebben mij vier dagen lang álles van de GRA-projecten laten zien. Ik heb op de tuinen een paar dagen meegewerkt, heb gastgezinnen bezocht en gesprekken gevoerd. Daarnaast mooie wandelingen gemaakt en ben ook nog een dag uit varen geweest met een kano naar een visserseilandje in het Victoriameer.

Vrijwilligers komen frequent maar onregelmatig. In de meeste gevallen betreft het vrijwilligers met een specifieke expertise op het terrein van tuinbouw en voedselvoorziening. Maar ook op het terrein van community-projecten zijn er mogelijkheden.
Je bent in Kinesi echt ‘weg van de snelweg’. Vanaf het oosten van Tanzania, waar de internationale luchthavens zijn, is het nog een heel eind reizen, eerst met een lokaal vliegtuig naar Mwanza (overigens voor Ryanair-prijzen), aan het Victoriameer, waarna je ook nog een halve dag onderweg bent in de bus naar Musoma én daarna de ferry naar Kinesi. Je kunt ook alles met de bus doen; dan ben je wel een paar dagen onderweg, maar kun je dwars door de Serengeti reizen!
In het vrijwilligersboek trof ik mooie verhalen van toegewijde vrijwilligers die meestal voor wat langere tijd hier zijn neergestreken en ook stage-achtige werkzaamheden hebben gedaan, aansluitend bij hun studie of beroepsoriëntatie. “Voluntourism” kun je hier vergeten: je leeft het lokale leven met de lokale mensen. The real thing! De natuur is prachtig, de mensen supervriendelijk en de sfeer is relaxed.

In het vrijwilligershuis kunnen maximaal een stuk of zes vrijwilligers worden gehuisvest. Met Ndbumbe, Obadia, Mama Gire en de ‘guard’ Justin zit je hier echt in een warme ‘familie’, terwijl je tegelijkertijd ook heel veel eigen ruimte en privacy hebt. In het dorpje Kinesi zijn wat tuin-barretjes voor een biertje.

Voor meer informatie kun je altijd contact opnemen met GoTanzania.

Amerikaanse website Global Resource Alliance
Tanzaniaanse website Global Resource Alliance

Newsletter: What we did in 2015!

Jonge ondernemers in Sengerema zetten hun bedrijfjes op met microkrediet

[16 februari 2016]
De stichting Sengerema is in 2008 begonnen met het trainen en opleiden van kansarme jongeren in het stadje Sengerema, zuidelijk van het Victoriameer in Tanzania. Na een jaar van training, oefening en stagelopen krijgen ze, als de resultaten positief zijn, een lening van de stichting om een eigen bedrijfje op poten te zetten. GoTanzania heeft de werkpraktijk in Sengerema opgezocht, tien dagen bij één van de ondernemers gelogeerd, en heeft met het lokale bestuur en een groot aantal ondernemers gesproken. Sengerema’s economie bloeit ervan op!

In Nederland heb ik Jeroen Vegt, bestuurslid en mede-oprichter van de stichting Sengerema al een paar keer ontmoet en met hem afspraken gemaakt over een aanstaand bezoek van mij aan Sengerema. Ik heb voorgesteld een aantal ondernemers te interviewen, foto’s te maken en uiteindelijk een rapport op te leveren, dat de sponsors van nu én van de toekomst inzicht geeft in de praktijk van de projectresultaten. Dat leek hem en het Nederlands bestuur ook een goed idee. Ze hebben vervolgens alles in het werk gesteld om mij in Sengerema goed te ontvangen. Maico, één van de eerste ondersteunde ‘young entrepreneurs’, en zijn gezin hebben me gehuisvest. Binnen een paar dagen was ik daar de huisvriend en voelde me volledig thuis. Elke dag genoot ik meer van de lange wandelingen door de uitgestrekte velden en buurtjes in de heuvels in en rondom Sengerema.

CBO SengeremaTijdens mijn eerste dag heb ik een goed gesprek gehad met het lokale bestuur van de organisatie, de zogenaamde CBO (community based organisation) ‘Sengerema Young Entrepreneurs’ (SYE), volledig bestaande uit ondernemers die hun lening al (bijna) hebben afbetaald. Ik heb daar uit de doeken gedaan, wat mijn eigen missie is en zij hebben me verteld hoe het systeem werkt.
Voorwaarden voor het invullen van een ‘application form’ zijn: geen baan hebben en ook geen uitzicht daarop. Daarna kunnen ze starten aan het trainingsprogramma, dat bestaat uit werken met de computer, Engelse lessen en boekhoudprincipes. Na deze eerste periode krijgen ze allemaal een klein bedrag om hun praktijkopdracht mee te doen. Dat is een belangrijke test: weten ze goed met dit geld om te gaan en het ook weer terug te betalen, dan kunnen ze aan de stage beginnen. Dat houdt in: drie maanden werken bij een bedrijf, dat ook aansluit op de ambities voor hen zelf voor daarna. Komen ze door het hele trainingsjaar heen, dan volgt het schrijven van een businessplan met het verzoek om de bijpassende lening. Deze lening ligt meestal tussen de 3 en 4 miljoen shilling per jaar, dat is dus tussen 1500 en 2000 euro, terug te betalen in 48 maanden met een rente van 10%.

Ook tijdens deze vier jaren is sprake van begeleiding vanuit de CBO en regelmatig ook door betrokkenheid van bestuursleden uit Nederland, die ook nog wel eens op bezoek komen. Stichting Sengerema stelt zich niét afhankelijk van de inzet van vrijwilligers in Tanzania zelf. Er is wel geweldig mooi werk te doen. Dat is echter maatwerk en alleen interessant voor aanpakkers met enige bagage. Oftewel: écht vrijwilligerswerk! Zinvolle en handzame zakelijke adviezen geven aan jongens met kleine bedrijvigheden, trainingen in boekhouding, computertrainingen, etc. worden met graagte aangegrepen. (NB: voor zulk vrijwilligerswerk geldt geen prijs: je betaalt alleen voor je eten en huisvesting; met 100 euro per week ben je ruim uit.)

Waar ik in tien dagen goed achter kon komen, dat is dat er een groot gat is tussen het draaiende houden van een winkeltje en het werkelijk ondernemer zijn. Vooral dáár liggen de grote kansen: de Tanzaniaanse ondernemers meer van de skills bijbrengen, die voor westerlingen ‘normaal’ zijn. Bedenk: qua mindset is élke volwassen Nederlander een ondernemer als je het vergelijkt met de Tanzaniaan.

In vijf dagen tijd heb ik 13 ondernemers bezocht, geïnterviewd en daarbij veel foto’s gemaakt. De meesten kunnen een beetje Engels spreken, maar ik kon ook altijd terugvallen op Maico als vertaler. Maico zelf heb ik ook geïnterviewd. Hij maakt sofa’s: grote bankstellen, helemaal handwerk. Je zou zo zeggen, dat ze uit de fabriek komen. Verder heb ik een ondernemer met een lasbedrijfje geïnterviewd, eentje met een restaurantje, een eigenaar van een motorfietsreparatiebedrijfje, twee kleermaaksters, twee eigenaars van een klein winkeltje met benodigdheden voor thuis, een telefoonwinkeltje, een kledingwinkel, een eigenaar van een kleuterschool en tot slot de eigenaar van een medisch laboratorium, waar de mensen hun malaria- en HIV-testen kunnen doen.

Het gaat ook wel eens fout met de leningen: dat er van terugbetaling te weinig terecht komt. Dan kan Sengerema, dat ook veel met donaties werkt, de lasten daarvann dragen. Maar de meeste leningen komen goed terug. De ondernemers die ik interview slagen er goed in om, met rente, hun schulden weer terug te betalen. Zodoende zijn ze na die vier jaren wel mooi eigenaar van hun eigen bedrijfje!

Precies daar wringt het nog wel eens: dan hebben ze hun bedrijfje, wíllen ze graag verder opbouwen, maar ze weten niet hoe. Die tweede stap, die is voor velen moeilijk. Daar kunnen ze weer veel adviezen bij gebruiken. Toevalligerwijze leverde mijn laatste interview de allerbeste ondernemer. Deze jongen van 27 had na de middelbare school een paar jaar laboratoriumschool gedaan en had bedacht, dat hij zijn eigen laboratorium wilde starten in een dorpje aan de boord van het Victoriameer, twee uren hobbelen over zandwegen vanuit Sengerema, alleen omdat ze daar zo’n laboratorium helemaal nog niet hebben. Hij is inmiddels ‘het mannetje’ daar; heeft een monopolie, zogezegd. Maar nu stuurt hij z’n klantjes nog rechtstreeks naar de overkant: de apotheek. Daar halen de mensen dan hun medicijn. Zonde natuurlijk! Hij spaart nu hard voor de centen om zelf een apotheekpraktijk te koppelen. Met fonkelende ogen vertelt hij, dat een paar jaar daarna z’n eigen gezondheidscentrum er ook moet zijn, waarna hij aan z’n ziekenhuis kan bouwen. Da’s een echte ondernemer!

De praktijk in Sengerema is nu aardig beproefd. Stichting Sengerema is bezig het model ook op andere projectlocaties te beproeven. Twee weken geleden is er een start gemaakt in Misungwi, een uurtje verderop. Daar beginnen 70 a.s. jonge ondernemers aan hun training. Voor de feestelijke opening was er zelfs een regeringsfunctionaris uit Dar es Salaam overgevlogen. Momenteel is de stichting in Tanzania in overleg met banken en de overheid. Samenwerken en verbinden is het motto, ook richting het Youth Development Fund van het ministerie, dat dus zelf ook leningen verstrekt. De regeringsvertegenwoordiger, aanwezig in Misungwi, kon vertellen, dat de overheid bij lange na niet aan zo’n terugbetaalpercentage komt als Sengerema Young Entrepreneurs!

Momenteel wordt gebouwd aan de lokale koepelorganisatie: YEP Tanzania (Young Enterpreneurs Program). De website is al in de lucht, al is-ie nog niet helemaal gevuld. Het beproefde model is hier in ieder geval goed te lezen. Voor mij was het een geweldig ervaring om dit project zelf te ervaren. Ik ga hier zéker weer naartoe terug!

Niko Winkel, 15 februari 2016

Straatkinderen in Mwanza krijgen nieuwe perspectieven dankzij Upendo Daima

[4 februari 2016]
Mwanza is de tweede stad, qua grootte, van Tanzania. De steden in Tanzania groeien verschrikkelijk hard: de bevolking van Mwanza, aan de zuidkust van het Victoriameer, is de afgelopen 15 jaar verdubbeld. Mwanza telt nu zo’n 600.000 inwoners. De stad wordt wel ‘Rock City’ genoemd: de heuvels zijn bedekt met sterk geërodeerde rotsen, die soms speels opgestapeld lijken te zijn. Marga van Barschot kwam in 1999 in Mwanza terecht, uitgezonden door de SMA (Sociëteit voor Afrikaanse Missiën), en kwam zo in contact met de Witters zusters die een project voor straatkinderen hadden en Marga vroegen om daarmee door te gaan. Ze was toen al voorbij de vijftig, maar heeft in Tanzania een heel nieuw leven opgebouwd. Samen met haar man Hoja, die in de buurt van Mwanza is opgegroeid, runt ze nu al een jaar of vijftien het straatkinderenproject Upendo Daima. Ik heb mezelf bij Marga uitgenodigd en heb me eind januari bijna een week lang heel erg welkom gevoeld bij Marga thuis. Mijn doel: dit project beter leren kennen en hopelijk een mooi verhaal over schrijven voor zowel de GoTanzania-website alsook voor de lezers van de Upendo Daima-website zelf.

Het werk van Upendo Daima bestaat uit twee verschillende onderdelen, die beide een eigen fysieke organisatie tot resultaat hebben: het Back Home House, waar straatkinderen – Upendo Daima werkt alleen met jongens – tijdelijk terecht kunnen en waar gekeken wordt of ze weer naar huis kunnen, en het Malimbe Family House, waar kinderen voor wie er geen re-integratie met hun families meer mogelijk bleek, aan een nieuwe toekomst kunnen bouwen. De organisatie werkt met 22 lokale medewerkers. Deze mensen hebben verschillende taken bij het begeleiden van de kinderen; sommigen gericht op directe re-integratie-begeleiding, sommigen praktisch: verzorging, eten bereiden, tuinen onderhouden, bewaking.

Street workers
Het proces start met de zogenaamde ‘street workers’. Tweemaal per week gaan de verschillende straatwerkers in Mwanza de straat op, waar altijd veel zwervende kinderen zijn. Meestal komen deze kinderen vanuit dorpen buiten de stad. Ze hebben allemaal hun eigen redenen om van huis weggelopen te zijn. Vaak ook zijn ze gewoon weggestuurd, is er sprake van mishandeling en verwaarlozing. In veel gevallen zijn de kinderen getraumatiseerd en gebruiken ze primitieve drugs (lijm- en benzinesnuiven), maar nu steeds vaker 'powder', zoals de kinderen het zelf noemen. Naar school gaan ze natuurlijk niet. De kinderen hebben zo zwervend een vrij bestaan en zijn ook vaak helemaal niet zo genegen om weer in een ‘gareel’ te komen. De straatwerkers gaan het gesprek met ze aan en indien kinderen bereidwillig zijn om mee te gaan naar het Back Home House, dat zich in een buitenwijk van Mwanza bevindt, dan regelt de organisatie e.e.a. met de overheid en kunnen ze tijdelijk worden opgevangen.

Dan start de volgende fase: de counseling. De kinderen krijgen op creatieve wijze een vorm van therapie en aandacht die ze nog nooit gehad hebben. Er wordt veel gebruik gemaakt van visualisaties en tekenopdrachten om erachter te komen, welke traumatische achtergronden op de kinderen van toepassing zijn. De medewerkers van Upendo Daima (Swahili voor ‘Eindeloze liefde’) gaan aan het werk om te bekijken of er mogelijkheden zijn om kind en familie weer bij elkaar te brengen.
Het aantal kinderen in het Back Home House, waar zich twee grote slaapvertrekken bevinden met stapelbedden, was tijdens mij bezoek 28. Dit aantal kan fluctueren. Maximaal kunnen kinderen drie maanden in het Back Home House blijven.
Tijdens mijn bezoek aan het Back Home House waren de kinderen net met hun begeleiders de lange vrijdagmorgenwandeling aan het maken. Dat doen ze wekelijks. Ze kwamen een uurtje later vrolijk schreeuwend het terrein oprennen en mij allemaal een hand geven. Daarna gingen ze uitgebreid ‘douchen’ op het plein, met plastic emmers, water uit een put. Vervolgens zaten ze aan lange tafel van hun ugali-lunch te genieten. De jongens zijn tussen de 7 en 12 jaar oud.

Malimbe Family House
Het weer bij elkaar brengen van familie en kind lukt vaak wel, maar soms ook niet. Lukt het niet, dan biedt Upendo Daima hun opvang aan in het Malimbe Family House. Dit is niet echt een huis, maar een uitgebreid terrein met gemeenschapsgebouwen, een grote halfoverdekte eetruimte voor de hele groep, keukens, kantoor- en lesruimte, bibliotheek en een stuk of 5 halfronde slaapgebouwtjes voor de kinderen. Er zijn er nu een ongeveer 45 (capaciteit is 55 bedden). Daarnaast is er ook een sportveld, wat speeltuintoestellen en een redelijk uitgebreide tuin met mais, wat bananenbomen, kool, bonen en spinazie. Ook scharrelen er de kippen rond.
Het Malimbe Family House bevindt zich zo’n 10 kilometer zuidelijk van Mwanza en het huis van Marga en Hoja, waar ik mijn eigen kamertje heb gekregen, ligt er vlak naast.

De kinderen leven er in een veilige omgeving, maar verder zonder luxe. Ze moeten immers uiteindelijk ook weer aarden in een eigen sociale omgeving. Ze gaan naar de plaatselijke overheidsschool en krijgen daarnaast extra educatiemogelijkheden van Upendo Daima, zodat ze zich beter kunnen voorbereiden op de toekomst, Engels leren, met computers leren werken, etc. Op een middag maak ik een lange wandeling met 8 kinderen van het Malimbe Family House, ze klauteren met mij op de markante rotspartijen en nemen me mee naar hun school.

Door de week heen heb ik regelmatig onderhoudende gesprekken met Marga. Ze voelt zich thuis in Tanzania en heeft een sterk relativeringsvermogen ten aanzien van alles wat Upendo Daima onderneemt: het is een klein maar eervol steentje om bij te dragen aan de verbetering van de toekomst van kansarme kinderen hier. Sponsoring vanuit Nederland biedt de mogelijkheid voor kinderen om ze betere studeermogelijkheden te geven. Voor elk kind dat ofwel door de intermediaire rol van Upendo Daima weer naar zijn vader en/of moeder terug kan en voor elk kind, dat door sponsoring via Upendo Daima betere scholing krijgt geldt hetzelfde: nieuwe ruimte voor een nieuwe toekomst.

Vrijwilligers
Vrijwilligers vanuit Nederland of andere landen zijn van harte welkom bij Upendo Daima. Marga stelt wel, dat Upendo Daima voorzichtig is, waar het gaat om de inzet van vrijwilligers. Echt onervaren vrijwilligers zijn een risico: de taal en werkomstandigheden zijn zodanig, dat zonder ervaring en affiniteit in ontwikkelingslanden, de aanwezigheid van vrijwilligers eerder een belasting dan een bijdrage betekent voor het team.
Marga en Hoja hebben prima ruimte om vrijwilligers te huisvesten en bij tijd en wijle komen er mensen uit Nederland voor (liefst) een langere periode helpen. Dat betreft maatwerk: in nauw overleg afgestemd op de taken waarvoor de behoefte aan extra experthandjes geldt en op de specifieke wensen en expertise van de vrijwilliger.

Ik heb tijdens mijn bezoek van bijna een hele week met eigen ogen kunnen zien, wat voor prachtig werk hier gedaan wordt. Dit is het type kleinschaligheid, een overzichtelijk project, dat zich vertaalt naar grote daden en dat een hoge mate van continuïteit waarborgt.

Niko Winkel, 4 februari 2016 

GoTanzania-highlights (where to go!) – 1 : Op zoek naar de chimpansees met Ugalla Primate Project

[8 november 2015]
“The Ugalla Primate Project (UPP) invites qualified individuals to volunteer for the Project, and is open to discussing potential independent studies for those volunteers.” Dit is geen vrijwilligerswerk voor watjes; ‘avontuur’ is zelfs een eufemistische kwalificatie: meewerken aan het in kaart brengen van de leefgebieden en de leefwijzen van de chimpansee in de verre wouden van west-Tanzania.

Het Ugalla Primate Project is opgezet door onderzoekers verbonden aan Engelse universiteiten. Spreekt vanzelf dat met name wetenschappers (in opleiding) met de dataverzameling bezig zijn. Vrijwilligers worden uitgenodigd om mee te werken aan de dataverzameling en ook om eigen onderzoek te ontwikkelen en uit te voeren. Zij kunnen daarbij ook gebruik maken van de continue dataverzameling, die bij Ugalla plaatsvindt. Je kunt er voor één maand met onderzoeksteams meedoen, maar ook veel langer, tot een jaar.

Op de website wordt veel informatie verstrekt voor a.s. vrijwilligers, maar daarnaast zijn er ook filmpjes te zien, die een mooi inkijkje bieden in de spectaculaire natuur en de manier waarop de onderzoekers werken.
De leefomstandigheden zijn ‘challenging’: het dichtstbijzijnde dorpje is 70 kilometer ver, het leven in het kampement is ‘basic’: een tentje in het gras, heel eenvoudig eten, geen luxe. Er is genoeg elektriciteit om je telefoon op te laden en via de satelliet is er internet. Het kan heet worden en er kan in het regenseizoen ook sprake zijn van extreme regenval. Bovendien brengt het veldonderzoek met zich mee, dat je dagelijks wel 25 kilometer de bush in trekt, waarbij het terrein soms moeilijk toegankelijk is.

Kortom, zoals ik al zei: wat een avontuur! En ook nog eens een bijdrage aan zinvolle studie met als doel: bescherming van een bedreigde diersoort.

Lees ook de verhalen op de website van het Ugalla Primate Project, en bekijk de filmpjes.

[GoTanzania zal wekelijks een voorbeeld-project op de website uitlichten. Dit is de eerste in deze serie.]