De Groene Amsterdammer over voluntourism: "Een eigen aandeel in de liefdadigheidsmarkt

[23 januari 2017]
In de Groene Amsterdammer van afgelopen week is een uitgebreide reportage te lezen over vrijwilligerstoerisme. Het is geschreven door Bob Pierik en Anas Aremeyaw Anas. Het artikel schrijft vooral over uitwassen in Ghana, waar het bijna onmogelijk blijkt om het uitbaten van de op verkeerde leest geschoeide kindertehuizen aan te pakken.
Daarnaast komt ook de uitzendpraktijk in Nederland over het voetlicht, vooral door in te zoomen op de wijze waarop aanstaande vrijwilligers worden voorbereid op hun reis.
Het bestuur van Volunteer Correct is benaderd voor reflecties. Deze worden uitstekend verwoord in het artikel.
Je kunt het gehele artikel lezen op de website van de Groene Amsterdammer. We laten hier ook de inleiding zien met een ‘lees verder’.

Een eigen aandeel in de liefdadigheidsmarkt: ‘Goed doen in Afrika
Westerse vrijwilligers en gelddonaties houden een malafide Afrikaanse kindertehuisindustrie in stand. Ondanks onthullingen van wantoestanden blijft strengere controle van oplichterspraktijken uit.

‘Ik wil graag een mama zijn voor de kinderen en ze liefde en aandacht geven.’ Hermien Codrington gaat vrijwilligerswerk doen in Afrika, net als de twintig andere vrijwilligers die vandaag zijn verzameld op een zolderkamer in een voormalig gebouw van de protestantse diaconie in de Amstelhoven. Ze volgen een training van Stichting Muses die hen moet voorbereiden op het grote avontuur. De groep van vandaag ontbreekt het niet aan idealisme en energie om goed te doen in Afrika. Ze hebben hun reis al geboekt bij organisaties die hen begeleiden en van een plek voorzien in een kindertehuis, school, ziekenhuis of ergens anders. ‘Hoeveel van jullie gaan met kinderen werken?’ vraagt trainer Bianca Smit. De helft van de handen gaat omhoog. ‘Ik ben ook een huiler, ik smelt van die Afrikaanse smoeltjes. Ik hoop iets voor ze te kunnen betekenen’, reageert een deelnemer.

Duizenden Nederlandse jongeren trekken er jaarlijks op uit om in de Derde Wereld vrijwilligerswerk te doen. Vaak nemen ze na het behalen van het middelbare-schooldiploma een ‘tussenjaar’ en willen ze een paar maanden wat nuttigs doen. Vanuit Nederland zijn zestig à zeventig uitzendende organisaties in deze sector actief. Een van de grotere, Travel Active, zond in 2015 ruim drieduizend vrijwilligers uit. Vorig jaar werden bij Stichting Muses elfhonderd vrijwilligers getraind, dit jaar is het doel twaalfhonderd.

Wereldwijd lopen de schattingen uiteen van enkele miljoenen tot tien miljoen vrijwilligers per jaar, in een industrie die zo’n twee miljard dollar per jaar omzet. De kritiek neemt echter toe op dit voluntourism, zoals deze mengvorm van toerisme en vrijwilligerswerk inmiddels wordt genoemd. Niet alleen hebben de vaak ongeschoolde jongeren in de paar maanden dat ze bij een project zijn weinig toegevoegde waarde, ook zouden in de ontvangende landen malafide individuen en organisaties misbruik maken van de stroom mensen en vooral geld die hun kant op komt. Tijdens de Vakantiebeurs vorige week stelde het Better Care Network zelfs dat toeristen moeten stoppen met excursies naar weeshuizen in arme landen.

Lees verder

VARA's Rambam zet bijl aan de wortel van (fout) vrijwilligerswerk

[11 december 2016]
Wij waren al een tijdje op de hoogte van de plannen van Rambam om zich eens kritisch en scherp te verdiepen in het wereldje van het internationaal vrijwilligerswerk. De redactie hing regelmatig aan de telefoon bij het bestuur van Volunteer Correct. De interesse was oprecht, een programma als Rambam stelt het maatschappelijke dilemma voorop, zo is onze indruk, maar direct daar achteraan gelden moderne televisiewetten: de honger naar kijkers. De doelgroep wordt niet gezocht niet bij de contemplatieve volwassene met levenservaring, die een goed gesprek wil beluisteren. Rambam is een flashy en hip programma, shots duren niet meer dan 30 seconden, met wervelstormen aan snelle informatie. Vóórdat de verwachte vervolgvragen worden gesteld is het volgende shot alweer gestart. Vijfentwintig minuten sneltreintelevisie zet heel veel op de kop. Voor nuancering is geen tijd.
Dat een hele kwalijke praktijk wordt blootgelegd, juicht Volunteer Correct van harte toe. Maar de vraag is: in hoeverre lijden, als gevolg van zo’n hippe flashdocu, de goeien (duurzame ontwikkelingsprojecten die óók graag met inzet van vrijwilligers en stagiairs werken) onder de kwaaien (de door Rambam gehekelde commerciële vrijwilligerstoerismebureaus)?

Schrijver van deze redactionele beschouwing van onderhavige Rambam-uitzending is net terug na een reis naar Ghana. Ghana is een stabiel land met een vredelievend volk, dus is altijd een ‘vrijwilligers-darling’ geweest. Maar vier jaar geleden dook in West-Afrika de ziekte ebola op. Jarenlang gingen er nauwelijks meer vrijwilligers naar Ghana. Daar hebben veel lokale projecten met een belang in de inzet van vrijwilligers flink onder geleden. In Ghana is echter nooit sprake geweest van ebola. Alle vrijwilligerswerk in Afrika heeft geleden onder ebola, zelfs tot aan Tanzania en Zuid-Afrika aan toe, waar de ziekte ook nooit is opgedoken. En dan te bedenken dat vanuit Ghana bezien Europa dichterbij ligt dan Tanzania en Zuid-Afrika! Zo primair werkt het met de mens; zo weinig zoekt men… de nuance. Dat Rambam zo’n ‘ebola’-achtige invloed zou kunnen hebben (‘waar rook is, is vuur’, dus doe maar helemáál geen vrijwilligerswerk’), dat zou tragisch zijn. Bovendien is de uitzending voor 90% opgehangen aan één segment: het vrijwilligerswerk met jonge kinderen, met name in weeshuizen.

Fun-vrijwilligerswerk
Toch is Volunteer Correct blij met de Rambam-uitzending. De ‘markt’ van internationaal vrijwilligerswerk is een hele diffuse en kwetsbare. Het is een instrumenteel bemiddelende markt, waarbij het doel niet zou moeten liggen bij het vrijwilligerswerk en de vrijwilliger, doch bij een zingevende interculturele relatie, die zich vertaalt naar de juiste inzet van expertise en daadkracht ten behoeve van een bijdrage aan een concreet en positief maatschappelijk doel. Daar hoort het door Rambam zo krachtig aan de oppervlakte gebrachte foute vrijwilligerswerk gewoon niét bij! In dit vooral op ‘voluntourism’ gerichte vrijwilligerswerk, georganiseerd door commerciële vrijwilligersreisbureaus, staan de fun-ervaring van de vrijwilliger en het verdienmodel van het bedrijf centraal.

Volunteer Correct is in het verleden vaker verweten, een particuliere vete uit te vechten met de Nederlandse marktleider in internationaal vrijwilligerswerk, de onderneming Projects Abroad. Ook in deze Rambam-uitzending wordt een flinke klemtoon gelegd op de praktijken van Projects Abroad. De achtergrond is heel simpel: iedereen die zich waagt in het wereldje van internationaal vrijwilligerswerk, komt vanzelf bij Projects Abroad uit. Google zet de organisatie bovenaan (waarvoor ze goed betaalt), de organisatie werkt in een enorm aantal landen met een diversiteit aan projecten en sluit het nauwst aan bij de oppervlakkige wijze waarop de jonge aanstaande en onwetende vrijwilliger zich op deze markt begeeft. Rambam laat het licht goed schijnen op de schaamteloze prijsstellingen van Projects Abroad: een interview met één van Projects Abroad’s eigen lokale partners in het bestemmingsland toont aan, dat ongeveer eenderde deel van de kosten daadwerkelijk daar worden uitgegeven. Waar de wereld van internationaal vrijwilligerswerk uniek in is: de enige markt waarbij de marktleider tevens veruit de duurste productaanbieder is.

Rambam besteedt veel aandacht aan het weeshuisvrijwilligerswerk, waar (gelukkig) de laatste tijd een flink vergrootglas op wordt gezet. Juist dit marktsegment is aantrekkelijk voor jonge, vooral vrouwelijke (80%!) vrijwilligers: je hoeft er niks voor te kunnen en het werken met jonge kinderen appelleert erg makkelijk en snel aan een bijzondere persoonlijke ervaring. (Het woord ‘knuffelen’ duikt dan steevast op.) De opgenomen telefoongesprekken met aanbiedende organisaties doen ons huiveren van schaamte en boosheid: je zou er liefst een officiële inspectie-instantie op af sturen. Het zou gewoon verboden moeten worden. Volunteer Correct heeft nog heel veel werk te doen!

Training
Tot slot is vermeldenswaard hoe de marktleider op het terrein van voorbereiding en training voor a.s. vrijwilligers, de stichting Muses, over het voetlicht wordt gebracht. De redactie van Rambam is ‘under cover’ bij een training aanwezig geweest en heeft stiekem film- en geluidsopnamen gemaakt. Je mag je afvragen, of deze werkwijze moreel verantwoord is. Het is wel zo, dat op deze wijze bijzondere achtergronden inzichtelijk worden. Veel organisaties – ook organisaties die zich graag profileren met uitgangspunten als duurzaamheid en transparantie – vertellen op hun website, dat deelname aan deze Muses-training gratis is. Dat is misleidend. De training is wel relatief goedkoop, vooral doordat de trainingen goeddeels door (ex-)vrijwilligers worden gegeven. In de Rambam-uitzending komt naar voren, welke implicaties dit heeft: de vrijwilligersorganisaties, die de Muses-training afnemen, worden niet gescreend. Projects Abroad, als klant van Muses, is gewoon nodig: ze levert veel betalende klanten. Stiekem gefilmd laten de trainers dit onverbloemd weten. Een blikje in de keuken van zo’n training maakt duidelijk dat het hier om een erg oppervlakkige training gaat en niet om een degelijke voorbereiding op een intensieve interculturele ervaring.

Er is ook goed vrijwilligerswerk!
Onze ‘pijn’ zit ‘m vooral in het cynisme-verhogende effect dat een Rambam-uitzending als deze kan hebben. Het is onthutsend zo’n blik te kunnen werpen in een wereld met zoveel valse praktijken. Tegelijkertijd heb je dit wel nodig om iets te kunnen aanpakken.
Het zou geweldig zijn geweest, als de uitzending tien minuten langer had geduurd en deze tien extra minuten zouden worden besteed aan het licht werpen op de praktijken van een aantal duurzame, niet-commerciële projectorganisaties, die vrijwilligers zinvol inzetten in een interculturele setting met alleen maar maatschappelijke, sociale ‘winst’ en bijzondere persoonlijke ervaring en groei tot gevolg, zowel aan de kant van de vrijwilliger alsook aan de kant van de ontvanger. Daar zijn er namelijk ook heel veel van.
De Transparantie-index van Volunteer Correct is een bruikbaar instrument dat aansluit bij de pijn van deze aflevering en waar nog veel meer gebruik van gemaakt kan worden.

Niko Winkel, 11 december 2016 

[Dit artikel is tevens gepubliceerd op de website van Volunteer Correct]

Internationaal vrijwilligerswerk: waar gaat het debat over?

[22 maart 2016]
Het zijn de belangrijkste vragen die momenteel rondzingen in de wereld van het vrijwilligerswerk: is internationaal vrijwilligerswerk eigenlijk wel OK, is het duurzaam, is het nodig, is het ethisch verantwoord? Misschien ben je wel bekend met deze vragen. Misschien is een term als ‘voluntourism’ (of: vrijwilligerstoerisme) al bekend. Maar of ze nu nieuw zijn of niet, dit artikel wil de belangrijkste argumenten voor en tegen internationaal vrijwilligerswerk nog eens nader uitlichten.

Voordat we beginnen is het belangrijk, dat we stellen dat we geloven in de waarde van verantwoord vrijwilligerswerk, of dat nu in het thuisland is of in een ontwikkelingsland. Soms wordt het enigszins cynisch beschouwd als een ‘toegangsritueel’, maar internationaal vrijwilligerswerk, voor, tijdens of na een beroeps- of universitaire opleiding kan werkelijk een verrijkende ervaring betekenen, met zowel voordelen voor de persoonlijke ontwikkeling als ook voor de gemeenschap die van de inzet heeft mogen profiteren. Jammer genoeg kan het echter ook een middel zijn voor verkeerd bedoelende mensen om snel geld te verdienen.
(Lees het gehele artikel op de website van Volunteer Correct)

De werkelijkheid achter de Facebook-foto's: voluntouristen helpen vooral zichzelf

"Ieder jaar reizen er 1,6 miljoen vrijwilligerstoeristen naar verre oorden. Ze gaan niet alleen kijken, ze dragen ook ‘een stukje bij aan de medemens.’ In de film #doinggood volgen we een vrijwilliger die in Zuid-Afrika op een crèche gaat werken. Want doen die mensen echt 'goed,' of is het vooral een industrie?"
Jos de Putter van De Correspondent presenteert op de website een korte documentaire van Loeke de Waal en Steffi Posthumus. Ze volgen Mitchell, een 21-jarige student die een maandje vrijwilligerswerk gaat doen in een kindercentrum in Kaapstad. 

Het geschetste beeld is onthutsend. Er is niet of nauwelijks sprake van begeleiding of het concreet benoemen van taken. "Ga maar met de kinderen spelen", dat is zo'n beetje waar het om gaat. 
Ook wordt de andere kant in beeld gebracht: waar het bij het échte "voluntourism" om gaat: vrijwilligers ontmoeten elkaar, leren internationaal nieuwe vrienden kennen en slaan grote hoeveelheden shotjes achterover. 

Bekijk de documentaire, hij duurt maar een minuut of 13, online op de website van De Correspondent! 
Loeke de Waal was een week of zes geleden ook op bezoek bij "Van Liempt Live", op RTLX. Een zender die ikzelf helemaal niet kende; ik trof dit toevallig op YouTube. Geen idee hoeveel mensen dit hebben bekeken. Maar als interview is het zeker ook de moeite waard. 

 

The American Way - Hollandse twijfel over Amerikaans 'volunteerism'

[2 december 2015]
Op de GoTanzania-website zitten zo’n 200 organisaties in een database: organisaties die vrijwilligerswerk aanbieden in Tanzania. Hiertussen ook zo’n 40 à 50 organisaties die dat vanuit Nederland doen, of die lokale NGO’s betreffen, die met name gefundeerd zijn op een Nederlands initiatief. Maar de rest is dus ofwel een lokaal Tanzaniaans initiatief ofwel geworteld in een anders westers land, veelal geënt op een brede ‘vrijwilligerstoerisme’-basis en niet zelden puur commercieel. Toch is het erg lastig harde uitspraken te doen. In de verantwoordingsinformatie gaan schreeuwend duur en “not for profit” nogal eens samen. Vooral bij Amerikaanse organisaties. Ik licht een drietal organisaties uit ten behoeve van een fascinerend inkijkje.

De founders van het Amerikaanse Amizade gebruiken niet ‘vrijwilligerswerk’ als centraal thema, doch ‘service learning’. Een slim concept, dat ‘halen’ naast ‘brengen’ plaats: “Amizade empowers individuals and communities through worldwide service and learning (….) to create an equitable world where all people can connect freely and forge lasting friendships.”
Amizade, zichzelf duidend als ‘non profit’-organisatie, maakt deze ‘service learning’-drijfveren waar door uitgebreid samen te werken met een aantal universiteiten in de VS, die dit perspectief parallel laten lopen met educatiedoelstellingen. Naast individuele ‘volunteer placements’ zijn er dan ook veel opties voor groepsreizen en ‘faculty-led courses’. Het ziet er allemaal zeer verantwoord uit. Het zogenoemde ‘Fair Trade Learning’-beginsel is leidend: ‘a sector changing ideal pioneered by Amizade’. De baas schrijft artikelen over dit beginsel: Ethical standards for community-engaged international Volunteer tourism’. Een aparte pagina over transparantie toont, dat 85% van de inkomsten rechtstreeks naar de programma’s gaat. De rest gaat naar ‘administration’. Heel redelijk dus.

Maar ga je naar Tanzania om bij een ‘gewoon communityproject’ van Amizade, waarbij je bij een gastgezin woont en met het gezin mee-eet, een bijdrage als vrijwilliger te leveren, dan betaal je voor je eerste twee weken $1620 en voor iedere bijkomende week $440!
Daarover heb ik contact gezocht met de baas van Amizade. Zijn reactie: “My hunch is that some of your confusion may be that you are comparing us to organizations that have very different missions. (…) Our programs have a curriculum, we monitor and evaluate impact for both visitors and hosts, spend a great deal of effort to create (and fundraise) for reciprocity, and the health and safety of all involved. As such, our very small sustainability fee goes towards research and development, improving the international education sector, advancing curriculum, evaluating impact, etc. Costs on the ground are not even managed by our US-based staff. They are all locally determined. Housemothers set their own rates, drivers are paid at going market rates, food is prepared by local chefs, and community organizations receive appropriate honorariums and healthy donations (for some programs this can be many thousands of US dollars).”
Hij ging zelfs nog verder en bracht complimenten naar GoTanzania: ‘hartstikke goed dat je licht in de duisternis brengt in deze volunteerism-sector; wij zijn daar zelf ook zeer bezorgd over!’. Hij vertelt, dat vrijwilligers van Amizade elke week $125 aan directe projectsponsoring betalen en dat de genoemde ‘duurzaamheidstoeslag’ $50 per week betreft: toch niet echt een ‘very small fee’. Op de website zelf trof ik deze informatie niet. Zou het dan zo zijn, dat de extreem hoge kosten voor jou als vrijwilliger echt heel zinvol besteed worden? Verdient Amizade het voordeel van de twijfel?

De website van een ander Amerikaans vrijwilligersuitzendbureau, Cross Cultural Solutions (CCS), toont kleurige achtergrondfoto’s en daarover heen witte chocoladeletters met schreeuwende capitals: “VOLUNTEER ABROAD. CHANGE THEIR WORLD. CHANGE YOURS. THIS CHANGES EVERYTHING”.
Eén van de doorklikopties: “This CCS experience is very affordable. Find out how to…. FUND YOUR TRIP”. Daarna krijg je 7 opties om zelf funding te genereren: laat je baas meebetalen, belastingaftrekbaarheid, zelf fondsen verwerven, neem een vriend mee, frequent flyer programma’s en, tot slot, stel een betalingsprogramma op. De pagina eindigt met “YOU CAN DO IT!”. Op de website wordt CCS een met ‘Peace Corps’-vergelijkbare organisatie genoemd. De Verenigde Naties-beginselen zijn leidend. “As a leader in the field of international volunteering for 20 years, we know that the best approach to international volunteering—the only approach—is one designed by the community. We believe that the local people are the experts. In every community in which we work, we have long-standing relationships with local organizations who communicate real-time needs and objectives to the CCS team. Our in-country team is made up entirely of local nationals and volunteers work alongside local people. This community approach was specifically designed to make sure our programs generate sustainable impact.”
Het gaat allemaal over ‘Making a difference’ bij deze organisatie, met typisch Amerikaans onbescheiden enthousiasme: ‘yes, we can’!!

Klik verder op de site en steeds een andere bijna levensgrote full-colour foto met hoog sentimentaliteitsgehalte vult je scherm, een vrijwilligerslitanie eronder, als “This really changed my life foregood!”. Daarna kun je uitgebreid door de internetbrochure scrollen en passeer je ook de “Home-base”: in Tanzania is dat een prachtige villa, die ook in Hollywood niet zou misstaan. “The CCS Home-Base is your home-away-from-home, a place to relax and reflect right in the local community where you'll engage with your second family of fellow volunteers and our expert CCS in-country staff. The Home-Base is comfortable, with common areas to share experiences, comfortable shared bedrooms, and plenty of space as you're re-charging for your next incredible day of volunteer adventures. We know that your comfort is key to giving all you can as an international volunteer, and the CCS Home-Base is just one of the many unique ways that the CCS experience changes everything.”
Hemel, wat heeft dit nog te maken met een onderdompeling in een andere cultuur? Toch stelt CCS het bestemmingsland, met zijn eigen cultuur, centraal: “We believe that the most successful approach to international volunteering is one that is community-led and driven. That's why our in-country staff is made up entirely of local nationals, who truly understand the needs of their own communities. We work in partnership with sustainable community organizations who are dedicated to creating positive change in communities, and know how to effectively work with international volunteers to meet these goals.”
Maar rijmt dat wel, zo vraag ik mij af.

CCS profileert zich gretig als een aan het Amerikaanse Peace Corps verwante organisatie. Waarin verschilt CCS van Peace Corps: “A CCS program is a great way to experience all that volunteering abroad has to offer for a shorter period of time than the Peace Corps, which requires a two-year commitment.”

Er is ook sprake van een specifiek ander verschil: bij Peace Corps krijg je zelfs een toelage op de kosten die je maakt en committeer je je aan twee jaren vrijwilligerswerk. Bij CCS mag je je portemonnee trekken: onderaan de scroll-brochure kun je simpelweg invullen, hoe lang je weg wilt, waarna letterlijk het dollarmetertje gaat lopen: 1 week - $2687, 4 weken - $4646, 12 weken - $9773!! Je gelooft je ogen niet! Is dit een grap?
Nee, het is een Amerikaanse non profit organisatie, die zelfs mooie sier maakt met een zopas verdiende ‘award’: "GreatNonprofits recently awarded Cross-Cultural Solutions its top-rated award for the third year in a row! GreatNonprofits bases its voting system entirely on ratings and reviews submitted by volunteers. The organization prides itself on its mission to inspire and inform donors and volunteers, enable nonprofits to show their impact, and promote greater feedback and transparency."

K2 Adventure Travel neemt – haar naam zegt het al – een ander beginpunt: avontuur! Er wordt wel een flinke ‘derde wereld’- en ‘making a difference’-saus overheen gegooid. De ‘business’ van K2 zit wél in het vrijwilligerswerk. In Tanzania ondersteunt K2 een school voor blinde kinderen. “More than 600 students, ages 5 through 17, attend the Mwereni integrated School for the Blind, including 80 blind and albino children who were orphaned or abandoned at birth. When K2 Adventure Travel first visited in 2009, many of the students were suffering from lack of medical and dental care, typical hygiene and basic necessities. Since that first trip, K2 Adventure Travel clients have provided the students with Braille Writers, magnifiers, canes, walkers, a computer lab with 30 new computers, and provided all of the orphans with new mattresses, blankets, pillows, sheets, mosquito nets, shoes and stuffed animals.
Het vrijwilligerswerk lijkt zo een faciliterend bijproduct voor de ondersteuning van een lokaal project. Zo kun je ook naar ‘voluntourism’ kijken. De grote foto op deze Tanzania-pagina toont de brug tussen noord en zuid met twee lachende gezichten; een Afrikaans kind en een Amerikaanse vrijwilliger tonen beide hun handicap: een halve arm.
Ook hier is het de informatie over de kosten, die veel ruimte voor verwondering laat: bestaat je hele reis uit 8 dagen ‘community service’ en een 1-daagse safari, dan betaal je $2450; doe je 4 dagen service en een 5-daagse safari, dan betaal je $4950. Deze kosten natuurlijk nog allemaal exclusief vluchten, visa, verzekeringen etc. 

Verwondering, verwondering. Ik begrijp maar weinig van de relatie tussen product en kosten. Het biedt me wel een ander perspectief op de vanuit Nederland opererende vrijwilligersuitzendcentrales: zelfs de allerduurste is nog meer dan tweemaal goedkoper!
Maar je kunt er misschien ook anders naar kijken. Deze organisaties zoeken een ander marktsegment dan de organisaties (ook in de VS aanwezig), die zich vooral fixeren op de ‘gratis arbeid’ van een vrijwilliger en daarnaast kosten baseren op de lokale situatie betreffende ‘lodging and food’ (ergens tussen de 100 en 200 dollar per week). Vaak lijken déze organisaties onvoldoende te kijken naar de kwaliteit van de vrijwilligersinzet gebruikende ontwikkelingsprojecten. Je zou ook kunnen redeneren, dat het redelijk is uit volle portemonnees de hoofdprijs te trekken, als je daarmee goeie projecten op de beste wijze ondersteunt; als vrijwilligersgelden ook écht naar de projecten gaan:
* Amizade: als rijkeluiskinderen, studerend aan dure universiteiten, deze kosten kunnen dragen, dan kan sprake zijn van een mooie maatschappelijke herverdeling van investeringsgeld.
Cross Cultural Solutions: misschien werken er talloze locals in de luxe ‘home-bases’ in 10 verschillende bestemmingslanden en zorgt CCS voor veel werkgelegenheid aldaar.
K2 Adventure Travel: er is vast grote behoefte aan onderwijsmogelijkheden voor blinden. In Tanzania zou wel eens deze hele school voor blinden op K2 Adventure Travel-funding kunnen draaien.

Ik ben geen Amerikaan, doch een sceptische Hollander die er op voorhand niet op vertrouwt, dat de Amerikaanse organisaties zo ‘not for profit’ zijn als ze claimen. Maar ja, als de ene hand de andere wast…. ?!

Niko Winkel, 2 december 2015

GoTanzania-lowlights (where not to go) - 1 : K2 Adventure Travel

Extreme voluntourism (1): K2 Adventure Travel 
> Volunteer Abroad Organisaties om te vermijden <

K2 Adventure Travel gebruikt de volgende koppen op haar promotiepagina's:
* Helping Can Be Exhilarating
* Spectacular. Significant. And Above All, Safe
* Fulfilling Your Dream Fulfills Ours
* Dreams Don’t Discriminate

Een lees de volgende K2-tekst op de site: 
“In addition to seeing the world, K2 Adventure Travel is your connection to doing a world of good. Our life-changing adventure travel includes the unique opportunity to actually change lives. All of our international expeditions incorporate time spent doing community service in the local communities or orphanages to help impoverished children in the locations we visit. Just as the views from any mountain will take your breath away, so will the smiling faces of the children living near there. The memory of those faces, and your efforts to improve their lives, just might be more vivid than those you take away from atop the mountain.”

De arrangementen tonen aan, hoe deze organisatie goed om haar eigen portemonnee denkt: een trip bestaande uit één dag safari en acht dagen vrijwilligerswerk (community service) in Tanzania kost je 2500 dollar (vliegreis, verzekeringen en visa niét meegerekend!).

Dus: vermijd K2 Adventure Travel!!

[GoTanzania licht regelmatig 'best en worst practices' van vrijwilligerswerk en vrijwilligerstoerisme uit. Dit is de eerste v.w.b. de slechte praktijkgevallen.]

Column - Fair Trade Learning - ethiek als marketinginstrument?

Kort geleden kwam de recent gestarte campagne-site ‘End Humanitarian Douchery’ onder mijnaandacht. Een campagne die zich richt op actieve inzet op verantwoord vrijwilligerswerk en het emanciperen van de vrijwilliger door hem te wijzen op de veelal niet direct zichtbare negatieve kanten van ‘voluntourism’. Ik heb de campagnewebsite eens goed bekeken en er mijn beschouwingen over opgetekend.

Het woord ‘douchery’ was mij volkomen vreemd. De betekenis is ook nogal breed, maar denk maar gewoon aan onbehoorlijk en onfatsoenlijk gedrag, want daar gaat het zo’n beetje over. Dus: ‘maak een einde aan onbehoorlijk gedrag’ en dan dus gericht op het ‘humanitarian’-domein. Menslievend. Maak een einde aan onmenslievend gedrag. Ik vind het zelf maar een rare naam voor een campagne. Maar misschien is dat juist de bedoeling (en dus… slim). In ieder geval: het gaat over ‘voluntourism’, vrijwilligerstoerisme.

“Wij zijn twee ‘millennials’ die ook de wereld wilden redden”, begint het al. En dat is ook de teneur van het hele verhaal: natuurlijk gaan al die vrijwilligers wereldwijd met de allerbeste bedoelingen op pad. Maar de vrijwilliger is zich, in het algemeen, van veel implicaties van zijn activiteiten te weinig bewust. Op de campagnewebsite komen deze valkuilen stuk voor stuk aan de orde. Het is vaak erg ‘impliciet’, hoe er sprake kan zijn aspecten van wat je vanaf een wetenschappelijk gevormde achtergrond neokoloniaal gedrag zou kunnen noemen. Wat weet iemand van 18 jaar van interculturele controverses, effecten op de lokale economie, het creëren van afhankelijkheidsrelaties, relationele ongelijkheden, etc. etc.? Het is een goed overzicht, doch voor ons natuurlijk deels ook weer oude wijn in een nieuwe zak. Ach, misschien kunnen we eens kijken of we hier ook in het Nederlands een handvatje van maken. “We’re not trying to shame volunteers, we want to empower them to pursue their passion in a responsible way.”

De campagnewebsite vertelt dat er inmiddels 2 miljard dollar jaarlijks omgaat in de vrijwilligersindustrie. Daar zit geen waardeoordeel aan vast. Ik bedoel: dat benoemen zegt nog niet, dat er sprake is van teveel geld, of iets als ‘verspilling’. Maar ik kom er aan het eind van dit artikel, met reden, nog op terug. Een grote klemtoon bij deze campagne ligt op de constatering dat het georganiseerde vrijwilligerswerk een commerciële markt is geworden. Vrijwilligerswerk is een ‘commodity’; je kunt het gewoon ‘kopen’, als een gebruiksgoed. En dat terwijl het gaat om ‘hulp’. Hulp die op zich natuurlijk pas ontstaat, en beoordeeld kan worden, bij en na uitoefening. Dat wringt.

De campagne presenteert de ‘zeven zonden van vrijwilligerstoerisme’:
* Geen onderzoek doen, vooraf, naar de vrijwilligersorganisatie;
* Uit trots niet toegeven, dat je eigenlijk niet geschikt bent voor het werk dat je doet;
* Meer voor de lol en je eigen ‘thrill’ vrijwilligerswerk doen in plaats van voor de doelgroep;
* Je eigen waarden laten prevaleren boven die van de mensen en de cultuur waar je bent;
* Eigenlijk als doel hebben thuis je eigen omgeving jaloers op jou te laten zijn;
* “Lusting for likes” – denk aan Facebook; jezelf als een wereldredder neerzetten;
* en dan nog als laatste: neerkijken op mensen die niet dit prachtige werk hebben gedaan.

Ik benoem deze ‘zonden’ expres in z’n geheel, omdat ik hier aangekomen begon te denken: hoe serieus moet je dan als oprechte wereldverbeteraar deze campagne nemen? Dit gaat toch meer over de onoprechte, zou ik denken. Maar hierna presenteert de campagne de ‘oplossing’: “Fair Trade Learning”, gedefinieerd als ‘a global educational partnership that prioritizes reciprocity in relationships through cooperative cross-cultural participation in learning, service and civil efforts.’ En dan gaat het weer ergens over.

Fair Trade Learning stelt acht ‘leidende principes’ voor vrijwilligerswerk voor:
* Het dient altijd twee doelgroepen: zowel de gemeenschap waar je je werk brengt als jou zelf als vrijwilliger;
* Het werk komt altijd voort uit de gemeenschap zelf;
* Het werk moet ook lokaal door de instituties gedragen worden;
* Transparantie, vooral waar het de economische relaties en transacties betreft;
* Ecologische duurzaamheid;
* Economische duurzaamheid, invloed op lange termijn;
* Focus op diversiteit, intercultureel contact, wederkerigheid, leren van elkaar;
* ‘Global community’ – hoe bouwen we samen met elkaar aan een betere wereld!

De principes komen bij elkaar in een ‘vrijwilligers-gereedschapskist’ (toolkit). Ook daar is weer een lijstje van gemaakt:
* Zorg dat je niet het baantje van iemand in het land waar je gaat ‘dienen’ inpikt;
* Schat de impact van de organisatie waarmee je gaat werken goed in: leveren ze wel goed werk?;
* Verzeker je ervan dat je werk echt de lokale gemeenschap dient;
* Kijk goed naar de duurzaamheid van je werk en de organisatie die het werk organiseert;
* Stel jezelf de juiste vragen aangaande de deskundigheid die je nodig hebt voor het werk;
* Onderzoek het management en de transparantie van de organisatie;
* Bekijk de implicaties van jouw aanwezigheid in de gemeenschap waar je je werk gaat doen;
* Beoordeel of de organisatie zich focust op het werk dat je doet en niet teveel op alle secundaire voorzieningen (‘fun & adventure’).

Goeie zaken om rekening mee te houden. Ik kan er geen speld tussen krijgen. Sterker nog: eigenlijk heb ik de meeste van deze zaken gemist, toen ik via Projects Abroad, dat mij in 2013 uitzond naar Tanzania, een voorbereidingsdag aangeboden kreeg. Dat is alleszins voorstelbaar, want ik zou toch mogelijk nog de nodige vragen kunnen gaan stellen bij mijn aanstaande, reeds geboekte project.
Maar toen ik zo’n beetje alles gelezen had op de campagnewebsite van End Humanitarian Douchery, viel mijn oog op de bedenkers van Fair Trade Learning. Daar trof ik de organisatie Amizade Global Service Learning aan. Een Amerikaanse instelling, die veel vrijwilligers brengt naar een groot aantal landen, waaronder ook Tanzania. Nu ben ik er al een tijdje achter, dat Projects Abroad in vergelijking met andere aanbieders een dure organisatie is: voor 3 maanden meedraaien in een vrijwilligersproject heb ik €3900 betaald. Ik had wat meer en beter voorbereidingswerk kunnen doen en als gevolg daarvan kunnen boeken op een project voor 50% van deze prijs, via een andere organisatie. Sterker nog: via heel wat andere organisaties. Amizade is, zo toonde mij de website, nog een stuk duurder dan Projects Abroad. Sterker nog: van alle 160 organisaties, die onderdeel uitmaken van het totaalaanbod van vrijwilligerswerk in Tanzania, verzameld op de GoTanzania-website (www.gotanzania.org), is Amizade zo’n beetje de allerduurste. Twee weken meehelpen aan een project kost bij Amizade $1600. Elke bijkomende week kost je $420.

Hoe moeten we het begrip ‘transparantie’ dan opvatten? Over kostentransparantie gaat het in ieder geval niet. Amizade komt niet verder dan de stelling, dat 80% van deze kosten naar ‘het project zelf’ gaan. Wat dit betekent wordt niet duidelijk. Niet ‘wij bouwen er de school van’ of iets van dien aard. Welke kostenposten rechtvaardigen dan deze ongehoord hoge kosten? Amizade laat online zelfs weten een nonprofit-organisatie te zijn. Kijk in dit licht ook naar de andere artikelen over de schimmigheid over de financiën van vrijwilligersprojecten op de website van Volunteers Correct en OneWorld.

Ik heb mezelf inmiddels al betrapt op enig voorstellingsvermogen bij de mogelijkheid dat Fair Trade Learning meer een marketing- dan een ethisch-moreel concept is. Vanuit Volunteer Correct is al een maand geleden op enthousiasmerende wijze contact gezocht met de campagnemensen. ‘We are brothers in arms’, toch? Helaas daarop is nog geen respons gekomen.

http://www.amizade.org
http://www.endhumanitariandouchery.co.nf
http://www.gotanzania.org
http://www.volunteercorrect.org
http://www.oneworld.nl

Een aangepaste versie van dit artikel is gepubliceerd op de website van Volunteer Correct.

Vrijwilligerswerk in de Volkskrant: gemiste kansen en de “beter dan niets”-val

[7 april 2015]
Zaterdag 4 april wijdde de Volkskrant artikelen in krant, magazine en website aan vrijwilligerswerk. Gloednieuw Volunteer Correct-bestuurslid en grondlegger van Gotanzania.org Niko Winkel zag in het onderzoek vooral gemiste kansen. Dat de Volkskrant zich qua kritische journalistiek niet kan en wil meten met Tegenlicht, Zembla of de Groene, dat is bekend. Dat de Volkskrant een schot voor open doel mist om een heikel thema met nét even meer diepgang te benaderen, opdat er wellicht een Kamervraag over gesteld zou kunnen worden, dat is ontzettend jammer. De Volkskrant was er dichtbij met haar artikelen over de vrijwilligerswerkindustrie in zowel de krant als het magazine, zaterdag 4 april 2015 – zelfs het onderliggende onderzoeksrapport was beschikbaar gemaakt. Het journalistieke product blijft echter hangen op ‘dat goede bedoelingen niet altijd het gewenste product opleveren’ en lijkt finaal zelfs de “het is beter dan niks”-schaamlaplegitimatie te onderschrijven. Doodzonde, want het vrijwilligerstoerisme vliegt uit de bocht, als er niet hard gewerkt wordt aan (kosten)transparantie, kaders, richtlijnen en controle.

Volkskrant-journalist Noël van Bemmel reisde in Afrika langs projecten met veelal jonge vrijwilligers. Ze zingen liedjes met kinderen, ze doen dansjes met kinderen, ze wandelen met jonge leeuwen, ze tellen neushoorn, ze helpen docenten op scholen (maar, help, de docent zelf is ziek of dronken en hup, ze staan zomaar zélf voor de klas), ze bouwen mee aan schooltjes. En veel spelen met kleine kinderen in weeshuizen. Zelfs als het onschuldig lijkt ziet ook van Bemmel wel dat er vaak ‘iets niet klopt’. De ontvangers van dit vrijwilligerswerk putten zich echter uit in waardering. Ze hebben immers een ‘zak met geld’ (= vrijwilliger uit de 1e wereld) op bezoek . (“We zaten laatst weer in het donker en toen betaalde een vrijwilligster spontaan de energierekening!”) Kun je stellen dat ‘het is beter dan niks’ een afdoende legitimatie is, wanneer de schadelijke en de positieve effecten van de inzet van een vrijwilliger zich tegen elkaar laten wegstrepen? Een hachelijke zaak.

De slager en zijn eigen vlees
De Volkskrant heeft onderzoek laten doen. Een studente van de Universiteit van Wageningen heeft aan de hand van een 16-tal richtlijnen, geformuleerd als stellingen, een inventarisatie gedaan bij de instellingen en bedrijven die vanuit Nederland vrijwilligerswerk in ontwikkelingslanden aanbieden. Het gaat om stellingen als ‘de behoefte van de lokale bevolking staat centraal’, ‘de projecten hebben een blijvend effect’, ‘er wordt niet aan armoede-marketing gedaan’ en ‘de vrijwilligers worden zorgvuldig geselecteerd’. Op alle stellingen volgen min of meer dezelfde conclusies: de branche onderschrijft de stellingen en integreert deze in haar werk. Maar ja, elke slager vindt zijn eigen vlees prima natuurlijk. Daar kwam de onderzoekster geleidelijk ook achter: wat kun je nu met deze resultaten? Meestal leggen de organisaties de verantwoordelijkheid bij de lokale partnerorganisaties, dus op 10.000 tot 20.000 kilometer afstand. Organisaties hebben plannen, reglementen, klachtenprocedures en evaluatiemethodieken opgesteld, zo blijkt uit het onderzoek. Maar wat doen ze met deze plannen en reglementen? Dáár begint onderzoek, zou je denken. Lange samenwerkingsverbanden met lokale partners zijn nog niet opgebouwd: dit is een groeimarkt en zoveel historie hebben de organisaties vaak nog niet. Het ‘framing’-effect van de foto’s van blonde vrijwilligers met een grote groep jonge Afrikaanse kindjes lijkt mij armoede-marketing in optima forma. Alle organisaties met zulke foto’s op de website houden zich echter, naar eigen zeggen, verre van armoede-marketing. Organisaties putten zich uit in het formuleren van beleid op zorgvuldige selectie van vrijwilligers. Ook hier wordt echter onderkend, hoe twijfelachtig de betrouwbaarheid van deze bevindingen is. En zo komt dit onderzoek uit bij de te verwachten eindconclusie: er is meer onderzoek nodig.

Het komt mij voor, dat je de intentie kunt betwijfelen, als er niet naar deze intentie gehandeld wordt
Ja, natuurlijk blijft meer onderzoek nodig. Maar dat onderzoek is niet nodig om te onderbouwen, dat de wildgroeimarkt van het georganiseerd vrijwilligerswerk dringend verlegen zit om richtlijnen, keurmerken en beter zicht op de wérkelijke bedoelingen van de marktpartijen. Van Bemmel wijdt één zinnetje aan het initiatief van IFO|Fairtravelers om een keurmerk te realiseren. Waarom gaat hij dáár niet dieper op in?

In het conclusiehoofdstuk van het onderzoeksrapport staat, dat “de algemene conclusie luidt dat de Nederlandse aanbieders van vrijwilligerstoerisme goede intenties hebben, maar vaak niet naar deze goede intenties handelen, omdat zij geen degelijk beleid hanteren om negatieve voetafdrukken op de bestemmingen te vermijden.” Het komt mij voor, dat je de intentie kunt betwijfelen, als er niet naar deze intentie gehandeld wordt. Het niet-hanteren van beleid om deze voetafdrukken te vermijden kan goed samenhangen met ándere ‘intenties’ van het bedrijf of de organisatie. Zo’n andere intentie is: er moet geld verdiend worden. De branche staat onwillig tegenover regulering, zo concludeert de onderzoekster zelf ook. Logisch, want deze belemmert de eigen ruimte voor het optimaliseren van het resultaat.

Baby’s en badwater
De Volkskrant is gedoken in een groeimarkt, die goeddeels aanbodgebaseerd is. Het vrijwilligerswerk in Zambia is voor 95% te vinden in de buurt van de Victoria-watervallen, waar heel veel ‘fun’ is te beleven voor avontuurlijke westerse jongeren. De wereld van het vrijwilligerswerk is een in het westen gecreëerde wereld. Een wereld met een verdienmodel. Het schooltje aan de andere kant van Zambia zou érg graag ook eens een vrijwilliger ontvangen om de docenten te ondersteunen. Maar daar komt niemand.

Houd mij ten goede: je moet kindjes niet met het badwater weggooien. “Het is beter dan niks” kán soms, misschien, een houdbare legitimatie zijn. Maar ik zou ‘m nooit voor mijn rekening durven nemen. Vooralsnog is het wel juist de vrijwilligersmarkt zélf die floreert bij het schier oncontroleerbaar zijn van de kwaliteit en de effecten van de vrijwilligerswerkprojecten in het algemeen. De Volkskrant heeft zelf een kleinschalig beschrijvend, inventariserend onderzoek laten uitvoeren en beveelt vervolgonderzoek aan. Zou de Volkskrant zich nu ook durven wagen aan écht kritische onderzoeksjournalistiek? Dat zou geweldig zijn!

Niko Winkel 

TED Talk Daniela Papi: 'What's wrong with volunteer travel?'

[20 maart 2015]
Daniela Papi leefde zes jaar in Cambodja waar ze PEPY oprichtte, een organisatie om jongeren op te leiden en meer 'fit for society'  te maken. Ook startte ze PEPY Tours, een organisatie om "voluntourism" te promoten. Ze heeft veel geleerd in deze jaren: Vrijwilligerswerk doet vaak meer kwaad dan goed. In deze TED Talk legt ze uit, hoe vrijwilligerswerk moet worden omgebouwd naar 'service learning'. [NB: dit filmpje is uit 2012]

'Vrijwilligerswerk in ontwikkelingslanden is lang niet altijd zo positief'

[13 maart 2015]
Kwetsbare kinderen in verre landen helpen bij wijze van vakantiebesteding en zelfontplooiing? 'Voluntourism' is niet altijd zo positief als het klinkt, stelt Isolde de Groot.
De groeiende belangstelling voor het doen van vrijwilligerswerk in ontwikkelingslanden heeft de afgelopen jaren geleid tot een heuse vrijwilligersindustrie. Deze industrie wordt ook wel aangeduid als 'voluntourism'.

Lees het gehele artikel op de website van Het Parool

 

One World-magazine werpt zich op vrijwilligers: 'Witte redders?'

[4 maart 2015] 
Het maart-nummer van One World snijdt het morele dilemma van het vrijwilligerstoerisme (‘voluntourism’) aan met een thematische verdieping over 14 pagina’s. Een voormalig vrijwilligster neemt het op voor ‘naïef idealisme’: “Dat is precies waarom je wél vrijwilligerswerk moet doen. Om je te verbazen, om teleurgesteld te worden. Om later de lachen om je eigen naïviteit.” Duidelijk: het gaat minder om de doelgroep dan om je eigen ontwikkeling. Daarnaast werpen grafieken een blik op de vrijwilliger als ramptoerist. En ‘going native’, zo leert een artikel over vrijwilligers in Oeganda, dat doe je als jonge vrijwilligster door met een stoere Oegandees het bed te delen. Het levert bij elkaar een twijfelachtig beeld op van de wereld van internationaal vrijwilligerswerk. 

Lees dit door GoTanzania-redacteur geschreven artikel verder op de website van Volunteer Correct.

'Africa doesn't need a saviour, America needs a saviour!'

[9 januari 2015]
Dit zijn de laatste woorden van Boniface Mwangi in de korte documentaire die je nu op internet kunt zien. Deze Keniaan was op uitnodiging van een universiteit in de VS op bezoek aldaar en onderhield zich met Amerikaanse studenten over het nut van vrijwilligerswerk. Hij liet ze weten, zelf niet zo heel positief te zijn over Amerika: 'Misschien is het wel heel nobel, wat jullie allemaal willen doen in Afrika, misschien bedoelen jullie het wel goed. Maar je kunt toch echt beter thuis jullie eigen mensen helpen."
Bekijk de documentaire en lees het bijgaand artikel op de website van New York Times

Dagblad van het Noorden: 'Leugens en bedrog in het weeshuis'

[16 december 2014]
Vorige week waren de noordelijke dagbladen aan de beurt: een twee pagina's groot artikel over de verdorven toestanden in weeshuizen in Cambodja. De artikelen in de landelijke dagbladen werden nog eens dunnetjes overgedaan. 
Hoe worden de naïeve toeristen om de tuin geleid: "Chan Sinet was vijftien jaar toen ze een brief moest schrijven aan Japanse donateurs. Ze schreef dat ze gelukkig was, veel leerde en elke dag goed te eten kreeg. Ook schreef ze dat ze blij was dat ze in een weeshuis kon opgroeien. Als de gulle gevers langskwamen, lachte ze zo vrolijk mogelijk en liet ze hen haar net opgeruimde kamer zien. Soms voerde ze samen met andere weeskinderen een traditionele dans op. "Die hadden we dan op verzoek van de directeur ingestudeerd", vertelt ze. (..) Ze werd gedwongen te liegen. In werkelijkheid was haar leven een regelrechte hel."

Deze artikelen zijn allemaal nog gevolg van de Unicef-campagne 'Children are not tourist attractions'. Het tragische verhaal van Somaly Mam wordt in een kader uiteengezet. Zij was een rolmodel: vroeger misbruikt in Cambodja, later vanuit het westen actie ondernemend tegen de misbruikpraktijken. Maar wat bleek: ze had haar trieste jeugd zwaar overdreven ten behoeve van haar missie tegen het misbruik. Inmiddels is zelfs haar stichtiing opgeheven

Je kunt het gehele artikel ook op de website van Leeuwarder Courant lezen. Moet je wel even jezelf aanmelden, dan kun je 10 artikelen gratis lezen online. 

ViceVersa-Opinie: is kritiek op vrijwilligerswerk in ontwikkelingslanden terecht?

[25 november 2014]
We moeten eens goed nadenken over het nut van vrijwilligerswerk in ontwikkelingslanden, was de boodschap in de Nieuwsuur-reportage van zondag 19 oktober. Later kopte Trouw: ‘Er is zeker wat mis met de westerse vrijwilligers’ en nrc.next: ‘Vrijwilligerswerk is een industrie geworden. Voluntourism, noemen we dat’. Dit was voor Vice Versa-redacteuren Caroline van Slobbe en Iris Visser aanleiding om over hun ervaringen met vrijwilligerswerk te vertellen. (Lees verder op ViceVersa)

GoTanzania onderzoek: uitzendbureaus veel duurder

[12 november 2014]
GoTanzania heeft meer dan 150 organisaties verzameld, die alle vrijwilligerswerk aanbieden in Tanzania. Deze aanbieders variëren van mini-NGO's, initiatieven van een particulier in Tanzania, tot grote internationaal opererende reisbureaus. GoTanzania heeft een typologie van deze aanbiedende organisaties gecreëerd. Ten eerste zijn er de organisaties, die zélf het werk op hun eigen locatie aanbieden (scholen, kindertehuizen, ziekenhuizen etc.). Daarna zijn er de organisaties, die lokaal vrijwilligerswerk in projectsetting aanbieden.

Eén niveau verder zijn er bemiddelingsorganisaties, met soms ook eigen projecten, maar met globale informatie op internet. Tot slot zijn er de grote internationale "vrijwilligerswerk-uitzendbureaus".
Zo is er een schaalmodel gecreëerd, van klein- naar grootschalig, van 'zo dicht mogelijk bij de oorsprong' tot 'een supermarkt van vrijwilligerswerk'. In de praktijk lopen veel andere schalen hiermee parallel. Zoals van individueel naar collectief, van authentiek tot geconstrueerd, van sober naar avontuur-gericht, maar dan zonder dat deze avontuur-kosten zijn ingecalculeerd. Juist dit laatstgenoemde aspect is het meest van toepassing op deze schaalverdeling: van goedkoop naar duur. 

Het vergelijkend perspectief toont aan, dat deze laatste groepen, die door veruit de meeste vrijwilligers worden gebruikt, significant duurder zijn dan de andere groepen. Onderstaande grafiek laat de resultaten van het door GoTanzania zelf uitgevoerde onderzoek aan.  

Het onderzoek wijst uit, dat wanneer je een vrijwilligersreis van 2 maanden maakt en je arrangeert deze reis rechtstreeks met de organisatie, waar je je werk ook gaat doen, je rekening moet houden met ongeveer €1000.
Indien je een vrijwilligersproject aangaat bij één van de grote internationale vrijwilligers-uitzendbureaus, dan lopen de kosten al gauw op tot €2400. 
Let wel: het gaat in beide gevallen alleen om kost en inwoning. 

Soms is er sprake van een 'financiële bijdrage' aan het project in kwestie, maar die mag nooit inhouden, dat het doen van vrijwilligerswerk significant duurder wordt. 

De conclusie is: grote uitzendbureau brengen veel meer kosten in rekening. Kosten, die je als vrijwilliger niét of nauwelijks terugziet in de geleverde diensten. 
(Wordt vervolgd)

NRC Next: "Vrijwilligerswerk is een industrie geworden"

[31 oktober 2014]
"Vrijwilligerswerk is een industrie geworden. Voluntourism, heet dat. De Afrikaanse stad Moshi telt 18 weeshuizen. Niet voor de wezen: zoveel zijn er niet. Maar omdat de honderden vrijwilligers wat te doen moeten hebben. Zij doen in een onbekend land werk waar ze niet voor zijn opgeleid." (Voor wie geen abonnement heeft: het artikel staat ook online en als je doorklikt kun je je gratis aanmelden voor 15 artikelen op de website.)

Hiermee begint het artikel in de NRC Next van 31 oktober 2014. Het is geschreven door Renske de Greef, de voormalige columniste van deze krant. Zij bracht in 2008 een half jaar door in Tanzania, verdiepte zich in de praktijk van het vrijwilligerswerk en schreef daar een roman over. Deze roman is hilarisch en verontrustend. Op GoTanzania kun je er een verhaal over lezen. 

Ik onderschrijf de bevindingen en de beschrijvingen van Renske volkomen. Het ís absurd om aan een school te gaan helpen bouwen, als vrijwilliger, terwijl evident is, dat je daarmee alleen maar van de Tanzanianen het werk afpakt. Zo goed als álles is fout aan zo'n project. Renske schrijft het weer kristalhelder op. Ze vertelt voor 100% hetzelfde verhaal als vier jaar geleden, naar aanleiding van het uitkomen van haar boek. Dit artikel moet je dan ook bekijken in het licht van de UNICEF-campagne. Een campagne tegen 'kinderen als attractie'. Daar gaat GoTanzania zich ook nog in verdiepen. (Nu niks over te vinden op de UNICEF-website.)

Renske trekt slechts één finale conclusie: ga géén vrijwilligerswerk doen. Die conclusie onderschrijf ik niet. Dat is het weggooien van het kind met het badwater. Het kan anders en het moet anders. Daarvan is GoTanzania wel overtuigd. (Niko Winkel)

Trouw: "Er is zeker wat mis met al die westerse vrijwilligers"

[29 oktober 2014]
Westerse vrijwilligers die zich storten op arme landen, wat is daar mis mee? Veel, betoogt Mark Franken van Movisie. 'Dit kan toch nooit de bedoeling zijn?Vrijwilligerswerk in een ontwikkelingsland, ook wel voluntourism genoemd, is populair onder jongeren. Unicef meldde onlangs dat er nu sprake is van een te grote toestroom van vrijwilligers naar met name projecten met kwetsbare kinderen. Unicef start daarom de internationale campagne Children are not tourist attractions. De uitwassen gaan echter nog veel verder.

Lees het hele opinie-artikel op de website van Trouw.

Extreme voluntourism

[15 oktober 2014] 
K21 Adventure, opgericht door twee erg avontuurlijke mountaineers, biedt simpelweg een combinatie aan van 1, 4 of 7 dagen safari en respectievelijk 8, 5 en 2 dagen 'community service'. De 'werkdagen' spendeer je dan bij een blindenschool in Moshi (Kilimanjaro). Ze adverteren met woorden als: "In addition to seeing the world, K2 Adventure Travel is your connection to doing a world of good".

Deze dikke week kost je zo'n €3000 als je kiest voor de optie van 1 dag safari en 8 dagen vrijwilliger. Kies je voor 7 dagen safari, dan kom je in de buurt van de €5000.

De baas heeft zelfs Mount Everest beklommen; de bazin is met een groep blinden de Kilimanjaro opgewandeld. Avontuur!!
(Website K2 Adventures)