Jaarbijeenkomst Volunteer Correct - nieuwe resultaten Transparantie-index

[26 juni 2017]
Op donderdagavond 15 juni waren in Utrecht vertegenwoordigers van 18 vrijwilligersorganisaties bijeen voor de 2e jaarlijkse Volunteer Correct-bijeenkomst. Op het programma stonden de presentatie van de 2017-jaarresultaten van de Volunteer Correct Transparantie-index en een dialoog over mogelijkheden tot het vormen van een samenwerkingsverband tussen verschillende organisaties.

De avond werd geleid door Volunteer Corrects Niko Winkel en Reinier Vriend. Er werd gestart met het presenteren van de recente jaarmeting met behulp van het Transparantie-index instrument. De index bestaat uit 20 onderzoeksitems die zijn gegroepeerd in 5 thema’s. Samen leveren de scores een kwaliteitsoordeel op over de online-informatie van een vrijwilligersorganisatie. De 72 meegenomen organisaties bieden in het Nederlands internationaal vrijwilligerswerk aan. De onderzoeksresultaten werden tijdens de bijeenkomst verspreid en worden op korte termijn op de website van Volunteer Correct gepubliceerd.

Lees verder op de website van Volunteer Correct

Vrijwilligerswerk verbeteren: Doingoood in gesprek met Volunteer Correct

[15 mei 2017]
Onlangs ben ik, niet zozeer namens GoTanzania, maar in mijn hoedanigheid als bestuurslid van stichting Volunteer Correct, geïnterviewd door Ineke van Huuksloot van Doingoood. Het interview is nu gepubliceerd: 

Ineke: “Niko, jij bent mede initiatiefnemer van stichting Volunteer Correct. Jullie stichting is bezorgd over de kwaliteit en effectiviteit van vrijwilligerswerk en jullie streven we naar een klimaat waarin vrijwilligersorganisaties verantwoordelijk gehouden kunnen worden voor hun aanpak. VC heeft in 2016 de transparantie index gelanceerd, waarin jullie organisaties langs de meetlat hebben gelegd en kijken hoe goed ze hun vrijwilligers online informeren. Op de TI hebben jullie zowel lovende woorden als kritiek ontvangen.

Is de TI volgens jou een valide meetinstrument? Wat zijn jullie verdere ambities op dit gebied?

LEES HET GEHELE INTERVIEW OP DE WEBSITE VAN DOINGOOOD!

Vier vragen om jezelf te stellen als je vrijwilligerswerk wilt gaan doen

[14 maart 2017]
Beste vrijwilliger: kom alsjeblieft niet naar Afrika, als je jezelf de volgende vier vragen niet hebt gesteld:
1. Zou je ook naar Afrika komen als je géén camera bij je had?
2. Hanteert de organisatie die je uitzendt dezelfde waarden en bedoelingen als jij?
3. Ga je straks meer bijdrage leveren dan dat je schade gaat aanrichten?
4. Zou je jezelf dit werk laten doen in je eigen land? 

Op de website van het Matador Network worden deze vier vragen uitgewerkt in een erg behartenswaardig artikel. Het spreekt vanzelf dat de schrijfster, Sian Ferguson, geen fan is van het vrijwilligerstoerisme (voluntourism). Tegelijkertijd wil ze benadrukken, dat het met inachtneming van de voorwaarden die uit deze pittige vraagstellingen naar voren komen, wel tot een impactvolle ervaring kan leiden. 

Lees het hele artikel op de website van Matador Network

 

VARA's Rambam zet bijl aan de wortel van (fout) vrijwilligerswerk

[11 december 2016]
Wij waren al een tijdje op de hoogte van de plannen van Rambam om zich eens kritisch en scherp te verdiepen in het wereldje van het internationaal vrijwilligerswerk. De redactie hing regelmatig aan de telefoon bij het bestuur van Volunteer Correct. De interesse was oprecht, een programma als Rambam stelt het maatschappelijke dilemma voorop, zo is onze indruk, maar direct daar achteraan gelden moderne televisiewetten: de honger naar kijkers. De doelgroep wordt niet gezocht niet bij de contemplatieve volwassene met levenservaring, die een goed gesprek wil beluisteren. Rambam is een flashy en hip programma, shots duren niet meer dan 30 seconden, met wervelstormen aan snelle informatie. Vóórdat de verwachte vervolgvragen worden gesteld is het volgende shot alweer gestart. Vijfentwintig minuten sneltreintelevisie zet heel veel op de kop. Voor nuancering is geen tijd.
Dat een hele kwalijke praktijk wordt blootgelegd, juicht Volunteer Correct van harte toe. Maar de vraag is: in hoeverre lijden, als gevolg van zo’n hippe flashdocu, de goeien (duurzame ontwikkelingsprojecten die óók graag met inzet van vrijwilligers en stagiairs werken) onder de kwaaien (de door Rambam gehekelde commerciële vrijwilligerstoerismebureaus)?

Schrijver van deze redactionele beschouwing van onderhavige Rambam-uitzending is net terug na een reis naar Ghana. Ghana is een stabiel land met een vredelievend volk, dus is altijd een ‘vrijwilligers-darling’ geweest. Maar vier jaar geleden dook in West-Afrika de ziekte ebola op. Jarenlang gingen er nauwelijks meer vrijwilligers naar Ghana. Daar hebben veel lokale projecten met een belang in de inzet van vrijwilligers flink onder geleden. In Ghana is echter nooit sprake geweest van ebola. Alle vrijwilligerswerk in Afrika heeft geleden onder ebola, zelfs tot aan Tanzania en Zuid-Afrika aan toe, waar de ziekte ook nooit is opgedoken. En dan te bedenken dat vanuit Ghana bezien Europa dichterbij ligt dan Tanzania en Zuid-Afrika! Zo primair werkt het met de mens; zo weinig zoekt men… de nuance. Dat Rambam zo’n ‘ebola’-achtige invloed zou kunnen hebben (‘waar rook is, is vuur’, dus doe maar helemáál geen vrijwilligerswerk’), dat zou tragisch zijn. Bovendien is de uitzending voor 90% opgehangen aan één segment: het vrijwilligerswerk met jonge kinderen, met name in weeshuizen.

Fun-vrijwilligerswerk
Toch is Volunteer Correct blij met de Rambam-uitzending. De ‘markt’ van internationaal vrijwilligerswerk is een hele diffuse en kwetsbare. Het is een instrumenteel bemiddelende markt, waarbij het doel niet zou moeten liggen bij het vrijwilligerswerk en de vrijwilliger, doch bij een zingevende interculturele relatie, die zich vertaalt naar de juiste inzet van expertise en daadkracht ten behoeve van een bijdrage aan een concreet en positief maatschappelijk doel. Daar hoort het door Rambam zo krachtig aan de oppervlakte gebrachte foute vrijwilligerswerk gewoon niét bij! In dit vooral op ‘voluntourism’ gerichte vrijwilligerswerk, georganiseerd door commerciële vrijwilligersreisbureaus, staan de fun-ervaring van de vrijwilliger en het verdienmodel van het bedrijf centraal.

Volunteer Correct is in het verleden vaker verweten, een particuliere vete uit te vechten met de Nederlandse marktleider in internationaal vrijwilligerswerk, de onderneming Projects Abroad. Ook in deze Rambam-uitzending wordt een flinke klemtoon gelegd op de praktijken van Projects Abroad. De achtergrond is heel simpel: iedereen die zich waagt in het wereldje van internationaal vrijwilligerswerk, komt vanzelf bij Projects Abroad uit. Google zet de organisatie bovenaan (waarvoor ze goed betaalt), de organisatie werkt in een enorm aantal landen met een diversiteit aan projecten en sluit het nauwst aan bij de oppervlakkige wijze waarop de jonge aanstaande en onwetende vrijwilliger zich op deze markt begeeft. Rambam laat het licht goed schijnen op de schaamteloze prijsstellingen van Projects Abroad: een interview met één van Projects Abroad’s eigen lokale partners in het bestemmingsland toont aan, dat ongeveer eenderde deel van de kosten daadwerkelijk daar worden uitgegeven. Waar de wereld van internationaal vrijwilligerswerk uniek in is: de enige markt waarbij de marktleider tevens veruit de duurste productaanbieder is.

Rambam besteedt veel aandacht aan het weeshuisvrijwilligerswerk, waar (gelukkig) de laatste tijd een flink vergrootglas op wordt gezet. Juist dit marktsegment is aantrekkelijk voor jonge, vooral vrouwelijke (80%!) vrijwilligers: je hoeft er niks voor te kunnen en het werken met jonge kinderen appelleert erg makkelijk en snel aan een bijzondere persoonlijke ervaring. (Het woord ‘knuffelen’ duikt dan steevast op.) De opgenomen telefoongesprekken met aanbiedende organisaties doen ons huiveren van schaamte en boosheid: je zou er liefst een officiële inspectie-instantie op af sturen. Het zou gewoon verboden moeten worden. Volunteer Correct heeft nog heel veel werk te doen!

Training
Tot slot is vermeldenswaard hoe de marktleider op het terrein van voorbereiding en training voor a.s. vrijwilligers, de stichting Muses, over het voetlicht wordt gebracht. De redactie van Rambam is ‘under cover’ bij een training aanwezig geweest en heeft stiekem film- en geluidsopnamen gemaakt. Je mag je afvragen, of deze werkwijze moreel verantwoord is. Het is wel zo, dat op deze wijze bijzondere achtergronden inzichtelijk worden. Veel organisaties – ook organisaties die zich graag profileren met uitgangspunten als duurzaamheid en transparantie – vertellen op hun website, dat deelname aan deze Muses-training gratis is. Dat is misleidend. De training is wel relatief goedkoop, vooral doordat de trainingen goeddeels door (ex-)vrijwilligers worden gegeven. In de Rambam-uitzending komt naar voren, welke implicaties dit heeft: de vrijwilligersorganisaties, die de Muses-training afnemen, worden niet gescreend. Projects Abroad, als klant van Muses, is gewoon nodig: ze levert veel betalende klanten. Stiekem gefilmd laten de trainers dit onverbloemd weten. Een blikje in de keuken van zo’n training maakt duidelijk dat het hier om een erg oppervlakkige training gaat en niet om een degelijke voorbereiding op een intensieve interculturele ervaring.

Er is ook goed vrijwilligerswerk!
Onze ‘pijn’ zit ‘m vooral in het cynisme-verhogende effect dat een Rambam-uitzending als deze kan hebben. Het is onthutsend zo’n blik te kunnen werpen in een wereld met zoveel valse praktijken. Tegelijkertijd heb je dit wel nodig om iets te kunnen aanpakken.
Het zou geweldig zijn geweest, als de uitzending tien minuten langer had geduurd en deze tien extra minuten zouden worden besteed aan het licht werpen op de praktijken van een aantal duurzame, niet-commerciële projectorganisaties, die vrijwilligers zinvol inzetten in een interculturele setting met alleen maar maatschappelijke, sociale ‘winst’ en bijzondere persoonlijke ervaring en groei tot gevolg, zowel aan de kant van de vrijwilliger alsook aan de kant van de ontvanger. Daar zijn er namelijk ook heel veel van.
De Transparantie-index van Volunteer Correct is een bruikbaar instrument dat aansluit bij de pijn van deze aflevering en waar nog veel meer gebruik van gemaakt kan worden.

Niko Winkel, 11 december 2016 

[Dit artikel is tevens gepubliceerd op de website van Volunteer Correct]

Volunteer Correct: "Vergelijking prijzen internationaal vrijwilligerswerk: marktleider driemaal duurder dan de rest!"

[10 oktober 2016; persbericht Volunteer Correct, 9 oktober 2016]
Bij  de enigszins kritisch beschouwende consument is inmiddels bekend, dat er flinke prijsverschillen bestaan in het brede productaanbod van arrangementen voor internationaal vrijwilligerswerk. Een eerste verklaring wordt terecht gevonden in de diversiteit van de arrangementen. Een nadere blik op de verschillen nuanceert de praktijk in niet geringe mate. Eigenlijk zijn de prijsverschillen helemaal niet zo groot. Er is echter één organisatie die zich écht onderscheidt op prijsniveau en dat is vreemd genoeg ook  de marktleider, Projects Abroad. Projects Abroad is schrikbarend veel duurder: de prijs is maar bijna drie keer hoger dan het gemiddelde van de rest.

De gemiddelde prijs voor een vrijwilligerswerkreis voor 2 maanden is €1270. Een vijftal organisaties biedt mogelijkheden onder de €1000. Eentje zelfs minder dan €500. Aan de bovenkant van de prijsmarkt bevinden zich zes organisaties met een prijsstelling van €1500 of meer. De prijsverschillen zijn ook bínnen termen van dit vergelijkingsmodel enigszins plaatsbaar. Relatief dure organisaties als “Het Andere Reizen” en “ActLocal” bieden wellicht meer service en dienstverlening dan de goedkoopste organisaties. Bovendien geldt dat organisaties ook verschillende organisatiemodellen hanteren. Een organisatie als “SIW” bestaat bijvoorbeeld geheel ook zélf uit vrijwilligers. De prijsstelling van de overgrote meerderheid van de organisaties bevindt zich in de buurt van de mediaan voor wat betreft de verschillende prijzen: tweederde van alle in dit onderzoek betrokken organisaties bevindt zich binnen €200 van het gemiddelde.

De resultaten geven licht aan de conclusie, dat het met de prijsverschillen in het algemeen erg meevalt. De prijsverschillen tussen het gros van de organisaties kunnen goed geïnterpreteerd worden, door de kritische consument, binnen termen van niveau van uitgebreidheid van het arrangement, specifieke voorzieningen en/of begeleiding, etc. etc. Bovendien zijn ze ook in absolute zin niet significant groot: ongeveer 20% plus en min ten opzichte van het gemiddelde.
Aan de ondergrens is sprake van enige organisaties die 30% tot 50% goedkoper zijn dan het genoemde gemiddelde. Dat geldt ook voor de bovengrens.
Eén organisatie beweegt zich echter ver weg van de totale onderzoekspopulatie. Het bijzondere is, dat deze organisatie bekend staat als de marktleider: geen enkele organisatie bedient meer vrijwilligers dan Projects Abroad. Voor het goedkoopste vrijwilligersarrangement bij Projects Abroad betaalt je als vrijwilliger echter bijna €3200! Dat is 266% van het genoemde prijsgemiddelde.

De meeste van de organisaties die vrijwilligerswerk aanbieden, profileren zich als ‘nonprofit’-organisaties, vaak ook stichtingen, veelal zelf werkend met vrijwilligers. Daarnaast zijn er organisaties die beklemtonen, dat ze ‘sociale ondernemingen’ zijn: ondernemingen zónder reëel winstoogmerk, maar wel als “serieus bedrijf waar mensen eerlijk hun brood verdienen”.
Ook Projects Abroad poogt zich te profileren als een sociale onderneming, getuige ook deze tekst op de website: “Projects Abroad is een zelfstandige organisatie die niet afhankelijk is van fondsenwerving of subsidies van de overheid om onze sociale doelen te bereiken. Wij vragen ook geen financiële bijdrage van onze partnerorganisaties waarmee we samenwerken in onze bestemmingen. Wij zijn in staat om onze projecten te financieren door middel van de deelnamekosten die onze vrijwilligers aan ons betalen. Al ons werk wordt voor 100% gefinancierd door jouw bijdrage als vrijwilliger.”
Projects Abroad is echter een commerciële multinational. De openbare informatie over de financiële resultaten van dit bedrijf (te vinden op de webpagina’s van de Britse Kamer van Koophandel) toont aan dat serieus winst wordt gemaakt.

Stichting Volunteer Correct adviseert iedereen die van plan is een internationaal vrijwilligerswerkarrangement te boeken, zorgvuldig te bekijken wat hij waarvoor betaalt. Dieper duiken in de informatie die het extreme prijsverschil tussen Projects Abroad en de andere organisaties zou kunnen verklaren, heeft helaas Volunteer Correct geen enkel prijsverschilvaliderend inzicht gegeven.

 

Op de website van Volunteer Correct worden de resultaten uitgebreid getoond. Daarbij ook een tabel met de specifieke kosten van de organisaties die in de vergelijking zijn betrokken.

Zie verder: http://volunteercorrect.org/nl/prijsverschillen-internationaal-vrijwilligerswerk-vallen-mee-maar-er-is-een-uitzondering/

 

 

Verantwoord ‘loslaten’ van een kinderhuisproject - bijeenkomst Better Care Network

[1 september 2016]
Vrijwilligerswerk in kinderhuizen is een veelbesproken onderwerp in de afgelopen jaren. Better Care Network Nederland (BCNN) heeft als missie het ondersteunen van kinderen in ontwikkelingslanden en merkt dat de sector in beweging is en dat onder andere de vraag “Hoe ga ik op een verantwoorde manier om met het ‘loslaten’ van een kinderhuisproject?” leeft onder vrijwilligersorganisaties. Op 28 oktober aanstaande organiseert BCNN daarom een bijeenkomst voor uitzendende organisaties rond deze vraag.

De bijeenkomst is bedoeld als mogelijkheid voor organisaties om met elkaar in gesprek te gaan rond de dilemma’s die ze hierin in de praktijk tegen komen en om gezamenlijk kernpunten die van belang zijn bij het loslaten van een kinderhuisproject te formuleren. Travel Active zal de vraag vanuit haar perspectief toelichten en verder zal een aantal organisaties vertellen hoe zij dit loslaten hebben aangepakt in de praktijk.

Met deze bijeenkomst wil BCNN faciliteren dat organisaties die met deze vragen te maken hebben met elkaar in gesprek gaan, ideeën opdoen en samen tot vervolgstappen komen.

BCNN presenteert op korte termijn een programma met meer details. De middag zal van 14:00-16:30 uur duren. De locatie wordt op korte termijn bepaald (Utrecht, Leiden of Den Haag).

Voor elke organisatie die erbij wil zijn, neem contact op met Better Care Network Nederland via emailadres info@bettercarenetwork.nl.

Tizia uit Duitsland startte Viva Tanzania (Arusha) - hier vertelt ze haar bijzondere verhaal

[19 augustus 2016]
Viva Tanzania (www.-tanzania.com) is een jonge organisatie die toerisme en vrijwilligerswerk op een verantwoorde en duurzame wijze hand in hand probeert te laten gaan. Tizia - ze komt uit Duitsland - en haar Tanzaniaanse echtgenoot hebben de organisatie opgezet. Tizia vertelt hier haar verhaal.

I want to share my life with you
I am Tizia, 25 years old and originally from Germany. I want to tell you about my life in Tanzania, how I got here and what I am doing here.

But let's start from the beginning:

In Autumn 2009, half a year before graduation conversations where just about one topic: What should I do after my A-Levels? Working? But what? Studying? But which subject? Or should I do something totally different? In this time two of my friends talked about that they applied for „Weltwärts“ (German, word by word: „towards the world“). A year abroad that's what I wanted to do! But where to? The world is big and “Weltwärts”, the programme from the Federal Ministry of Economic Collaboration and Development offers the work in many countries in Asia, Africa, Latin America, Oceania and Eastern Europe. The preselection was easy: I wanted to go to Africa, since I spoke English and France and after 13 years of school and studying I didn't want to learn another foreign language.

No sooner said than done, I checked the Weltwärts website for thrilling projects and organizations, wrote ca. six applications and in January 2010 I was accepted at IN VIA belonging to the Catholic Association for Girls and Women Social Work who invited me to work in a kindergarten in Dar es Salaam, Tanzania's biggest city.

In mid August the adventure started. With two suitcases and not too many ideas and expectation together with an another volunteer I moved in a convent of the Sisters of Maria Immaculata.

But a convent in Tanzania is not what you imagine if you know European convents. It was just a normal house with a chapel on the same compound. The other volunteer, let's call her Lena, and I got two rooms. One bed and one living room. We were introduced to the work in the kindergarten and it all started: I got my own class and war supposed to teach. Since I am White I would know what to do. There I was, only 18 years old in front of 20 children in their diapers with a stick in my hand and supposed to teach English. I guess you can imagine how this ended since I am not the only one who made the following experiences.

The children were not able to communicate in their mother tongue Swahili but were supposed to learn English. The children didn't show any respect or gave me attention since I didn't use the stick for beating even a single time. Most of the time the work in the kindergarten was quite frustrating, because the nuns in the kindergarten beat the children and this is not compatible with how I was raised. Handicraft work was broken and thrown away as the parents should not see this and think their children wouldn't learn anything in that kindergarten. We had to fight hard to do painting and handicraft sessions on Wednesdays and Fridays.

Nevertheless there were also many great experiences daily: The work with the children was fun and what I denied in first place, to learn a new language, started to make more and more fun. The relation to the other volunteer was okay, but I have to confess that it's not easy if you don't have privacy for a whole year and not even a meter space between the beds, but I believe that we did quite well. All in all was this year abroad one of the best decisions in my live and influenced my future life 100%. Because in April 2011 the whole future thing started over again: What should I do after this year when I am back in Germany?

One day I met a German student in the bus. We started chatting and after I introduced myself and explained what I am doing here he told me that he studies Cultural Anthropology and is doing a research on soap operas in Tanzanian television. I was blown away: to study and to travel at the same time? Sounded like a dream! At home I informed myself more about this degree programme and my heart started beating fast. That’s it! That's what I wanted to study! This and nothing else! Thereupon I applied for different universities and got accepted in Göttingen (central Germany). During my studies I was obligated to learn a non-European language and they even offered Swahili. What a lucky coincidence. In the 5th semester we got a chance to do a semester abroad. An opportunity I didn't want to miss. Since I participated in the Swahili class it made sense to do the semester abroad in East Africa. The University of Göttingen maintains a partnership with the University of Dar es Salaam, so I went back to my second home. In the beginning I was disappointed, I wanted to see more from the world and not go back to the place, where I already spend a year. But that's how it was.

So I packed my suitcases again and said goodbye to friends and family. From August 2013 I would be in Tanzania for eight months. After one week in Dar es Salaam I went to Arusha for a one month internship with an NGO. Through friends I met Tini, my today's husband. We spent eight awesome months in which I travelled more then I studied and at the end of my eight months it was clear: I will come back.

Another part became very important in my life: The debate about (Africa-) stereotypes and racism. I've always been aware of injustices in the world and these issues affected me particularly. So it was understandable that I wanted to settle my bachelor thesis in this area. I wrote about the Maasai, probably the most known ethnic group in Africa. My thesis had the title: “Who benefits from stereotypes? Depiction of the Maasai in Media and Tourism”. I wanted to continue this work and the fight against stereotypes and racism in Tanzania. I finished my studies within one year and on April 1st 2015 I moved to Tini to Arusha. A really brave step, in hindsight. First of all were we separated for a whole year and secondly I didn't have a job. I had tried to find work while still in Germany but this wasn't easy at all. When I arrived in Arusha I learned that a churchy volunteer organization had a job offer in the field of communication as a Volunteer Coordinator. I did not hesitate, went to the office and promptly got the job. In the six months I've been working for the volunteer organization, I learned a lot of what is very helpful in my current self-employment. Another three months, I spent in Moshi as an Internet Marketing Coordinator, for which I especially revised a well known German travel guide. Nevertheless, both employments were not very satisfactory, work days were long, the salary low and with one job I faced great difficulties to obtain a work permit and a contract. Thus Tini and I only saw one way: Self-Employment.

Since I moved to Arusha, Tini and I rented out rooms in our house. After a short while we launched the Nyumbani Hostel (“Nyumbani” in Swahili means “at home”). From the beginning we not just offered vacation (day trips, safaris and mountain climbing), but also helped interested people in finding projects for volunteering and internships. By the end of 2015 we wanted to become more professional and established our organization for volunteering and internships Viva Tanzania. We founded this organization because we see a great need for intercultural exchange and people who want to help to connect with projects and institutes. On the other hand is the demand for affordable project intermediation and very good in-country support huge. We do everything to ensure this, also because e.g. of my rather poor experience as a volunteer.  By now I have more than three years living experience in Tanzania. I know well what it means to live in a totally different culture and environment so I am a good advisor for the volunteers and interns. At the same time we do everything to ensure that the volunteers will have a good time and can participate in meaningful work. Our prices are quite reasonable and the participant's preparation is excellent since we put great emphasis on critical analysis of their own patterns of thought and ideas. We also live together with the volunteers & interns, have common daily dinners, do excursions at the weekends and so much more. We offer placements in the fields of kindergartens, primary schools, women empowerment, health and animal welfare. More projects like the work with street children and HIV-infected and Aids patients will follow soon.

In February 2016 Tini and I got married and I like my life in Tanzania very much. With our three dogs Bella, Takwa and Luna we live together with our guests and I really enjoy the international exchange. Of course, life is not always easy here. Once in a while we don't have electricity and no matter how much you customize yourself, you will always be the foreigner and stranger, because you're already visually seen from a distance as such. Nevertheless, I feel free here, can live with my family and pursue the work that I really enjoy: to show our guests, volunteers and interns the country and the culture in which I live and which I love.

If you also want to become part of the community, whether as a tourist, traveller, for in internship or volunteer works and everything else, then get in touch!

We are excited to get to know you!

Hostel: info@nyumbani-hostel.com, www.nyumbani-hostel.com, on Facebook and TripAdvisor

Volunteering and Internships: info@viva-tanzania.com, www.viva-tanzania.com and on Facebook. Anytime, I am also available via Skype at "Viva Tanzania" and via Whatsapp under +255686490500.

Ghana - bericht van One Love Foundation: "Our paradise is for sale!"

[17 augustus 2016]
De 'One Love Foundation' is te koop. Het Europese (half-Nederlandse) stel dat deze organisatie aan de kust in Ghana een achttal jaren heeft opgezet, biedt het nu ter overname aan.


De organisatie meldt Volunteer Correct het volgende:
"OUR PARADISE IS FOR SALE!
Well, after 8 years living and working in Paradise unfortunately it all must come to an end. With everything in life the positive always has a negative, and now with Indie in the equation the negative out weight the positive. So for us its time to move on and find someone to take over what we have started. To all The One Love Family and all our sponsors we say thank you for all your support you have given the Asaafa community from the school to the clinic, you will always be remembered here. To all our sponsors who sponsoring (students) THAT WILL CONTINUE. We have organized direct payments to the schools and we are always in contact with them and the students.
So if you want a change in life, maybe downsize, live a life where time doesnt exist there is a beach waiting here for you, and if not please pass the word around that if there is anyone looking for their own piece of paradise at an incrediably low price then get in contact with us immediately (info@one-love-foundation.com).

Kijk verder op de website van de One Love Foundation (en/of kijk naar de Volunteer Correct-pagina over deze organisatie).

 

Volunteer Correct: "Bij welke reis- en projectorganisaties kun je terecht voor internationaal vrijwilligerswerk?"

Dit voorjaar lanceerde Volunteer Correct de Transparantie-index, het onderzoek naar de online-informatievoorziening van de vanuit Nederland of met een Nederlandstalige website opererende vrijwilligersorganisaties. In juni verscheen de 2e release van dit onderzoek, waarbij de deelnemende organisaties de gelegenheid is geboden om zelf de beoordeling van hun eigen informatie te redigeren. Steeds meer organisaties doen nu actief mee aan de Transparantie-index. Volunteer Correct wil met deze Transparantie-index een instrument bieden aan a.s. vrijwilligers om vooraf alvast enig inzicht te krijgen in de verschillen tussen de vrijwilligersprojecten aanbiedende organisaties.
Tegen het einde van 2016 willen we een volgende redactieslag doen op de Transparantie-index. Daarover gaan we ook het overleg met de deelnemende organisaties wederom aan.

Inmiddels heeft Volunteer Correct ook een nieuwe informatie voor de (a.s.) vrijwilligers online op haar website: van elke vrijwilligerswerk aanbiedende organisatie heeft Volunteer Correct een aparte pagina online. Deze pagina bevat van iedere organisatie de volgende informatie:

  • Origine (waar komt deze organisatie vandaan?)
  • Landen waar deze organisatie projecten aanbiedt
  • Grondslag (commercieel, sociale onderneming, stichting)
  • Score-positie in de Volunteer Correct Transparantie-index, incl. deelscores op de verschillende thema's
  • Een blok met specifieke informatie over de organisatie
  • E-mailadres van de organisatie.

De naam van de organisatie, bovenin de pagina, bevat de link naar de website van de organisatie.

Volunteer Correct heeft alle organisaties uitgenodigd om zelf actualiserende informatie aan te leveren ten behoeve van de eigen organisatiepagina.

Klik op 'Organisaties' in het hoofdmenu op de Volunteer Correct-website.
Of gebruik deze link: http://volunteercorrect.org/vrijwilligersorganisaties/

(Dit bericht is ontleend aan de website van Volunteer Correct)

 

Volunteer Correct: 2e release Volunteer Transparantie-Index

[12 juni 2016]
Drie maanden na de introductie van de Tranpsparantie-Index presenteert Volunteer Correct de aangepaste release. Veel veranderingen én betere noteringen, met een nieuwe topscore erg dicht bij de 100%.

Stand van zaken bij 2e release
Op 2 maart heeft Volunteer Correct de eerste resultaten van het onderzoek naar de kwaliteit van de website-informatie van de Nederlandse vrijwilligersuitzendende organisaties online gebracht. Dit onderzoek was geheel uitgevoerd door onafhankelijke onderzoekers. Volunteer Correct heeft de resultaten gedeeld met de beheerders/eigenaars van deze organisaties en van een groot aantal van hen redactionele bijdragen gekregen. Op basis van deze bijdragen presenteert Volunteer Correct nu de 2e release.

Fidesco en Locals Dreamers delen nu de eerste plaats met een score van 97,5%. Oftewel: 39 van de 40 punten. Daarna staan VSO en Doingoood op de 3e plaats met 95%, Ontmoet Afrika met 92,5% op de 5e en Stichting Weesaapjes met 87,5% op de 6e plaats. Daarna zijn er maar liefst 9 organisaties op een gezamenlijke 7e plaats op 82,5%.

Lees verder op de website van Volunteer Correct

"Waarom ik iedereen vrijwilligerswerk in kinderhuizen afraad"

[21 mei 2016]
Volunteer Correct-medeoprichter Reinier Vriend is gevraagd naar zijn mening over vrijwilligersreizen naar kinderhuizen. Die steekt hij niet onder stoelen of banken: voor hem is het over en sluiten met deze vorm van toerisme. ‘Jaarlijks vertrekken rond de 100.000 Nederlandse vrijwilligers naar het buitenland om daar vrijwilligerswerk te doen. Een groot deel daarvan komt daarbij in contact met kinderen in gezinsvervangende situaties; ook wel weeshuizen genoemd. De vaak goedbedoelde hulp van vrijwilligers kan op verschillende manieren schadelijk zijn voor de kinderen. Zet daarom je tijd, geld en moeite ergens anders voor in; de kinderen in kwestie help je van de regen in de drup.

Je bent je er misschien niet van bewust, maar jouw vrijwilligersreis naar een project met kinderen brengt risico’s met zich mee die structureler zijn en verder reiken dan jouw verblijf daar. Hoewel ik de volgende uitspraken volledig voor eigen rekening neem, zijn ze gebaseerd op gedegen wetenschappelijk onderzoek. Dit zijn vier redenen waarom ik al het vrijwilligerswerk bij ‘weeshuizen’ afraad.

Lees dit belangrijke artikel van mijn Volunteer Correct-bestuurscollega op de website van OneWorld!!

Vrijwilligersorganisaties worden zich meer bewust van gevaren weeshuistoerisme

[9 mei 2016]
Er is de laatste jaren in toenemende mate aandacht voor het weeshuistoerisme. Het aantal weeshuizen in derde wereldlanden stijgt nog steeds. In veel weeshuizen zijn de kinderen niet verweesd. Veel ouders brengen kinderen naar een weeshuis, omdat ze denken dat de kinderen het daar beter hebben of krijgen dan thuis. Het verstoort echter in hoge mate de sociale samenhang: kinderen raken los van hun familie.

Na de Unicef-campagne van een jaar geleden (“Children are not tourist attractions”) is het initiatief ‘Better Volunteering – Better Care’ nu een nieuwe campagne gestart, die zich vooral richt op de praktijk van vrijwilligerswerk in weeshuizen. De campagne noemen ze een ‘Blogging Blitz’: het betreft een campagne die één maand duurt en waarbij elke dag een weblogbijdrage wordt gepresenteerd door een van de deelnemers aan deze Blogging Blitz. Deze bijdragen zijn te lezen op de weblog van Better Volunteering Better Care.

orphansindiaVolunteer Correct maakt zich zorgen over de vele mogelijk dubieuze praktijken bij de inzet van vrijwilligers in weeshuisprojecten. In de Volunteer Correct Transparantie-index wordt daaraan ook specifiek aandacht geschonken. Ten minste dient sprake te zijn van het onderschrijven en gebruiken van de aandachtspunten zoals door Better Care Network Nederland zijn geformuleerd in de gids ‘Kinderen zonder thuis’. Volunteer Correct realiseert zich echter ook dat het formeel onderschrijven van deze aandachtspunten geen enkele praktische garantie biedt.

Nu er wereldwijd steeds meer aandacht komt voor de gevaren bij vrijwilligerswerk met kinderen – zie bijvoorbeeld ook de Facebook-pagina’s “Stop Orphanage Tourism” - gaan geleidelijk steeds meer vrijwilligerswerkorganisaties afstand nemen van weeshuisprojecten. Zo heeft SIW vorig jaar al aan Volunteer Correct laten weten, dat het niet langer vrijwilligers naar dit type projecten uitzendt.
De Stichting Luz Alba, die in Peru voor noodopvang zorgt voor in de steek gelaten of uit huis geplaatste kinderen, heeft onlangs besloten geen vrijwilligers uit het buitenland meer naar Peru te zenden. Recent heeft ook de vrijwilligersorganisatie Travel 4 Change laten weten, dat het niet langer projecten in wees- en kinderhuizen in de portefeuille heeft.

Volunteer Correct zal de komende maand ook aandacht besteden aan de Blogging Blitz en blijft zich inzetten voor de verbetering van de het internationale vrijwilligerswerk, waarvan het domein ‘werken met kinderen’ veruit het grootste is.

(Dit artikel is ook gepubliceerd op de website van Volunteer Correct)

Doingoood: 'Wat je moet weten over wildlife vrijwilligersprojecten'

Afgelopen zomer was de beroemdste leeuw Cecil uit Zimbabwe wereldnieuws nadat hij was doodgeschoten door een toerist. Helaas gebeurt hetzelfde op veel meer plekken, alleen weten we vaak niet welke organisaties hieraan meewerken. Zoek jij een wildlife project waar je stage kan lopen of vrijwilligerswerk wilt gaan doen? Er zijn duizenden plekken waar je, tegen betaling, als stagiair of vrijwilliger aan de slag kunt gaan. Maar wanneer weet je of je de juiste keuze maakt en een goed project kiest?

Lees het gehele artikel Ineke van Huuksloot en Wendy Meerbeek op de webiste van Doingoood. 

Straatkinderen in Mwanza krijgen nieuwe perspectieven dankzij Upendo Daima

[4 februari 2016]
Mwanza is de tweede stad, qua grootte, van Tanzania. De steden in Tanzania groeien verschrikkelijk hard: de bevolking van Mwanza, aan de zuidkust van het Victoriameer, is de afgelopen 15 jaar verdubbeld. Mwanza telt nu zo’n 600.000 inwoners. De stad wordt wel ‘Rock City’ genoemd: de heuvels zijn bedekt met sterk geërodeerde rotsen, die soms speels opgestapeld lijken te zijn. Marga van Barschot kwam in 1999 in Mwanza terecht, uitgezonden door de SMA (Sociëteit voor Afrikaanse Missiën), en kwam zo in contact met de Witters zusters die een project voor straatkinderen hadden en Marga vroegen om daarmee door te gaan. Ze was toen al voorbij de vijftig, maar heeft in Tanzania een heel nieuw leven opgebouwd. Samen met haar man Hoja, die in de buurt van Mwanza is opgegroeid, runt ze nu al een jaar of vijftien het straatkinderenproject Upendo Daima. Ik heb mezelf bij Marga uitgenodigd en heb me eind januari bijna een week lang heel erg welkom gevoeld bij Marga thuis. Mijn doel: dit project beter leren kennen en hopelijk een mooi verhaal over schrijven voor zowel de GoTanzania-website alsook voor de lezers van de Upendo Daima-website zelf.

Het werk van Upendo Daima bestaat uit twee verschillende onderdelen, die beide een eigen fysieke organisatie tot resultaat hebben: het Back Home House, waar straatkinderen – Upendo Daima werkt alleen met jongens – tijdelijk terecht kunnen en waar gekeken wordt of ze weer naar huis kunnen, en het Malimbe Family House, waar kinderen voor wie er geen re-integratie met hun families meer mogelijk bleek, aan een nieuwe toekomst kunnen bouwen. De organisatie werkt met 22 lokale medewerkers. Deze mensen hebben verschillende taken bij het begeleiden van de kinderen; sommigen gericht op directe re-integratie-begeleiding, sommigen praktisch: verzorging, eten bereiden, tuinen onderhouden, bewaking.

Street workers
Het proces start met de zogenaamde ‘street workers’. Tweemaal per week gaan de verschillende straatwerkers in Mwanza de straat op, waar altijd veel zwervende kinderen zijn. Meestal komen deze kinderen vanuit dorpen buiten de stad. Ze hebben allemaal hun eigen redenen om van huis weggelopen te zijn. Vaak ook zijn ze gewoon weggestuurd, is er sprake van mishandeling en verwaarlozing. In veel gevallen zijn de kinderen getraumatiseerd en gebruiken ze primitieve drugs (lijm- en benzinesnuiven), maar nu steeds vaker 'powder', zoals de kinderen het zelf noemen. Naar school gaan ze natuurlijk niet. De kinderen hebben zo zwervend een vrij bestaan en zijn ook vaak helemaal niet zo genegen om weer in een ‘gareel’ te komen. De straatwerkers gaan het gesprek met ze aan en indien kinderen bereidwillig zijn om mee te gaan naar het Back Home House, dat zich in een buitenwijk van Mwanza bevindt, dan regelt de organisatie e.e.a. met de overheid en kunnen ze tijdelijk worden opgevangen.

Dan start de volgende fase: de counseling. De kinderen krijgen op creatieve wijze een vorm van therapie en aandacht die ze nog nooit gehad hebben. Er wordt veel gebruik gemaakt van visualisaties en tekenopdrachten om erachter te komen, welke traumatische achtergronden op de kinderen van toepassing zijn. De medewerkers van Upendo Daima (Swahili voor ‘Eindeloze liefde’) gaan aan het werk om te bekijken of er mogelijkheden zijn om kind en familie weer bij elkaar te brengen.
Het aantal kinderen in het Back Home House, waar zich twee grote slaapvertrekken bevinden met stapelbedden, was tijdens mij bezoek 28. Dit aantal kan fluctueren. Maximaal kunnen kinderen drie maanden in het Back Home House blijven.
Tijdens mijn bezoek aan het Back Home House waren de kinderen net met hun begeleiders de lange vrijdagmorgenwandeling aan het maken. Dat doen ze wekelijks. Ze kwamen een uurtje later vrolijk schreeuwend het terrein oprennen en mij allemaal een hand geven. Daarna gingen ze uitgebreid ‘douchen’ op het plein, met plastic emmers, water uit een put. Vervolgens zaten ze aan lange tafel van hun ugali-lunch te genieten. De jongens zijn tussen de 7 en 12 jaar oud.

Malimbe Family House
Het weer bij elkaar brengen van familie en kind lukt vaak wel, maar soms ook niet. Lukt het niet, dan biedt Upendo Daima hun opvang aan in het Malimbe Family House. Dit is niet echt een huis, maar een uitgebreid terrein met gemeenschapsgebouwen, een grote halfoverdekte eetruimte voor de hele groep, keukens, kantoor- en lesruimte, bibliotheek en een stuk of 5 halfronde slaapgebouwtjes voor de kinderen. Er zijn er nu een ongeveer 45 (capaciteit is 55 bedden). Daarnaast is er ook een sportveld, wat speeltuintoestellen en een redelijk uitgebreide tuin met mais, wat bananenbomen, kool, bonen en spinazie. Ook scharrelen er de kippen rond.
Het Malimbe Family House bevindt zich zo’n 10 kilometer zuidelijk van Mwanza en het huis van Marga en Hoja, waar ik mijn eigen kamertje heb gekregen, ligt er vlak naast.

De kinderen leven er in een veilige omgeving, maar verder zonder luxe. Ze moeten immers uiteindelijk ook weer aarden in een eigen sociale omgeving. Ze gaan naar de plaatselijke overheidsschool en krijgen daarnaast extra educatiemogelijkheden van Upendo Daima, zodat ze zich beter kunnen voorbereiden op de toekomst, Engels leren, met computers leren werken, etc. Op een middag maak ik een lange wandeling met 8 kinderen van het Malimbe Family House, ze klauteren met mij op de markante rotspartijen en nemen me mee naar hun school.

Door de week heen heb ik regelmatig onderhoudende gesprekken met Marga. Ze voelt zich thuis in Tanzania en heeft een sterk relativeringsvermogen ten aanzien van alles wat Upendo Daima onderneemt: het is een klein maar eervol steentje om bij te dragen aan de verbetering van de toekomst van kansarme kinderen hier. Sponsoring vanuit Nederland biedt de mogelijkheid voor kinderen om ze betere studeermogelijkheden te geven. Voor elk kind dat ofwel door de intermediaire rol van Upendo Daima weer naar zijn vader en/of moeder terug kan en voor elk kind, dat door sponsoring via Upendo Daima betere scholing krijgt geldt hetzelfde: nieuwe ruimte voor een nieuwe toekomst.

Vrijwilligers
Vrijwilligers vanuit Nederland of andere landen zijn van harte welkom bij Upendo Daima. Marga stelt wel, dat Upendo Daima voorzichtig is, waar het gaat om de inzet van vrijwilligers. Echt onervaren vrijwilligers zijn een risico: de taal en werkomstandigheden zijn zodanig, dat zonder ervaring en affiniteit in ontwikkelingslanden, de aanwezigheid van vrijwilligers eerder een belasting dan een bijdrage betekent voor het team.
Marga en Hoja hebben prima ruimte om vrijwilligers te huisvesten en bij tijd en wijle komen er mensen uit Nederland voor (liefst) een langere periode helpen. Dat betreft maatwerk: in nauw overleg afgestemd op de taken waarvoor de behoefte aan extra experthandjes geldt en op de specifieke wensen en expertise van de vrijwilliger.

Ik heb tijdens mijn bezoek van bijna een hele week met eigen ogen kunnen zien, wat voor prachtig werk hier gedaan wordt. Dit is het type kleinschaligheid, een overzichtelijk project, dat zich vertaalt naar grote daden en dat een hoge mate van continuïteit waarborgt.

Niko Winkel, 4 februari 2016 

Haria Hotel werkt aan de toekomst van achtergestelde kinderen in Kaloleni, Moshi

[23 januari 2016]
De laatste twee weken verbleef ik in Haria Hotel, aan Mawenzi Road in het centrum van Moshi. Als ik opkijk vanaf het dakterras-restaurantje van het hotel, zie ik aan de horizon de besneeuwde top van de majestueuze Kilimanjaro. Haria Hotel wordt gerund door het team van de NGO genaamd ‘Team Vista’. Het is mijn basis tijdens mijn visites aan een tiental organisaties alhier. Ik wil er achter zien te komen, hoe de lokale initiatieven, ook werkend met internationale vrijwilligers, hun zaken aanpakken. Elke avond wordt het terras hier bevolkt door groepen jonge vrijwilligers vanuit Europa en Noord-Amerika, die her en der hun projectbijdragen leveren. Haria zelf besteedt al zijn winst aan de eigen projecten, ter verbetering van de levensstandaard van de mensen in de arme wijk Kaloleni.

De projecten zijn vooral gericht op de kinderen in Kaloleni, een wijk net ten zuiden van het centrum en zo’n beetje gelegen rondom een grote afvalstortplaats. De Kaloleni-kleuterschool van Team Vista is door de Australische oprichters in 2010 gestart. Ze hebben de school ‘Kilimanjaro Kids with Future Education Centre’ genoemd. In deze kleine school waren tot dan toe 200 kinderen bijeengepakt in een lokaaltje van hooguit 20 vierkante meter. De schoolmiddelen waren totaal niet toereikend. De kinderen waren alleen maar tekstjes aan het overschrijven uit halfvergane boekjes.
Team Vista heeft onder meer een tweede klaslokaal gebouwd, een tuin opgezet, een watertank geplaatst en toiletten gebouwd. Het gebouw wordt nu tevens gebruikt voor andere ‘community projects’, als vergaderruimte.

Team Vista Nursery School
In recente jaren heeft Team Vista een nieuw gebouw in gebruik genomen met een mooi lokaal en heeft vier leerkrachten in dienst genomen. Vrijwilligers en donoren voorzien nu in fondsen om de kinderen ook op school te eten te geven. Voor nogal wat kinderen is dit eten het enige dat ze de hele dag krijgen.
Op dit moment worden ruim 300 kinderen in de Kaloleni-wijk door Team Vista gesponsord. Zo kunnen ze naar kleuterschool, lagere school en zelfs ook het voortgezet onderwijs (primary & secondary school). Inmiddels zijn er zelfs al kinderen die doorgestroomd zijn naar hoger onderwijs. Daarnaast zijn vijf jongens min of meer geadopteerd. Ze zitten in het kleine ‘boarding school’ van Team Vista. Eén van de leerkrachten woont daar nu ook en zorgt voor ze.

Ondernemersles voor volwassenen
Team Vista is ook gestart met kleine bedrijfsopleidingen voor volwassenen. Een viermaandse ondernemerscursus leert volwassenen hoe ze hun eigen ‘business plan’ kunnen opzetten en ook hun eigen boekhouding kunnen doen. Ze krijgen daarna ook een kleine lening, zodat ze hun eerste eigen zaken op kunnen zetten.

Vista heeft onlangs ook een stuk land gekocht om de gemeenschap de gelegenheid te geven zelf groenten te kweken in een eigen tuin. Het plan is om hier later ook workshops te organiseren om de mensen technische vaardigheden bij te brengen. Team Vista werkt samen met het lokale bestuur en de grote overheidsscholen; zorgt voor extra ondersteuning en verbetering van de infrastructuur.

Upendo Women’s Group
In september 2010 is Team Vista gestart met de ondersteuning van een groep vrouwen in Kaloleni, veelal moeders van ondersteunde kinderen. De vrouwen hebben de laatste jaren over de vuilstortplaats gezworven om glas en plastic te verzamelen. Dat leverde net genoeg op voor de dagelijkse basisvoorzieningen. Team Vista heeft naaimachines gekocht voor deze vrouwen en voor een hutje gezorgd, waar ze hun werk kunnen doen, zonder de hele dag in de hete zon te hoeven zitten.

Haria Hotel
Ongeveer een jaar geleden heeft Team Vista een contract getekend om voor 3 jaar Haria Hotel te runnen. Dit Haria Hotel begint nu echt als een thuis voor mij te voelen. Het is een goedkoop en gezellig hotelletje voor rugzaktoeristen en vooral ook een ‘hangout’ voor veel vrijwilligers in Moshi. 

Het hotelletje is voorzien van nieuwe bedden en matrassen en ook nieuwe fans in de kamer om het een beetje koeler te krijgen. Op het dakterrasrestaurantje zorgen Anna, Upendo en de andere dames goed voor de gasten. Iedere morgen eet ik hier een geweldig lekker groentenomelet. Een grote thermoskan staat klaar voor koffie en thee, vrij om te pakken zoveel als je wilt. Haria Hotel draait goed en álle opbrengsten zijn voor de Team Vista-projecten.

Team Vista kijkt altijd uit naar vrijwilligers en sponsors. Gedurende mijn 2 weken hier zijn er verder geen vrijwilligers aan het werk bij de Team Vista-projecten. Het is ook niet per se nodig; de vrijwilligers zijn erg gewenst, maar de organisatie zal nooit van ze afhankelijk zijn. Ally, de manager van het hotel, de hele staf hier en ook de onderwijzers op de school, die tevens ook de andere projecten begeleiden, zijn zeer toegewijd aan Team Vista. Kerry Frost, de Australische oprichter van Team Vista, bezoekt haar project ieder jaar in de junimaand en neemt dan ook veel vrijwilligers en sponsors mee. Verder onderhoudt ze heel frequent contact met Ally om alles goed te laten verlopen. Daarnaast is ze natuurlijk thuis in Australië ook druk met extra fondsenwerving.

Wil je meer weten over Haria Hotel en Team Vista, kijk dan op de websites. Ik weet wel waar ik mijn honk zal vinden, als ik in de toekomst nog weer eens mij korte tijd settle in Moshi.

 

GoTanzania op zoek naar het vrijwilligerswerk-aanbod in Moshi

[16 januari 2016]
Tien dagen in Moshi, tien verschillende NGO’s opgezocht, die in en om Moshi vrijwilligers willen ontvangen om bij allerhande projecten mee te werken. Waar zijn wij naar op zoek? Onze agenda is open: hoe ziet het eruit? Wat voor mensen draaien deze projecten? Hoe zoeken ze naar vrijwilligers? In hoeverre houden ze rekening met de voorwaardelijkheden, waarvan wíj vinden, dat ze er rekening mee moeten houden? Loopt het goed, loopt het minder goed? Wat voor vrijwilligers zijn het die ze werven? Zijn de vrijwilligers essentieel voor ze, of zijn ze louter ‘voor erbij’? En zo zijn er nog meer vragen. Vragen die we ons tevoren stelden, maar ook vragen die rijzen als je zo op pad bent.

We – ik ben op pad met Reinier Vriend, mijn bestuurscollega bij de Stichting Volunteer Correct -vonden onze vaste stek in het centrum van de stad. Haria Hotel. Nota bene gevonden, nog toen ik thuis was, omdat dit hotel ook een nevenactiviteit is van een NGO, die hier armoede en ontwikkelingsachterstand te lijf gaat. Het is het beste stekje, dat we ons wensen konden: een heerlijk ‘roof top’-terras, altijd koude biertjes in de koelkast (hard nodig: het is heet hier!) en iedere morgen een heerlijke omelet als ontbijt. Upendo, Anna en de andere dames verwelkomen ons iedere morgen. Meest ben ik kort na zeven uur al op het terras. Dan is het er nog een béétje fris.

Op visite bij elke organisatie vertellen we natuurlijk ook ons eigen verhaal. In de meeste gevallen is dan louter lof ons deel: ze vinden het geweldig, wat wij beogen, uiteindelijk. Ook al putten wij uit in gedisclaim: we zijn eerst alleen nog maar aan het verkennen. Wat voor organisatie stuurt jullie dan? Nou ja, geen enkele dus; wij komen gewoon zélf. We zouden wellicht later ook concreet projecten kunnen ondernemen, maar zover zijn we nog niet.
Iedereen blijft enthousiast. Álle organisaties maken veel tijd voor ons vrij. Meermaals zijn we een halve dag meegenomen naar projecten een uur buiten de stad. Community projecten in relatief ver afgelegen arme dorpen. De organisatoren werken veelal vanuit Moshi zelf. Zij lijken ons meestal tot de lokale ‘upper class’ te behoren.

Modellen
We krijgen ook zicht op de ‘modellen’. Er is meestal sprake van een combi van een projecten-NGO met een safaribedrijfje ofwel een (ook voor toeristen-) ho(s)tel, dat vaak ook gewoon ‘vrijwilligershuis’ wordt genoemd. De aard van de samenwerking hangt veelal af van de origine: was er eerst een safaribedrijfje, dan zijn de projecten eerder opgezet als marketingstrategie: toeristen zijn extra genegen met zo’n bedrijf in zee te gaan: ze doen ook iets goéds. En de rijke toerist, hij sponsort zijn geweten schoon. Het kan aldus een schijnvertoninkje zijn. Bij het Afrishare-initiatief lijkt deze situatie misschien wel van toepassing, ook al verdient deze organisatie op basis van het bezoek en interview dat wij met baas Ibrahim hadden, absoluut nog geen vingerwijzing. Daarvoor zouden we toch nóg dieper de specifieke projecten in moeten duiken. Bij meerdere organisaties zaten de woordvoerders nog niét op het spoor van kritiek op de weeshuistoestanden. Bij andere organisaties werd daarover al begonnen, vóórdat wij het aanroerden. Jawel, ook hier zijn genoeg mensen die de weeshuiswildgroei verfoeien.

Beter is het wanneer het andersom is ontstaan: eerst een project en daarna de speurtocht naar fondsen. Zo zit ’t bijvoorbeeld bij Haria Hotel zelf. De Australische ‘founder’ van Team Vista, dat een kleuterschool draait, bijna 300 primary school-kinderen van schooltenues en -boeken en tevens van schoolgeld voorziet en dat ook nog eens een community-bank organiseert, heeft Haria Hotel sinds nog maar één jaar in eigen beheer. Alle winst van het hotel en het restaurant gaat naar Team Vista! Hostel Hoff, Born to Learn, Foot2Afrika, TATU en Kilimanjaro Young Girls in Need (KYGN): ze leveren ons allemaal verrassende verhalen op, met overeenkomsten, rode draden om geleidelijk beter te gaan herkennen, maar ook met grote verschillen. En ook ontwaren we lijntjes tussen deze organisaties. Born to Learn blijkt opgezet door ex-vrijwilligers van Hostel Hoff; KYGN werft vrijwilligers via Hostel Hoff; de oprichter van TATU was ook betrokken bij de opzet van Born to Learn. Anna van KYGN laat ons haar ‘safe house’ zien. Dat ziet zij als het antwoord op het weeshuis-issue. Met het safe house-concept mikt ze nadrukkelijk op tijdelijke opvang. Als thuissituaties genormaliseerd zijn, dan moeten alle kinderen terug naar huis kunnen.

Scholen bouwen
Er is voor ons ook veel om weer wat meer van te willen weten. Zo hoor ik van Ally, de manager van Haria, die overdag ook altijd even op pad is, om door Team Vista ondersteunde gehandicapte kinderen naar school te brengen, dat er een stuk land is gekocht in het dorp Newlands, 15 kilometer zuidelijk van Moshi. Eerst worden er nog uien geoogst, maar op termijn moet hier een school gebouwd worden. We hebben vorige week bij Born to Learn vernomen, dat zij juist daar, in Newlands dus, een nieuwe school hebben opgeleverd. Hoe zit dat nu precies? Bij Afrishare vernemen we, dat ze weten dat Foot2Afrika niet meer zou bestaan. Maar laten wij daar nu net de dag tevoren op bezoek geweest zijn. Toch past het verhaal wel: veel van onze vraagtekens worden zo van meer verklaring voorzien: er is een sprake van een doorstart, maar met andere staff. Foot2Afrika moet eens een belangrijke speler zijn geweest; nu doet het zijn best te overleven. Meermaals zien we heel aantrekkelijke vrijwilligershostels, waar bijna niemand verkeert. O, wat zouden ze graag willen, dat we ons in Nederland voor hen zouden inzetten voor de werving van vrijwilligers!
Ik geloof dat we er beide wel uit zijn, dat het TATU-project ons het meest enthousiast maakt. Dat project heeft echt een heel dorp in projecten ‘geadopteerd’. En wat vooral zo aanspreekt, dat is dat het een echt ‘project’ is: het is helemaal gericht op het uiteindelijk weer aan de lokale gemeenschap overdragen van de in gang gezette ontwikkelingen. Hier is per definitie ook geen sprake van ‘unskilled volunteerism’.

Om de informatie een beetje langs één latje te kunnen halen, heb ik een formuliertje opgemaakt. ’s Avonds vul ik het formulier voor elke organisatie in. Dit is een goed handvat voor de volgende fase, als we echt kunnen gaan bekijken, wat we hiermee nu kunnen. In deze volgende fase hebben we natuurlijk véél meer informatie nodig over alle projecten. Transparantie blijft ons sleutelbegrip!

Netwerken
Tien dagen netwerken heeft heel wat contacten opgeleverd. Enerzijds hebben wij nu bekende gezichten voor de mensen hier; anderzijds hebben wij zicht op wat de projectontwikkelaars hier nu allemaal doen. Er zijn er uiteindelijk nog veel meer te vinden in Moshi en omstreken. Wat ons in ieder geval duidelijk is: er is veel behoefte aan inzet van vrijwilligers. Het zal eerder een struggle worden, om de vrijwilligers te vinden. Niet dat er niet genoeg zijn, maar de internetmarketing van de grote voluntourism-ondernemingen is niet gemakkelijk te bevechten. Bovendien is dit land bestuurlijk en politiek ook in een ‘state of change’. Veel betrokkenen zijn best een beetje bang dat de regering in zijn drang om corruptie te bestrijden de mogelijkheden voor vrijwilligers aanscherpt, als antwoord op misbruikpraktijken in het verleden.

Komende week nog wat aanvullende ervaringen opdoen in Arusha. Daarover, en daarna over de wat intensievere betrokkenheid bij een viertal projecten in Mwanza, later meer op dit platform.

Niko Winkel , 16 januari 2016

'Kinderen zonder thuis' - praktische gids over projecten met kinderen

[9 december 2015]
De Nederlandse afdeling van het Better Care Network heeft vorige week een informatieve gids uitgegeven, genaamd ‘Kinderen zonder thuis’, waarin ingegaan wordt op vragen en dilemma’s rondom het helpen en ondersteunen van kwetsbare kinderen in ontwikkelingslanden. Natuurlijk ook super relevant voor toekomstige vrijwilligers.

Miljoenen kinderen in ontwikkelingslanden moeten het stellen zonder veilig thuis. Ze wonen in een kinderhuis, leven op straat of krijgen thuis niet de zorg die ze verdienen. Duizenden Nederlanders bekommeren zich om het lot van deze kinderen en willen graag iets voor hen doen. Is een kinderhuis wel de beste oplossing of zijn er alternatieven? En hoe kun je als vrijwilliger een positieve bijdrage leveren aan de ontwikkeling van kinderen?

De zorg die ten grondslag ligt aan het uitbrengen van ‘Kinderen zonder thuis’ hangt nauw samen met een aantal nog steeds breed levende veronderstellingen van mensen in de westerse wereld over het leven van kwetsbare kinderen in ontwikkelingslanden. Vaak hangen veronderstellingen ook met onbedoelde of onbewuste vooroordelen samen. Een erg in het oog springende is de term ‘weeskind’. In de praktijk zijn de meeste kinderen in weeshuizen in ontwikkelingslanden vaak geen wees. Het is sowieso beter de term ‘kinderhuis’ te gebruiken in plaats van de term ‘weeshuis’.

De relatie tot vrijwilligerswerk komt in ‘Kinderen zonder thuis’ zeer prominent naar voren. Veel vrijwilligers hebben onvoldoende notie van de situatie waar zij uiteindelijk hun vrijwilligerswerk in gaan doen. Schrijfster Mirjam Vossen, benoemt in het aparte hoofdstuk over vrijwilligerswerk een aantal vereisten, waaraan voldaan moet worden. De gids gaat in op hechtingsproblematiek, kennis en ervaring van de vrijwilliger, goede formuleren van taken en de juiste voorbereiding.

De gids is online te downloaden en is ook in papier te bestellen bij het Better Care Network Nederland. Wij zijn van mening het boekje verplichte kost is voor dat alle vrijwilligers die van plan zijn een kinderproject gaan doen in een zogenaamd ontwikkelingsland.

[Dit artikel is ook geplaatst op de website van Volunteer Correct]

The American Way - Hollandse twijfel over Amerikaans 'volunteerism'

[2 december 2015]
Op de GoTanzania-website zitten zo’n 200 organisaties in een database: organisaties die vrijwilligerswerk aanbieden in Tanzania. Hiertussen ook zo’n 40 à 50 organisaties die dat vanuit Nederland doen, of die lokale NGO’s betreffen, die met name gefundeerd zijn op een Nederlands initiatief. Maar de rest is dus ofwel een lokaal Tanzaniaans initiatief ofwel geworteld in een anders westers land, veelal geënt op een brede ‘vrijwilligerstoerisme’-basis en niet zelden puur commercieel. Toch is het erg lastig harde uitspraken te doen. In de verantwoordingsinformatie gaan schreeuwend duur en “not for profit” nogal eens samen. Vooral bij Amerikaanse organisaties. Ik licht een drietal organisaties uit ten behoeve van een fascinerend inkijkje.

De founders van het Amerikaanse Amizade gebruiken niet ‘vrijwilligerswerk’ als centraal thema, doch ‘service learning’. Een slim concept, dat ‘halen’ naast ‘brengen’ plaats: “Amizade empowers individuals and communities through worldwide service and learning (….) to create an equitable world where all people can connect freely and forge lasting friendships.”
Amizade, zichzelf duidend als ‘non profit’-organisatie, maakt deze ‘service learning’-drijfveren waar door uitgebreid samen te werken met een aantal universiteiten in de VS, die dit perspectief parallel laten lopen met educatiedoelstellingen. Naast individuele ‘volunteer placements’ zijn er dan ook veel opties voor groepsreizen en ‘faculty-led courses’. Het ziet er allemaal zeer verantwoord uit. Het zogenoemde ‘Fair Trade Learning’-beginsel is leidend: ‘a sector changing ideal pioneered by Amizade’. De baas schrijft artikelen over dit beginsel: Ethical standards for community-engaged international Volunteer tourism’. Een aparte pagina over transparantie toont, dat 85% van de inkomsten rechtstreeks naar de programma’s gaat. De rest gaat naar ‘administration’. Heel redelijk dus.

Maar ga je naar Tanzania om bij een ‘gewoon communityproject’ van Amizade, waarbij je bij een gastgezin woont en met het gezin mee-eet, een bijdrage als vrijwilliger te leveren, dan betaal je voor je eerste twee weken $1620 en voor iedere bijkomende week $440!
Daarover heb ik contact gezocht met de baas van Amizade. Zijn reactie: “My hunch is that some of your confusion may be that you are comparing us to organizations that have very different missions. (…) Our programs have a curriculum, we monitor and evaluate impact for both visitors and hosts, spend a great deal of effort to create (and fundraise) for reciprocity, and the health and safety of all involved. As such, our very small sustainability fee goes towards research and development, improving the international education sector, advancing curriculum, evaluating impact, etc. Costs on the ground are not even managed by our US-based staff. They are all locally determined. Housemothers set their own rates, drivers are paid at going market rates, food is prepared by local chefs, and community organizations receive appropriate honorariums and healthy donations (for some programs this can be many thousands of US dollars).”
Hij ging zelfs nog verder en bracht complimenten naar GoTanzania: ‘hartstikke goed dat je licht in de duisternis brengt in deze volunteerism-sector; wij zijn daar zelf ook zeer bezorgd over!’. Hij vertelt, dat vrijwilligers van Amizade elke week $125 aan directe projectsponsoring betalen en dat de genoemde ‘duurzaamheidstoeslag’ $50 per week betreft: toch niet echt een ‘very small fee’. Op de website zelf trof ik deze informatie niet. Zou het dan zo zijn, dat de extreem hoge kosten voor jou als vrijwilliger echt heel zinvol besteed worden? Verdient Amizade het voordeel van de twijfel?

De website van een ander Amerikaans vrijwilligersuitzendbureau, Cross Cultural Solutions (CCS), toont kleurige achtergrondfoto’s en daarover heen witte chocoladeletters met schreeuwende capitals: “VOLUNTEER ABROAD. CHANGE THEIR WORLD. CHANGE YOURS. THIS CHANGES EVERYTHING”.
Eén van de doorklikopties: “This CCS experience is very affordable. Find out how to…. FUND YOUR TRIP”. Daarna krijg je 7 opties om zelf funding te genereren: laat je baas meebetalen, belastingaftrekbaarheid, zelf fondsen verwerven, neem een vriend mee, frequent flyer programma’s en, tot slot, stel een betalingsprogramma op. De pagina eindigt met “YOU CAN DO IT!”. Op de website wordt CCS een met ‘Peace Corps’-vergelijkbare organisatie genoemd. De Verenigde Naties-beginselen zijn leidend. “As a leader in the field of international volunteering for 20 years, we know that the best approach to international volunteering—the only approach—is one designed by the community. We believe that the local people are the experts. In every community in which we work, we have long-standing relationships with local organizations who communicate real-time needs and objectives to the CCS team. Our in-country team is made up entirely of local nationals and volunteers work alongside local people. This community approach was specifically designed to make sure our programs generate sustainable impact.”
Het gaat allemaal over ‘Making a difference’ bij deze organisatie, met typisch Amerikaans onbescheiden enthousiasme: ‘yes, we can’!!

Klik verder op de site en steeds een andere bijna levensgrote full-colour foto met hoog sentimentaliteitsgehalte vult je scherm, een vrijwilligerslitanie eronder, als “This really changed my life foregood!”. Daarna kun je uitgebreid door de internetbrochure scrollen en passeer je ook de “Home-base”: in Tanzania is dat een prachtige villa, die ook in Hollywood niet zou misstaan. “The CCS Home-Base is your home-away-from-home, a place to relax and reflect right in the local community where you'll engage with your second family of fellow volunteers and our expert CCS in-country staff. The Home-Base is comfortable, with common areas to share experiences, comfortable shared bedrooms, and plenty of space as you're re-charging for your next incredible day of volunteer adventures. We know that your comfort is key to giving all you can as an international volunteer, and the CCS Home-Base is just one of the many unique ways that the CCS experience changes everything.”
Hemel, wat heeft dit nog te maken met een onderdompeling in een andere cultuur? Toch stelt CCS het bestemmingsland, met zijn eigen cultuur, centraal: “We believe that the most successful approach to international volunteering is one that is community-led and driven. That's why our in-country staff is made up entirely of local nationals, who truly understand the needs of their own communities. We work in partnership with sustainable community organizations who are dedicated to creating positive change in communities, and know how to effectively work with international volunteers to meet these goals.”
Maar rijmt dat wel, zo vraag ik mij af.

CCS profileert zich gretig als een aan het Amerikaanse Peace Corps verwante organisatie. Waarin verschilt CCS van Peace Corps: “A CCS program is a great way to experience all that volunteering abroad has to offer for a shorter period of time than the Peace Corps, which requires a two-year commitment.”

Er is ook sprake van een specifiek ander verschil: bij Peace Corps krijg je zelfs een toelage op de kosten die je maakt en committeer je je aan twee jaren vrijwilligerswerk. Bij CCS mag je je portemonnee trekken: onderaan de scroll-brochure kun je simpelweg invullen, hoe lang je weg wilt, waarna letterlijk het dollarmetertje gaat lopen: 1 week - $2687, 4 weken - $4646, 12 weken - $9773!! Je gelooft je ogen niet! Is dit een grap?
Nee, het is een Amerikaanse non profit organisatie, die zelfs mooie sier maakt met een zopas verdiende ‘award’: "GreatNonprofits recently awarded Cross-Cultural Solutions its top-rated award for the third year in a row! GreatNonprofits bases its voting system entirely on ratings and reviews submitted by volunteers. The organization prides itself on its mission to inspire and inform donors and volunteers, enable nonprofits to show their impact, and promote greater feedback and transparency."

K2 Adventure Travel neemt – haar naam zegt het al – een ander beginpunt: avontuur! Er wordt wel een flinke ‘derde wereld’- en ‘making a difference’-saus overheen gegooid. De ‘business’ van K2 zit wél in het vrijwilligerswerk. In Tanzania ondersteunt K2 een school voor blinde kinderen. “More than 600 students, ages 5 through 17, attend the Mwereni integrated School for the Blind, including 80 blind and albino children who were orphaned or abandoned at birth. When K2 Adventure Travel first visited in 2009, many of the students were suffering from lack of medical and dental care, typical hygiene and basic necessities. Since that first trip, K2 Adventure Travel clients have provided the students with Braille Writers, magnifiers, canes, walkers, a computer lab with 30 new computers, and provided all of the orphans with new mattresses, blankets, pillows, sheets, mosquito nets, shoes and stuffed animals.
Het vrijwilligerswerk lijkt zo een faciliterend bijproduct voor de ondersteuning van een lokaal project. Zo kun je ook naar ‘voluntourism’ kijken. De grote foto op deze Tanzania-pagina toont de brug tussen noord en zuid met twee lachende gezichten; een Afrikaans kind en een Amerikaanse vrijwilliger tonen beide hun handicap: een halve arm.
Ook hier is het de informatie over de kosten, die veel ruimte voor verwondering laat: bestaat je hele reis uit 8 dagen ‘community service’ en een 1-daagse safari, dan betaal je $2450; doe je 4 dagen service en een 5-daagse safari, dan betaal je $4950. Deze kosten natuurlijk nog allemaal exclusief vluchten, visa, verzekeringen etc. 

Verwondering, verwondering. Ik begrijp maar weinig van de relatie tussen product en kosten. Het biedt me wel een ander perspectief op de vanuit Nederland opererende vrijwilligersuitzendcentrales: zelfs de allerduurste is nog meer dan tweemaal goedkoper!
Maar je kunt er misschien ook anders naar kijken. Deze organisaties zoeken een ander marktsegment dan de organisaties (ook in de VS aanwezig), die zich vooral fixeren op de ‘gratis arbeid’ van een vrijwilliger en daarnaast kosten baseren op de lokale situatie betreffende ‘lodging and food’ (ergens tussen de 100 en 200 dollar per week). Vaak lijken déze organisaties onvoldoende te kijken naar de kwaliteit van de vrijwilligersinzet gebruikende ontwikkelingsprojecten. Je zou ook kunnen redeneren, dat het redelijk is uit volle portemonnees de hoofdprijs te trekken, als je daarmee goeie projecten op de beste wijze ondersteunt; als vrijwilligersgelden ook écht naar de projecten gaan:
* Amizade: als rijkeluiskinderen, studerend aan dure universiteiten, deze kosten kunnen dragen, dan kan sprake zijn van een mooie maatschappelijke herverdeling van investeringsgeld.
Cross Cultural Solutions: misschien werken er talloze locals in de luxe ‘home-bases’ in 10 verschillende bestemmingslanden en zorgt CCS voor veel werkgelegenheid aldaar.
K2 Adventure Travel: er is vast grote behoefte aan onderwijsmogelijkheden voor blinden. In Tanzania zou wel eens deze hele school voor blinden op K2 Adventure Travel-funding kunnen draaien.

Ik ben geen Amerikaan, doch een sceptische Hollander die er op voorhand niet op vertrouwt, dat de Amerikaanse organisaties zo ‘not for profit’ zijn als ze claimen. Maar ja, als de ene hand de andere wast…. ?!

Niko Winkel, 2 december 2015

Harper's Bazaar-interview: 'Waarom vrijwilligerswerk wél de moeite waard is!'

[6 november 2015]
"Wees lief. Bazaars vriendelijke doch dringende verzoek in haar novembernummer. En dus maken we deze maand ruim baan voor weldoeners die goed begrepen hebben dat lief en aardig zijn voor elkaar verder gaat dan een like op Facebook en een hartje op Instagram en de wereld een beetje mooier kleuren met hun acts of kindness. Vandaag: de vrijwilliger. En laat vrijwilligerswerk nou een onderwerp zijn waar een heleboel mensen een heleboel meningen over hebben. Bazaar belde met Ineke van Huuksloot, oprichter van vrijwilligerswerkorganisatie Doingoood, die ook een mening heeft over bovengenoemde kwestie. Preken voor eigen parochie? Oordeel zelf.
Vrijwilligerswerk doen in een exotisch oord is in zwang. Al jaren. Steeds meer mensen trekken erop uit om goed te doen voor de mensen. Dat zóu iets moeten zijn om toe te juichen. Maar niet heus. Hoe meer mensen erop uit trekken, hoe hardnekkiger het debat rondom deze golf van weldoeners wordt. Want: hoe zinvol zijn we nou helemaal, daar in het buitenland? En: maken reisorganisaties niet gewoon vrolijk misbruik van een nieuw gat in de markt? Legitieme vragen, heus."

Ineke van Huuksloot nuanceert de scherpe stellingname van UNICEF in haar campagne 'Kinderen zijn geen toeristische attractie': het is een eenzijdige blik op een complex probleem. Ze onderscheidt de reisbureaus van de vrijwilligersorganisaties. De directeur van Doingoood benadrukt dat eerst gekeken moet worden naar de behoeften bij een project en pas daarna naar een geschikte vrijwilliger. Veel organisaties brengen liefst gewoon zoveel mogelijk vrijwilligers. 
Het gehele artikel kun je lezen op de website van Harper's Bazaar. Ook heeft Ineke van Huuksloot op de website van Doingoood een uitgebreide blog staan waar ze ingaat op de problematiek rondom vrijwilligerstoerisme. 

Aanbod: Engelse les geven aan jonge kinderen in Bagamoyo

The Baobab Home / Steven Tito Academy is naarstig op zoek naar een leerkracht voor een heel jaar in Bagamoyo. Een paar kenmerken: 
* Begin: januari 2016 (mag ook eerder)
* Er is ook een 'kleine verdienste', dus niet eens strikt 'vrijwilligerswerk': $300 p.m.
* Bagamoyo: dit oude koloniale stadje (wellicht binnenkort UNESCO-werelderfgoed) is een van de mooiste plekjes aan de kust van Tanzania. Baobab Home, met ook de Steven Tito Academy bij de 'farm' ligt op 5 km. afstand van Bagamoyo.

GoTanzania bezocht The Baobab Home-boerderij in juli. Er is ook een 'children's home' en er worden door de organisatie voedselsupportprogramma's, hulpverlening aan HIV/aids-patiënten en andere outreach programma's georganiseerd. Terri Place, Amerikaanse, heeft de organisatie samen met haar Tanzaniaanse echtgenoot opgebouwd. 

Je kunt alles lezen over de ins en outs van dit aanbod op de website van Steven Tito Academy. Voor meer informatie is het ook raadzaam om de website van Baobab Home te bekijken. Klik op de afbeelding hiernaast om de gehele vacature-tekst te bekijken. Of mail naar info@gotanzania.org. 

Enige extra informatie bij de vacature-tekst: 
- "ESL/EAL" = 'English as a second/additional language'. Hier kan 'of vergelijkbaar' bij worden vermeld. Het gaat om voldoende ervaring, niet om certificaten. 
- "Native English speaker" is hetzelfde als 'Fluent English speaker'
- Als je op de farm woont tijdens je verblijf, dan heb je 'full board'-verblijf (zonder kosten). Je kunt ook verkiezen in het stadje te 'wonen'. Alles is bespreekbaar. 

 

GoTanzania gaat weer projecten opzoeken in Tanzania

[5 oktober 2015]
Op 6 januari 2016 gaat GoTanzania weer op pad. Het land van bestemming hoeft geen nadere toelichting. Het doel is wederom: op zoek naar mooie ontwikkelingsprojecten, waarbij ook sprake is van inzet van vrijwilligers. Ergo: projecten waaraan je als vrijwilliger in Tanzania een bijdrage kunt leveren. In mei, juni en juli heeft GoTanzania in Tanzania al een aantal prachtige projecten leren kennen. Kijk hiervoor verder op de pagina ‘GoTanzania Netwerk’.
Bij de komende reis worden onder meer projecten in het noordwesten van Tanzania, de streek rondom het Victoriameer, bezocht. Bovendien wordt in Moshi, in de Kilimanjaro-omgeving, geïnventariseerd welke vrijwilligersprojecten zich positief onderscheiden in het grote aanbod van mogelijkheden in die omgeving. Het noordoosten van Tanzania is niet voor niets een zeer aantrekkelijke omgeving voor vrijwilligers uit Europa en Nederland: dagelijkse vluchten vanuit Amsterdam, veel verschillende projecten en uitgebreide toeristische attracties in de omgeving.

Kilimanjaro
Moshi is een overzichtelijk en sfeervol stadje aan de zuidelijke uitlopers van de Kilimanjaro, de hoogste berg van Afrika en tevens de hoogste vrijstaande berg ter wereld. De top van de Kilimanjaro is ook de hoogste plek ter wereld die je “wandelend” kunt bereiken. Dus zonder dat je een bergbeklimmer bent. Een spectaculaire ervaring is het, deze tocht van vijf of zes dagen. Kilimanjaro International Airport is een goed half uur verwijderd van Moshi. Moshi en het 80 kilometer westwaarts gelegen nog wat grotere Arusha zijn de ‘hoofdsteden’ van het safari-toerisme in Noord-Tanzania: de grote wildparken liggen op enige uren rijden en de grote safari-bedrijven hebben veelal hun hoofdkwartier in deze steden. Tot slot ligt ook nog eens het lounge-eiland Zanzibar ‘om de hoek’: een dagtocht per bus en boot of slechts een half uurtje vliegen met een lokale vliegmaatschappij (nog flink betaalbaar ook).
In Moshi bevinden zich dan ook veel ontwikkelingsprojecten, want hoezeer ook geldt dat er hier veel toeristisch verkeer is, de bevolking is erg arm en er zijn veel lokale en vanuit het buitenland georganiseerde projecten, waarvan de eigenaars met graagte uitzien naar vrijwillige inzet vanuit ‘het westen’. Veel grote, internationale ‘vrijwilligerswerkbedrijven’ organiseren hier projecten, vooral mikkend op de ‘voluntourism’-mix. De lokale agentschappen bieden echter vaak projecten, die zich kunnen onderscheiden op kwaliteit én op prijs. GoTanzania gaat in Moshi zijn licht opsteken ten behoeve van het vergroten van de keuzemogelijkheden voor aanstaande vrijwilligers om het juiste (en betaalbare) project te kiezen.

Victoriameer
De ontdekkingstocht in het noordwesten, vanuit de stad Mwanza aan de zuidoever van het Victoriameer, gaat naar een viertal specifieke projecten. GoTanzania bezoekt daar drie projecten met een Nederlandse basis en één Amerikaans project in Musoma, 100 kilometer ten noorden van Mwanza.
Ten eerste wordt in Sengerema, een stadje ietsje ten westen van Mwanza het Sengerema-project bezocht. Sengerema heeft als missie het bevorderen van ondernemerschap en het begeleiden van startende ondernemers. Op deze manier kunnen kansarme jongeren hun eigen bedrijf op poten zetten. De organisatie is hier al zo’n 10 jaar mee bezig en behaalt prachtige resultaten. GoTanzania gaat kijken, hoe dit in Sengerema wordt aangepakt.
Vervolgens gaat GoTanzania op bezoek bij Upendo Daima, dat 15 jaar geleden in Mwanza is opgezet door Marga van Barschot. Upendo Daima is een straatkinderenproject. Grote groepen kinderen komen perspectief- en schoolloos op straat terecht. Upendo Daima vangt ze op en zoekt naar mogelijkheden om ze weer met hun (extended) familie te herenigen, als dat nog mogelijk is, en ook weer naar school te brengen.
Tukutane Tanzania, ook in Mwanza, is opgezet door Anne Kuijs. Zij heeft een uitgebreid netwerk op poten gezet en intermedieert tussen vrijwilligers uit onder meer Nederland enerzijds en zorginstellingen, scholen en ziekenhuizen in Mwanza. Ze beschikt ook over accommodatie voor de vrijwilligers.
Tot slot gaat GoTanzania naar Musoma, waar de Amerikaanse organisatie Global Resource Alliance is neergestreken. Global Resource Alliance zet veel verschillende projecten op om dorpen die flink te maken hebben met armoede, honger en ziekte te helpen. Het gaat daarbij om het installeren van waterpompen, herbebossingsprogramma’s, gebruik van zonne-energie, ondersteuning bij agrarische projecten, ziektebestrijding en kinderhulp.

Natuurlijk gaat GoTanzania op deze website weer uitgebreid over deze projecten verhalen vertellen. De reis zal zijn van 6 januari tot 19 februari 2016.

Werken met kinderen: de achilleshiel van georganiseerd vrijwilligerswerk

[8 september 2015 - geschreven voor Volunteer Correct
“Vertel eens. Hoeveel keer heb je niet al op Facebook ingelogd en bij je nieuwe berichten van die fotootjes aangetroffen, waarop je een van je vrienden ziet met een onbevangen vrijwilligersglimlach, met de armen om een groezelig uitziend kindje uit een onbekend Afrikaans land? Eén keer? Twee keer? Te vaak om op te noemen?”

Met deze zinnen begint het artikel “Volunteering abroad: a game with double standards” van Ruth Taylor, dat een jaar geleden werd gepubliceerd op het blog van Kickstart Ghana en dat op de erg aanbevelenswaardige Facebook-community ‘Better Volunteering’ deze week nog eens extra werd uitgelicht.

Juist vanuit ons perspectief, gericht op verantwoording en transparantie van georganiseerd vrijwilligerswerk in het buitenland, is het noodzakelijk dat we weten waar we het over hebben. Dat we weten wat onze positie is en we stelling kunnen nemen. We moeten immers oordelen. Oordelen over de feiten, over de praktijken en over de meningen, daar komen we niet onderuit. Maar oei, wat is het moeilijk! En wat lees je niet allemaal voor stoere taal in de publieke discussie over ‘voluntourism’, over de weeshuizen waar de kinderen geen wees zijn, over de hechtingsproblematiek van de kinderen, over het gebrek aan volwassenheid en vaardigheden van de vrijwilligers.

Dus is het geweldig om een artikel te lezen, waarin heel genuanceerd op de hele ‘werken met kinderen’-problematiek wordt ingegaan. De drie artikelen die Ruth Taylor op het blog van Kickstart Ghana heeft geschreven zijn alle drie goed en belangrijk om te lezen voor iedereen, die zich bezighoudt met kinderen en vrijwilligerswerk. Ruth was in 2014 in Ghana coördinator van het vrijwilligerswerk van Kickstart Ghana en werkt in Engeland bij Impact International, een organisatie die zich bezighoudt met het bevorderen van duurzaam en verantwoord vrijwilligerswerk en het kritisch beschouwen van de praktijk.

Ze eindigt het genoemde artikel met het uiteenzetten van 5 aandachtspunten, die van belang zijn voor iedere aanstaande vrijwilliger bij het beoordelen van een project met kinderen:

1. Bedenk je vooraf, wat je eigen kracht is, wat je kunt brengen met je werk. Bedenk je: goede bedoelingen zijn niet genoeg.

2. Beoordeel de organisatie waarmee je mogelijk erop uit trekt kritisch. Verantwoorden ze online een eigen opstelling jegens de valkuilen bij het werken met kinderen? Kijken ze alleen naar het geluk van de vrijwilliger of ook naar die van het kind?

3. Leg de focus op de impact van je werk op de kinderen in kwestie en niet op de impact voor jezelf.

4. Kijk ook naar de omgedraaide situatie: stel je voor dat je dit werk gewoon thuis in Nederland zou doen. Denk je dat je dan niet de ruimte zou krijgen om dit werk te doen, doe het dan ook in de derde wereld niet.

5. Beoordeel je project kritisch ook als je er al aan het werk bent. En doe er wat mee of zeg er wat van, als je vindt dat het niet OK is.

Ruth benoemt in het artikel nog een ander zeer handzaam criterium bij de beoordeling vooraf van de organisatie die je een aanbod doet: als je binnen 90 seconden online in kunt tekenen op een project waarbij je met kinderen gaat werken, dan weet je zeker dat ze onvoldoende aandacht hebben geschonken aan welke beoordeling van jou, als a.s. vrijwilliger, dan ook. Dan weet je: ze zijn niet geïnteresseerd in je motivatie, je vaardigheden, je achtergrond, je ambitie, etc. Dan zijn ze waarschijnlijk alleen maar geïnteresseerd in jouw financiële bijdrage aan hun eigen onderneming. Wegwezen dus.

Nogmaals: lees de verhalen van Ruth Taylor!

Maar er zitten ook adders onder het gras. Want wanneer je je rekenschap geeft van enige bijkomende kenmerken van de ‘voluntourism’-markt, dan wordt het een stuk lastiger. Zo durf ik de veronderstelling aan, dat 80% van alle vrijwilligerswerk gaat over werken met kinderen en dat tevens zo’n 80% van de vrijwilligers, om het maar heel bot te stellen, zich laat kenmerken door de combinatie van 3 eigenschappen: jong, naïef en ongeschoold. Juist dat is de reden, dat ‘werken met kinderen’ zo populair is. Helemaal wanneer ik er gemakshalve even een vierde kenmerk aan toevoeg: ook 80% is vrouw. Of, wederom wat bot uitgedrukt: 80% is meisje. Conclusie: de hele vrijwilligerwerkmarkt dondert in elkaar als deze producent/consument- of vraag/aanbod-combi onderuit gaat.

Goed, als ik doorredeneer, dan komt er maar één slotsom uit: niks mis mee als dit onderuit gaat. Zo komen we van een flinke misstand af. Ik zou graag zien, dat Ruth’s 90 seconden-test lijdend zou worden voor alle a.s. vrijwilligers. Toch zitten er naar mijn idee gevoelige kanten aan deze ‘hardliner’-redenatie. Daar wil ik een paar specifieke thema’s over uitlichten.

Ten eerste de ‘vergelijking andersom’: stel je voor dat iemand uit Ghana zonder diploma in Nederland zomaar met kinderen in een kleuterschool zou gaan werken, dat zou niemand toestaan. Ik vind het enigszins populistisch en opportunistisch om deze vergelijking te gebruiken. Immers, in de meeste gevallen zal gelden, dat de basissituatie op zo’n kleuterschool in Ghana ook totaal verschilt van die in Nederland. Die verschillen worden niet meegenomen bij de beoordeling. Om even in een praktijkgeval naar de andere kant door te slaan: als de aanwezigheid van een jonge, ongeschoolde vrijwilliger in een rol als bijvoorbeeld bijlesondersteuner of sport&spel-hulp, met haar aanwezigheid kan voorkomen, dat de lokale leraar de kinderen slaat, dan trekt het al een aardige wissel.
Ik hanteer zelf ook nog wel eens de hypothetische stelling: stel dat je als criterium neemt, dat het ‘effect’ van het vrijwilligerswerk in de praktijk op ‘nul’ uitkomt (evenveel schade als nut), dan houden we nog wel de restwinst over: vrijwilligers die terugkomen in ‘het rijke westen’ met een verrijkte blik op de wereld. Wellicht een meer verrijkte blik dan het geval zou zijn geweest met een backpackreis of een nachtbraakverblijf in Salou, Blanes of Renesse.

Ten tweede durf ik de veronderstelling aan, dat met de juiste begeleiding jonge, ongeschoolde vrijwilligers werkend met kinderen wel degelijk een goede bijdrage kunnen leveren, afhankelijk van de specifieke kenmerken van de organisatie en de projecten. Tevens durf ik de veronderstelling aan, dat de hechtingsproblematiek vaak in de maatschappelijke discussie op ten onrechte verabsoluteerd wordt. Als de vrijwilligers de énigen zijn, met wie de kinderen te maken hebben, dan gaat de vlieger op, maar dat is meestal helemaal niet het geval. Vaak zijn de vrijwilligers slechts een aanvulling op de tevens aanwezige lokale begeleiding. Het is zelfs beter om tegendraads te adviseren: committeer je zo kort mogelijk aan een project om zodoende hechtingsproblematiek te voorkomen.

Hier wordt ook duidelijk, waar de achilleshiel zit: bij de grote vrijwilligersuitzendbureaus. Deze organisaties sturen duizenden jonge, ongeschoolde vrijwilligers naar kinderprojecten. Dat zijn de organisaties, waar je je binnen 90 seconden op een kinderproject kunt laten inschrijven. Daarnaast zijn er echter tal van praktisch en ethisch heel verantwoorde kinder- en schoolprojecten in Azië, Zuid-Amerika en Afrika, waar vrijwilligers zich zinvol kunnen inzetten. Dat ervaar ik zelf bij mijn reizen door Tanzania, waar ik deze kleine organisaties bezoek. (Zie onderaan voor enige prachtige voorbeelden in Tanzania).
Je ziet het ook op de website van Kickstart Ghana. De mogelijkheden voor vrijwilligers worden eerst voorzien van een beschrijving van de ‘requirements’, doch een degelijke persoonlijke screening kan inzet voor iedere goed gemotiveerde vrijwilliger mogelijk maken. “Past teaching experience would be an advantage but is not compulsory” en bij een sportbegeleidingsproject: ‘volunteers not holding a qualification but with extensive previous coaching experience will also be considered”. Je moet wel ‘references’ overleggen.

En zo geldt in een genuanceerde overweging, dat de soep niet zo heet moet worden gegeten als dat-ie in de online debatten, zoals bijvoorbeeld bij de website ‘Orphanages.No’, wordt opgediend. Ik ben er dan ook geen voorstander van om bij wijze van uiterste preventie, om elk leed te voorkomen, alle ‘ongeschoold vrijwilligerswerk met kinderen’ te verbieden. Dan gaat het kind met het badwater mee door het putje.
Transparante, kleinschalige, particuliere initiatieven bieden veel ruimte voor goede screening en verwachtingenmanagement vooraf en degelijke begeleiding tijdens en evaluatie achteraf.

Niko Winkel, 21 augustus 2015

Websites:

Volunteering Abroad with Children: a game of double standards? – Ruth Taylor
• De andere twee artikelen van Ruth Taylor:
o Introducing Ruth Taylor, Kickstart’s 2014 Volunteer Coordinator 
o International Volunteering: a shift in thinking 
Kickstart Ghana – volunteering opportunities 
Better Volunteering 
Orphanages – not the solution 
Impact International 
• Voorbeelden in Tanzania van organisaties die op verantwoorde wijze kinderprojecten runnen met inzet van vrijwilligers: The Olive Branch for ChildrenDINKASarakasi ya Vijana, Cornel Ngaleku Children Centre

Cornel Ngaleku Children Centre (CNCC), kwetsbare (wees)kinderen onder de hoede van de Ursulinen-zusters

[24 augustus 2015]
Een heel ander perspectief op vrijwilligerswerk met kinderen. Het concept ‘voluntourism’ is hier in ieder geval niet uitgevonden. Een Tanziaans kindercentrum in een omgeving die je contemplatief kunt noemen. Met mensen om je heen voor wie de grote vaart der volkeren niet zo belangrijk is; voor wie vooruitgang slechts betekent, dat je het lot van de mensen, om wie je geeft en wie je verzorgt, helpt te verbeteren. Verwachtingenmanagement is wel een sleutelonderwerp, richting de aanstaande vrijwilliger. Ngaleku-kindercentrum biedt een warme, ruimtelijke, eerlijke en zinvolle leef- en werkomgeving voor vrijwilligers, die zich tenminste twee maanden willen committeren. En de organisatie zit trouwens zelf ook niet te wachten op de fun-volunteer.

Als je naar beneden kijkt, dan zie je in een diepe vlakte Kenia. De grens is maar een goeie kilometer hiervandaan. De andere kant geeft zicht op het Kilimanjaro-massief; we zitten op de onderste hellingen ervan. De Kilimanjaro is totaal anders vanaf deze oostelijke kant. Toen we hier aankwamen, was er van de hoger gelegen berg niks te zien; allemaal wolken. Maar om een uur of zes werd het helderder en herkende ik direct de getande top van de Mawenzi. Dat is de oostelijke van de drie dode vulkanen, waaruit het massief bestaat. De hoogste is de Uhuru Peak, 5895 meter hoog. De Mawenzi is de op Uhuru Peak en Mount Kenya na hoogste plek van Afrika: 5149 meter. Achter Mawenzi is Uhuru Peak wel te zien, maar lang niet zo spectaculair als vanuit het westen en zuiden.

We zijn vanaf Moshi, ten zuiden van de Kilimanjaro met een Noah-minibusje hier naartoe gereden. Dat was nog wel twee uren langs de hellingen van de majestueuze berg. Een heel groen, vruchtbaar land. Veel bos, veel bananen; af en toe zicht op verre vlaktes in Kenia. Bij een klein gehucht, genaamd Leto, vlakbij Usseri in het Rombo district, zorgen dertien Tanzaniaanse zusters van de Ursulinen-orde voor de kinderen in het CNCC.
Het CNCC is opgericht door de zoon van Cornel Ngaleku, Michael Shirima. Hij is de oprichter en baas van Precision Air, een kleine luchtvaartmaatschappij. Hij heeft het geërfde land van zijn vader gebruikt voor het bouwen van dit kindercentrum. Korte tijd later kregen Olga en Pieter de Haas uit Zeeland contact met Michael Shirima, waarna zij met hem zijn gaan samenwerken om het kindercentrum verder op te zetten. Ze zijn de eerste jaren hier heel veel en lang geweest en komen nu nog steeds elke (Nederlandse) winter hier drie maanden naartoe. Zuster Ritha, de hoofdzuster, vertelde dat ze op 14 januari weer zullen komen.

Het opvangen van de kinderen van het kindercentrum valt onder de verantwoordelijkheid van de zusters. Er wordt bij aanmelding geen onderscheid gemaakt betreffende geloof.
We werden na aankomst met de bus in het marktplaatsje Usseri opgewacht door zuster Ritha en zuster Juditha en hun chauffeur in de eigen pickup-auto van Ngaleku. Nadat we aankwamen bij het kindercentrum en het vrijwilligershuis toegewezen kregen, heeft ze ons het hele centrum laten zien. De slaapzalen voor de zusters en die voor de kinderen, de speelruimte, de keukens, de kantoortjes en ook heel uitgebreid de boerderij op het erf, met koeien, varkens, kippen, geiten en kalkoenen. De tuinen zijn prachtig en uitgebreid, met bananen, mango’s, zonnebloemen en heel veel groente. Ook zien we de apparatuur om zonnebloemolie te winnen en om mais te malen, voor de “ugali”. Het kindercentrum voorziet voor een groot deel in haar eigen voedselbehoefte. Op gezette tijden hoor je de nonnen in de kapel zingen met elkaar.

We zijn nog even het terrein afgelopen en hebben in het eigen winkeltje van Ngaleku nog wat versnaperingen voor onszelf gekocht. Op een ander deel van het terrein verrijzen momenteel vier nieuwe gebouwen: Ngaleku bouwt een lodge, genaamd Maktau Mountain View Lodge, met vier aparte huizen, voor toeristen en bezoekers van het kindercentrum. Zelfs een zwembad is in de planning. Ook een prima uitvalsbasis voor Kilimanjaro-bergbeklimmers. De inkomsten vanuit de lodge zijn bestemd voor de ondersteuning van de kinderen in het kindercentrum.

We hebben gevraagd of we met de zusters konden mee-eten. Het vrijwilligersverblijf heeft een eigen keuken en de vrijwilligers koken doorgaans voor zichzelf. Wij waren daar echter niet op voorbereid voor onze enige avond hier, dus fijn dat we mochten mee-eten.
Later zaten we dus met alle zusters aan een lange tafel, als eregasten. Zelf aten ze uit de grote pan met gebakken banaan en rundvlees. Voor ons was er rijst met kippenvlees en groente. Overigens was er begin augustus slechts één vrijwilliger, een meisje uit Arusha. Vrijwilligers komen vaak uit Nederland, vanwege juist ook de betrokkenheid van Olga en Pieter de Haas en hun ondersteunende stichting in Nederland (met ook een eigen website).

Het vrijwilligershuisje is een fijne plek. Een eigen huiskamer, ruime keuken, apart sanitair met een warme douche, en drie slaapkamers. En een heerlijke veranda om te verpozen, met uitzicht op de tuin en de kapel. ’s Morgens vroeg hoor je het devote zingen van de zusters in de kapel. Ik vergeleek het onwillekeurig met de gebedsaankondigingen vanuit de moskees in Tanzania en (hoewel zelf totaal niet christelijk) bedacht ik me: wat klinkt dít een stuk fijner op de vroege morgen!

Even later bezochten we de kinderen van het Ngaleku-kindercentrum. Het kindercentrum vangt kinderen op in de leeftijd van nul tot zeven jaar, die niet kunnen worden opgevangen door ouders en/of familieleden. In de meeste gevallen zijn het weeskinderen. De ervaring leert dat de meeste kinderen ook na hun zevende jaar afhankelijk blijven van de zorg van het CNCC.
Ze kregen een soort van dunne maispap voor ’t ontbijt. De zusters zijn streng doch lief. We verbazen ons er over dat de kinderen erg gedwee en voorlijk zijn. Kinderen lopen hier al als ze 9 maanden zijn. Kom daar eens om in Holland. En je ziet hier heus geen kinderen ouder dan anderhalf die nog een luier dragen. Zuster Ritha moet later ook hartelijk lachen als we vertellen over de verwende Hollandse kindjes.
De kindertjes hangen een tijdje om onze schouders. Ik laat het me allemaal welgevallen en neem indrukken in me op. Er liggen twee baby’s, helemaal ingepakt, naar ons te lachen. Ze zijn beiden net vorige week gekomen. Zuster Ritha vertelt ons over de nogal hartverscheurende achtergrond.

Er is nog wel wat te bespiegelen over specifieke factoren, die bij deze organisatie horen en die een rol spelen bij overwegingen en verwachtingspatronen van aanstaande vrijwilligers, die op zoek zijn naar een kindgericht project om een bijdrage aan te leveren.
Je zit hier op een terrein met katholieke zusters; er is geen specifiek werelds avontuur te beleven (tenzij je de bus pakt en er meerdere dagen voor uittrekt) en last but not least: wat is de taak van de vrijwilliger die met de kinderen gaat werken? Er zijn 13 Ursulinen-zusters aan het werk met 31 pre-school-kinderen (nursery school en jonger). Tevens is er een aantal kinderen, dat naar een plaatselijke basisschool gaat. Ook die vragen extra zorg. Daarnaast is er nog een aantal kinderen dat in de schoolvakanties vanuit de kostscholen weer terug komt in het CNCC.
Heel duidelijk is wel, dat dit in al z’n hoedanigheden een prachtig kinderproject is. Dit is geen verzonnen zorg; verloren kinderen krijgen hier nieuwe kansen. Voor mensen die op zoek zijn naar contemplatie is dit ook een prima omgeving. Deze organisatie biedt weer een mooie extra dimensie aan mijn inventarisatie van persoonlijke observaties en ervaringen over met vrijwilligers werkende organisaties in Tanzania.

Thuisgekomen in Nederland heb ik uitgebreid contact gehad met Olga de Haas, waarbij natuurlijk specifieke aandacht voor de positie van de vrijwilligers. Olga benadrukt dat het vrijwilligers wordt aangeraden om met z’n tweeën of drieën te komen, aangezien het anders toch misschien wat eenzaam is. Belangrijk is het ook om je ervaringen en verhalen met elkaar te kunnen delen. Ik kan me daar veel bij voorstellen.
Verder benadrukt Olga de toegevoegde waarde die vrijwilligers hebben ten opzichte van de zorg van de Ursulinen zusters. Deze zusters zijn weliswaar ‘professioneel’ met kinderen aan het werk, doch zowel vanuit de eigen cultuur als vanuit de eigen levensoriëntatie als non, is er sprake van een wat minder klemtoon individuele en creatieve aandacht. De aandacht van vrijwilligers uit het westen is hier een heel zinvolle aanvulling. Dit betreft ,met klem, een aanvulling: de zorg van de zusters is op zich afdoende en de organisatie is niét afhankelijk van vrijwilligers.

Verantwoording ethiek (correct vrijwilligerswerk) en kosten
Het Cornel Ngaleku Children Centre (CNCC) werkt graag met vrijwilligers en heeft tot nu toe ook goede ervaringen met vrijwilligers. Het heeft als uitgangspunt dat vrijwilligers zich minimaal 2 maanden willen verbinden aan het CNCC. Liever nog langer, aangezien de gewenningsperiode van beide kanten enige tijd in beslag neemt, zeker als de vrijwilliger voor het eerst in aanraking komt met Tanzania en de Tanzaniaanse cultuur.
Het bijzondere aan het Ngaleku Children Centre is dat het een echt Tanzaniaans centrum is, geïnitieerd door een Tanzaniaanse familie. Zij financieren de dagelijkse kosten van het centrum. De verzorging van de kinderen is in handen van de zusters van de Ursulinen Orde, met wie eigenaar en oprichter van het CNCC, Mr. Michael Shirima, een contract heeft gesloten. Daarnaast werken er mensen in de (moes)tuin, werkplaats, keuken, wasserij, school, garage, kiosk en de veestallen. Dit zijn allen Tanzanianen, sommigen wonen intern, anderen in de buurt van het centrum.
In 2005 is de Nederlandse Stichting CNCC opgericht. Deze stichting financiert extra projecten in en rond het centrum. Voorbeelden van deze projecten zijn: speeltoestellen, garage, werkplaats, community hall, generator, veestallen en moestuin, regenwateropvang en onderwijs. Naast deze direct aan het centrum verbonden projecten, zijn er ook projecten voor de lokale bevolking opgezet, zoals een watervoorziening. Nu dit alles gerealiseerd is, richt de Nederlandse stichting zich voornamelijk op de financiering van de schoolopleiding van de kinderen (lagere school en verder).

Kosten
Het CNCC is een charitatieve instelling en is voor het grootste gedeelte afhankelijk van donoren uit Tanzania, Nederland, Australië, Amerika en andere landen. Aangezien ook in Tanzania alles alleen maar duurder wordt, is er vanaf 2012 besloten om 5 USD per dag van de vrijwilliger te vragen voor het gebruikmaken van de vrijwilligersaccommodatie. De maaltijden zijn ook voor eigen rekening. Internet is aanwezig via het gebruik van een stick, verkrijgbaar in de stad en oplaadbaar via de telefoon.

Voor de kosten kun je bij elkaar dus rekenen op ongeveer 10 euro per dag, voor verblijf en eten/drinken.
Overigens geldt wel, dat je het zo duur kunt maken als je wilt als je ook wilt doneren aan specifieke projecten , waarvoor de organisatie van geldschieters afhankelijk is.

Online: 
Website Cornel Ngaleku Children Centre
Website Nederlandse stichting NCCC 
Specifieke informatie voor vrijwilligers (PDF) 
Informatie over de Ursulinen Orde 

NJW, 24 augustus 2015 

Sarakasi ya Vijana – jonge acrobaten bij de Muskietenrivier

[12 augustus 2015]
Sarakasi ya Vijana. Zo heet het project dat vanuit Nederland door de stichting Twiga wordt ondersteund. Sarakasi ya vijana betekent ‘jonge acrobaten’. Of, iets poëtischer: acrobatiek van de jeugd. Ik heb al vaak gemerkt dat in woorden in Swahili vaak de Engelse achtergrond nog te herkennen is, dus ik heb nog steeds het idee dat ‘sarakasi’ wel van ‘circus’ zal afstammen, maar zeker weten doe ik dat niet. Het gaat in ieder geval wel over kinderen. Kinderen in Mto wa Mbu, een stadje van zo’n 30.000 inwoners in de buurt van de beroemde Ngorongroro-krater in Noord-Tanzania. Mto wa Mbu betekent Muskietenrivier. Het gaat over kinderen die heel weinig vaste grond onder de voeten hadden en die nu via vallen en opstaan het leven leren leven, de acrobaten van de jeugd kunnen worden. Dankzij Sarakasi ya Vijana en Twiga.

Aan de wieg van dit project staat Machteld Speets. Zij is in 2004 met dit project begonnen. Een jaar of vijf geleden is het huidige complex gebouwd, zo’n drie kilometer vanaf het dorp aan het einde van een lange zandweg. De locatie is prachtig, in het bos vol met velvet monkey’s en overvliegende maraboe’s, en een paar honderd meter verderop is de spectaculaire savanne, met verspreide koeienkuddes met Maasai-cowboys en uitzicht naar Lake Manyara, waar je in de verte de flamingo’s ziet. Het nationaal park Lake Manyara ligt vlakbij. Mto wa Mbu is ruraal, maar het is ook een overslag- en overblijfplaats voor safari-toerisme. Een gezellig en druk dorp op een spectaculaire locatie, tegen de Rift Vally-helling aan, zomaar 500 meter loodrecht omhoog.
De website van Twiga vertelt echt álles over het project, over de doelen en de missie, over de staf en over de kinderen, over hoe vooral vanuit Nederland intensief aan fondsenwerving wordt gedaan, over hoe het totáál op vrijwillige inzet is gebaseerd. En ook veel nieuwsberichten van en over de enthousiaste mensen die zich voor Sarakasi ya Vijana inzetten. Dat geeft mij de ruimte om me in dit verhaal te kunnen beperken tot mijn eigen ervaringen: eind juli bracht ik drie dagen door bij Sarakasi ya Vijana.

Toen we aankwamen was er net ceremonieel afscheid genomen, met de kinderen die naar de nursery school (3 tot 6 jaar) gaan en hier dus overdag zijn, van twee vrijwilligers én van de voorzitter van de Twiga-stichting, gevestigd in Nederland. De volgende morgen zijn ze vertrokken. Het was voor mij een mooi toeval, ook de voorzitter, Anne Marie van Lanen, nog te spreken. Ze is vanaf de start voorzitter, maar ze was nu zelf voor het eerst in Tanzania. Zo kon ze ‘in the flesh’ het functioneringsgesprek met Elvera houden, die hier nu al een klein jaar, als vrijwilliger, het project coördineert. Elvera had al aangegeven, dat ze graag nóg een jaar blijft. De voorzitter heeft net twee weken zelf kunnen ervaren, hoe goed het loopt met het project en ze is dan ook heel erg blij dat Elvera langer wil blijven. Elvera wordt terzijde gestaan door Mieke, die er ook al sinds mei is en ook vorig jaar al een half jaar hier is geweest. Dat lijkt zo’n beetje een rode draad, zo merk ik geleidelijk: weinig mensen komen hier maar één keer. Sharon, een Vlaamse die ook de volgende morgen zal vertrekken, heeft nu voor de 3e zomer achterheen haar hele zomervakantie hier doorgebracht. Kun je je voorstellen dat je al jaren voorzitter van een stichting bent die een project in Tanzania faciliteert en dat je dan eindelijk het resultaat ziet! Anne Marie is helemaal blij.

Het is een kleine en hechte gemeenschap hier, bij Sarakasi ya Vijana. Aan het einde van de drie kilometer stoffige zandweg sta je voor het hek en doet één van de Masaai-jongens, die hier als bewakers werken, het grote hek open. Rechts staat een bibliotheekgebouw, waar ook vergaderd wordt. Links verderop, achter het speelveld met twee voetbaldoelen, staat het grote gebouw met een hoog puntdak, waarin de keuken, de drie klaslokalen van de nursery school, speel- en vermaak-ruimte, onder de veranda de grote eettafel. Daartegenover de ‘buitenschool’: een mooi half-open gebouw, waar de kinderen vaak verkeren en ook les krijgen.
Daarachter tot slot een gebouw met kantoor en ook verblijfsruimte voor vrijwilligers. Aan die kant is er ook een soort van poortgebouwtje met een rieten dak en daarachter kom je op een apart deel van het erf, waar drie schilderachtige ronde banda’s staan: ronde, rietgedekte gebouwtjes met een eigen veranda. Dat zijn de huisjes voor de ‘gasten’. Niet dat het project zo nadrukkelijk adverteert als ‘lodge’, maar het gebeurt toch ook wel vaak, dat mensen ‘op bezoek’ komen en dat brengt zelfs ook nog wat centen in het laatje. Wij kregen dus ook zo’n banda. Een absoluut prachtig plekje om te verblijven. Voor ons waren het drie nachten, maar ook als je dit als uitvalsbasis gebruikt om de wildparken in de buurt te bezoeken: beter kun je het eigenlijk niet hebben!

We ontmoeten de Masaai-jongens en de ‘mama’s die voor het huishouden voor het eten zorgen. Zo stellen ze zich ook voor: Mama Carolina, Mama Flora. De namen zijn dan dus de namen van hun kinderen; hun eigen naam wordt niet meer gebruikt. En de drie onderwijzeressen. En William, de maatschappelijk werker van Sarakasi ya Vijana.
Ik heb al snel in de gaten dat Elvera en Mieke de touwtjes stevig in handen hebben en begrijp de blijdschap van Anne Marie.
Het belang daarvan begint na een dagje ook tot me door te dringen. Wat deze organisatie enerzijds heel bijzonder en anderzijds heel ‘gevoelig’ maakt, dat is dat hier geen sprake is van een “baas/manager” die altijd blijft: het drijft volledig op vrijwilligers. Het is dus geen sinecure om hier de continuïteit op de juiste wijze te borgen. De begeleidende organisatie in Nederland is dan ook zéér actief, enerzijds op het terrein van de fondsenwerving, maar anderzijds ook op het terrein van het ‘organiseren op afstand’ van de praktijk op de Tanzaniaanse werkvloer.
Machteld Speets, die de organisatie ‘heeft neergezet’ – zij is hier tien jaar geweest – is sinds vier jaar weer terug in Nederland. Ze is nog steeds bestuurslid. Daarna zijn er achtereenvolgens enige coördinatoren geweest, die zich ook lang hebben gecommitteerd en nu is Elvera er dus en zij blijft nog tot juli 2016. Een mogelijke verlenging voor haar behoort tot de mogelijkheden. Het gaat goed met Sarakasi ya Vijana.

De andere kant van de ontwikkeling betreft de kinderen. Op de website van Twiga kun je over alle kinderen informatie vinden. Twiga ondersteunt zo’n 75 kinderen, waarvan het merendeel zonder Sarakasi niet naar school zou kunnen gaan, gedurende de gehele schoolloopbaan en de later studie totdat ze (in het ideale geval) een beroepsdiploma hebben. De ondersteuning geschiedt op verschillende manieren, bijvoorbeeld de schoolfees, de uniformen, bijles, boarding fees, begeleiding van ouders, reiskosten, etc.

Het project is kleinschalig – het gaat niet over hele grote aantallen – en dat wil het ook blijven. De kracht zit ook juist in het persoonlijke, het intieme. De ‘groei’ van Sarakasi zal dan ook vooral zitten in de aanwas van kleine kinderen en het feit, dat er op wordt voorzien, dat de kinderen kunnen en zullen worden ondersteund tot ze echt de volwassenen zijn, die de juiste maatschappelijke bijdrage zélf kunnen gaan leveren, gebruik makend van het onderwijs dat ze hebben gehad. Of dit nu een mooi ambacht is of zelfs de universiteit. Zo komen uiteindelijk de ‘grote kosten’ niet alleen neer op de projectorganisatie die je ziet als je bij Sarakasi ya Vijana bent, want hier is alleen de pre-school (kinderen van 3 tot 6 jaar), aangevuld met de basisschool kinderen die op zaterdagen komen en tijdens vakantie, waarbij dan éxtra onderwijs wordt gegeven, het gaat ook om kosten voor scholing en boarding van de grotere kinderen op andere plaatsen. De oudste student is momenteel 25 jaar. Vorig jaar is de eerste student afgestudeerd als accountant, dat is groots gevierd. Hij is een goed voorbeeld voor de leerlingen die na hem komen.

Als het gaat om de ‘mzungu’s’ (de blanken) bij Sarakasi ya Vijana, dan is de voertaal hier gewoon Nederlands. Twiga heeft de website ook deels in het Engels opgesteld, maar de hele fondsenwerving en het ondersteuningsnetwerk is vooral Nederlands. Deze vrijwillige staf eet driemaal daags met elkaar aan de lange tafel onder de veranda. De saamhorigheid is groot en er wordt ook (vond ik érg fijn) een klein beetje afstand genomen van het redelijk eenzijdig Tanzaniaanse voedsel. Zo zaten we eind juli eens heerlijk aan de hutspot met gehaktballen!

In Mto wa Mbu rijden veel bajaji’s rond (tuktuk’s). Met zo’n bajaji rijd je zo het stadje in. Aan de wandel is ook heel erg leuk trouwens; kost een uurtje, maar er gebeurt altijd van alles om je heen. In Afrika heb je altijd gezelschap.
Het project ligt aan de rand van de savanne. Zelfs als je de savanne op loopt, met een overweldigende wijdsheid, is er gezelschap: de Masaai-herders kunnen je van alles vertellen, of ze nu Engels spreken of alleen Swahili of hun eigen taal. De bewakers gaan elke dag een paar keer met de honden uit wandelen over de savanne. Ik vond het heerlijk om mee te wandelen. De fietsen bij Sarakasi ya Vijana, waarmee je in een kwartiertje in het stadje bent, brengen je naar de lokale terrasjes en winkeltjes. Ietsje verderop in het dorp staat een hoge boom. De kruin hangt over de weg heen. Hoog in de boom zijn wel een tiental nesten van maraboe’s aanwezig. Deze vogels zijn wel twee keer groter dan ooievaars. Spectaculair om te zien hoe ze aan komen vliegen met grote takken in hun snavel om het nest te bouwen.

Tijdens ons verblijf van drie dagen werd er door enthousiaste vrijwilligers aan meerdere projecten gewerkt. Cees, net gepensioneerd, was bezig met de verbetering van de watervoorziening vanuit de ‘watertoren’ (stellage met 1000-liter tank erop), waarbij de elementen met de verwarmingsbuisjes, voor een warme douche in de banda’s, beter op een zonniger plek werden gepositioneerd. Tevens was hij samen met Cynthia, die hier met haar man en zijn twee zoons was, bezig met het vleermuisverwijderproject. Vleermuizen hadden de bibliotheek gevonden, door openingen in het golfplaten dak. Dat was niet houdbaar, allemaal ontlasting in het gebouw en op de boeken. Cynthia’s man en zijn zoons waren grote sleuven aan het graven voor de waterleiding en de twee jongens werkten samen met Maarten, uit België, aan een verbeterde ‘stove’ (een buiten ‘fornuis’, een kookplaats met houtblokken). De vrouw van Cees was bezig met een evaluatie van enige leermethoden van de onderwijzeressen. Sharon en Jill, uit Winterswijk, deden vooral sport- en spel met de kinderen, altijd aanvullend op het werk van de lokale leerkrachten.
Dit is echt een organisatie waar ‘altijd genoeg te doen is’, maar waar je wel even vooraf een goeie ‘fit’ moet zoeken: wat kan en wil ik zelf en waar is behoefte aan? Dat wordt vooraf met a.s. vrijwilligers besproken.. Mogelijke werkzaamheden worden in samenspraak met elkaar afgestemd. Alle werkzaamheden zijn erop gericht om samen te werken met ‘the locals’. Twiga zorgt voor flinke lokale werkgelegenheid in Mto wa Mbu.
Machteld Speets vertelt op de website: “Mijn drijfveer om dit project te doen is om anderen te helpen met onderwijs zodat ze daarna zelf een goede baan kunnen krijgen en verantwoordelijke mensen (ook voor het milieu) worden. Dat is het mooie aan Mto wa Mbu, de combinatie van natuur en mensen. Ik geloof dat je dit werk vooral moet doen omdat je het leuk vindt: een wijs soort egoïsme. Het is mooi meegenomen dat het ook nog eens anderen helpt. Dat geldt voor mij, maar ook voor de vrijwilligers. Ik hou van de boeddhistische levensinsteek, je bent verantwoordelijk voor je eigen geluk. In mijn oogpunt help je daar de wereld het meeste mee.”
Precies zo heb ik Sarakasi ya Vijana ervaren tijdens mijn driedaagse bezoek. Ontzettend fijn dat Mto wa Mbu aan één van de grote verbindingswegen in Tanzania ligt, heel goed bereikbaar, want ik kan me niet voorstellen, dat ik er één van de komende jaren niet nog eens naartoe ga.

Verantwoording ethiek (correct vrijwilligerswerk) en kosten
NB: deze informatie rechtstreekts van de website van Twiga – ondergetekende steekt er zijn handen voor in het vuur: het klopt voor 100%.
• Het is een kleinschalig en overzichtelijk project. Inkomsten bestaan onder andere uit giften van sponsors en donateurs en in toenemende mate worden deze vanuit onze eigen lodge gegenereerd waar vrijwilligers en ook anderen betalen voor hun verblijf. De inkomsten worden direct aangewend ten behoeve van de kinderen. De projectcoördinator voert zijn/haar werkzaamheden uit voor slechts kost en inwoning. Er blijft niets aan de strijkstok hangen.
• De kinderen wonen thuis voor zover ze een thuis hebben. Dat betekent dat een aantal kinderen bij hun oma, een oom of in een gastgezin wonen. Hun verzorgers worden nauw bij ons project betrokken door middel van werkzaamheden op het centrum en het bijwonen van de maandelijkse vergaderingen. Van de verzorgers wordt een kleine bijdrage verwacht, geldelijk of in natura. Niets is voor niets. Verzorgers kunnen kleine leningen krijgen waardoor ze een bestaansminimum kunnen opbouwen.
• De stichting heeft goede banden met de Tanzaniaanse overheid op lokaal, districts- en regionaal niveau. Het kindercentrum heeft een adviserend comité waarin verschillende mensen vertegenwoordigd zijn als een leerling, een ouder, de voorzitter uit de buurt en een invloedrijk persoon in Mto wa Mbu. Dit comité geeft advies over de dagelijkse gang van zaken van het kindercentrum.
• Westerse vrijwilligers en lokale mensen komen op een positieve manier met elkaar in contact en leren van elkaars cultuur.
• Het project ligt naast Lake Manyara National Park wat het erg bijzonder maakt voor de bezoekers en vrijwilligers. Met het park naast de deur leren we de kinderen over het belang van behoud van flora & fauna.
• De kinderen krijgen naast de basisvoorzieningen en school, les in acrobatiek, traditionele dans, zang, theater en lifeskills.

Kosten
Voor je verblijf in het project vragen we je een vergoeding voor kost en inwoning: je verblijft in een banda en je krijgt 3 maaltijden per dag, klaargemaakt door de mama’s. Op zondag kook je zelf. Je kleding wordt gewassen en het huis wordt schoongemaakt. Als vervoer zijn fietsen beschikbaar. De hoogte van het bedrag is afhankelijk van de periode die je bij ons verblijft (bij kort verblijf 150 euro per week). Daarnaast zijn er nog éénmalig kosten voor een werkvergunning in Tanzania (ongeveer 220 dollar) en administratiekosten (50 euro). Hiermee zijn alle dagelijkse kosten voor je verblijf gedekt. Uitjes en reizen zijn uiteraard voor eigen rekening.

NJW, 11 augustus 2015

DINKA: de verwezenlijkte droom van Kimberly en Eriq

[6 augustus 2015]
Kimberly Zandvliet heeft na haar opleiding Sociale Pedagogiek een jaar als vrijwilligster in weeshuizen in de buurt van Arusha, Noord-Tanzania, gewerkt. De ervaringen uit die periode brachten haar de droom om zélf een school op te richten. In Tanzania ontmoette ze Eriq, afkomstig uit Tanzania, maar met als achtergrond een studie journalistiek in Nederland. Samen hebben ze de droom verwezenlijkt: in 2013 is de school geopend. Eind juli heeft GoTanzania de school, een half uurtje rijden vanaf het centrum van Arusha, bezocht.

Arusha is een drukke stad, maar ook hier geldt: rijd je tien minuten de Old Moshi Road af, dan houdt het asfalt op en ben je weer helemaal in ruraal Afrika. Het is een mooi groen, vruchtbaar en zelfs enigszins ‘intiem’ landschap. Kleine akkertjes, verspreide huisjes, boerderijtjes, grote bomen.
En daar is dan ineens het zicht op een verzameling splinternieuwe gebouwen met mooi felgroene stalen daken. We wachten even voor een groot hek, totdat het door de bewakers opengedaan wordt en wij zelfs officiële bandjes om de nek krijgen met een ‘visitor’-pasje eraan. Dat is het eerste blijk van de degelijkheid en professionaliteit van wat we hier gaan zien. Eigenschappen die op een bijzondere wijze contrasteren met de verschijning van Kimberly. Kimberley kan nog steeds doorgaan voor een standaard weeshuisvrijwilliger (jong, blond, ontvankelijke oogopslag); zo’n beetje de hoedanigheid die ze acht jaar geleden had, toen ze hier in Tanzania kwam.

We zien op zo’n vijftig meter van de plek waar onze chauffeur zijn auto parkeert vandaan de 60 kinderen al in het gelid staan. Rood en blauwzwart zijn hun pakjes en jurkjes. Drie rijen dik van groot naar klein. En ze zingen al. “Welcome to our school, you are welcome to our school”, ze zongen meerdere uitgebreide liederen in koor over hun eigen school. Kimberly vertelde later dat het nieuwgemaakte liedjes zijn en dat ze het geweldig vond, dat ze ze al zo goed zongen. Hoewel er juist, puur toeval, drie uren later ook visite, ook uit Nederland, zal gaan komen, krijgen ze hier niet zo vaak visite: ongeveer één keer per kwartaal.

Ook het lerarenkorps stelt zich aan ons voor. Net als de school zien zij er zeer verzorgd uit. Ook de tuinpartijen rondom de school: het is allemaal groen en besproeid. Echt bijzonder: het lijkt wel alsof hier hele goeie sponsoring achter zit.
Tijdens het gesprek dat we eerst in een groot lokaal hebben, met zoete thee, vernemen we over de ontwikkelgeschiedenis van DINKA, dat staat voor ‘Dutch Initiative Kimberly Africa’. Kimberly heeft als 19-jarige een keer de mazzel gehad, dat er een Wassenaarse zakenman op haar wervingsadvertentie in de Wassenaarse krant had gereageerd. Hij doneerde 2000 euro en een 20 ft. container en Kimberly vulde er de hele container met spullen mee. Later ging ze ook op een industrieterrein de bedrijven langs en kwam zo, viavia en bij toeval, uit bij nog een goeie funding-relatie: de voorzitter dan de ‘Run for Rio’-stichting, die jaarlijks geld binnenhaalt met een run door de duinen en verschillende andere jaarlijks terugkerende activiteiten, waarvan de opbrengst dan weer soms door Wilde Ganzen wordt verdubbeld.
Nog steeds gaat Kimberly elk jaar een paar weken naar Nederland om her en der praatjes te houden en sponsors te interesseren voor haar project.

Het is bijna ongelooflijk om te zien, wat voor fantastisch complex er is opgezet. DINKA heeft nu zo’n 60 kinderen. Er zitten kinderen bij van ouders die betalen, ze krijgen hier natuurlijk veel beter (en in het Engels) onderwijs dan op de public schools, maar de meerderheid komt uit de buurt of uit weeshuizen. Deze betalen dus niets. DINKA bouwt de school jaarlijks geleidelijk uit naar ‘een jaartje ouder’ door de automatische doorstroom. Nog een tweetal nieuwe gebouwen staan in de planning.

Later wandelen we met z’n vieren, ook met Eriq, Kimberly’s echtgenoot (hij heeft 8 jaar in Nederland gestudeerd en spreekt perfect Nederlands; ze heeft hem evenwel hier in Tanzania, ná zijn Nederlandse periode, leren kennen; ze hebben een dochtertje en de tweede is in aantocht) over het hele terrein. Alle lokalen zijn supergroot en ontzettend netjes en schoon. Op dit moment zijn er twee gymnasiasten uit Breukelen. Er is een relatie met die school, waarvan vaker leerlingen voor een korte periode komen om samen met kinderen creatieve projecten te doen. Verder zijn er nu geen vrijwilligers. Ze zou graag nieuwe vrijwilligers verwelkomen. Er is altijd wel ruimte voor drie tot vijf vrijwilligers, afhankelijk van de wensen en de expertise.

Ook de vrijwilligersruimte zien we. Het is echt een prima plekje hier. Op de website had ik al gelezen, hoe Kimberly de vrijwilligers screent. Je schrijft je eigen aanbevelingsbrief; vertelt zelf wat je wilt kunnen brengen op de school, wat voor ontwikkel- en leerdoel je zelf hebt, dan kijkt Kimberly of er een match is met een zinvolle besteding van je energie bij de Dinka-school. Met klem: inzet die niét ter vervanging is van de expertise van de lokale leerkrachten. 

Terugkomend op het bijzondere contrast tussen de verschijning van Kimberly en de professionaliteit van de organisatie: ik tref hier een bijzondere, enigszins charismatische persoonlijkheid. Het zijn bijzondere mensen, die zulke grote stoute schoenen aantrekken, over zoveel doorzettingskracht en ‘drive’ en enthousiasme beschikken, dat ze hun leven zo naar een totale andere, nieuwe, onbekende wereld kunnen buigen.

Verantwoording ethiek (correct vrijwilligerswerk) en kosten
Kimberly benadrukt dat vrijwilligers die hun bijdrage komen leveren aan de DINKA-school alleen betalen voor hun kosten.
Kosten: €500 per maand, voor accommodatie (schoon en gezellig), drie maaltijden per dag en regelmatig vervoer naar Arusha.
Doel en missie van DINKA: op de website beschrijft DINKA dit bondig en duidelijk:
“Het doel van Stichting Dinka is om beter onderwijs te bieden aan kinderen van alle afkomsten. Wij richten ons speciaal op de straatkinderen, weeskinderen en kinderen uit arme gezinnen uit de sloppenwijken en van het platteland. Om ook hen een bredere en geschoolde toekomst te bieden. De school zal opvang bieden aan kinderen die dit nodig hebben. Wij functioneren als een boarding basisschool (internaat). Wij zullen dus geen weeshuis zijn en altijd proberen kinderen te herenigen met hun familie of geboorteplaats.
In Tanzania hebben Kimberly en Eriq gezien hoe het er aan toe gaat op de overheidsscholen. Zij vinden dat kinderen recht hebben op beter onderwijs en dus een betere toekomst. Zij willen graag een bijdrage leveren aan de opbouw en ontwikkeling van Tanzania door middel van in eerste instantie een basisschool en opvang te realiseren. Vervolgens kunnen de kinderen doorstromen naar de later te bouwen middelbare school. Leerlingen zullen na het behalen van hun middelbare diploma een cursus volgen om uiteindelijk zelfstandig te kunnen functioneren in de Tanzaniaanse maatschappij. De doelstelling voor de langere termijn is om kinderen die het in zich hebben een vervolgstudie te laten volgen. Door middel van persoonlijke sponsoring kunnen leerlingen een voortgezette opleiding volgen in Tanzania.
Kinderen zullen zich veilig kunnen voelen op de Dinka school en zullen later inzien hoe belangrijk onderwijs is en hoe leuk het is om dingen te leren.”

Stichting DINKA in de GoTanzania-database

The Olive Branch - Verslag van een correcte vrijwilliger

The Olive Branch for Children, 22 juni – 8 juli 2015

Ruim twee weken in Uyole, vlakbij Mbeya, in het verre zuidwesten van Tanzania, voelen aan als minimaal een maand. Ik heb gemerkt dat het toch vooral de opeenstapeling van gebeurtenissen en nieuwe indrukken is, die de tijd sneller laat gaan, voor je gevoel. Maar laat hier geen aanbeveling om langzaam te leven uit doorklinken. Misschien is het wel zo, dat mijn onrustige temperament mij liever tot meer verschillende, korte en hevige, dan lange en diepe ervaringen drijft. Hoeveel diepte kan ik aan, in the end? The Olive Branch for Children bracht me wel zo diep als ik gaan kan.

Deborah McCracken groeide op in Toronto in een welgestelde familie. Papa was een corporate lawyer. Op haar vijfde had ze haar eigen paard. Ze ging naar de beste scholen en ‘lived the easy life’. Na een prestigieuze universiteit te hebben doorlopen, vertrok ze naar Afrika. Ze vertelde me dat een eerste bewustzijnsdoorbraak plaatsvond, toen ze 16 was en in een luxe uitwisselingsprogramma zat in Durban, Zuid-Afrika. Ze zag de townships en voor het eerst drong het tot er door, dat ze alle luxe in haar leven altijd maar ‘for granted’ had genomen.
Aldus: naar Afrika op haar 23e.

Ze is twee jaar niet terug naar Canada geweest. Toen ze ruim een jaar weg was, liet ze haar ouders weten: “I’m not coming back. I’m not gonna live in Canada anymore.” Daar schrokken ze wel van. Maar Deborah had toen haar plannen al: ik ga hier een eigen organisatie opzetten en ik heb ook jullie steun nodig. Zo is The Olive Branch for Children ontstaan. Nee, ze was niet verliefd geworden op een Tanzaniaan (dat kwam pas een jaar of zeven later), dus dit veel voorkomende scenario gold voor Deborah niet. Wel de drang om hier haar leven te gaan leiden en om gebruik te maken van haar eigen achtergrond- en achterbanfeiten.

Zestien dagen was ik onderdeel van een mega-familie. Op Zion Home, een uitgebreide compound die ze huurt in Uyole, leven doorgaans zo’n 40 tot 50 mensen. Nee, het is geen hotel. Het is echt een woon-gemeenschap. Waaruit bestaat dit grote ‘gezin’?
Ten eerste: er zijn 31 kinderen, variërend in leeftijd van 1 tot 20. De oudste zit inmiddels op de universiteit in Dodoma, maar is tijdens vakanties ook thuis. Een grote groep zit op de secondary school en dan zijn er veel kinderen onder de 14 jaar, die nog primary school doen en vooral ook hier in Zion Home zelf onderricht krijgen, ook van vrijwilligers. Let op: ál deze kinderen zijn geadopteerd! Voor de meesten geldt, dat als ze niet hier waren, ze waarschijnlijk al niet meer zouden leven. Ook tijdens mijn eigen verblijf bij The Olive Branch speelde er een nieuw geval: een meisje van 12 dat alles kwijt is en ook de overheid hier weet dan Deborah te vinden: jawel, er is ook plaats voor haar. Ze is de dag na mijn vertrek ook in deze familie opgenomen.
Afgelopen zondag maakten we een lange wandeling naar een fenomenaal mooi kratermeer (Lake Ngozi) in de buurt. Baraka, 13 jaar oud, was ook mee. Hij loopt moeilijk. Deborah vertelde me, dat zijn hart het het komende jaar zal gaan begeven. Hij was al wees en toen hij door ademnood gedreven door zijn oom naar het ziekenhuis was gebracht, is deze ‘m dus gesmeerd. Was hij daar door iedereen verlaten in een ziekenhuis. Toen is Deborah dus ook gebeld. Door betere medicatie knapte Baraka weer wat op, maar Deborah stelt: we geven ‘m gewoon een goed laatste jaar hier.

Deborah heeft nogal veel energie. Zelfs ik zélf val daarbij in het niet (en dat wil heus wat zeggen). Iedere morgen om half zes loopt ze het hele schema door van de medicijnen die de meeste van haar kinderen dagelijks nodig hebben. Hier in Tanzania is er een hele generatie weggevallen door aids. In veel gevallen de ouders van deze kinderen, die dan ook HIV aan hun kinderen hebben overgedragen. Overdag wordt ook hard gewerkt aan het nieuwe grote eigen verblijf van The Olive Branch for Children. Ik ben er niet aan toe gekomen, de nieuwe bouwplaats, een kilometer of 25 vanaf het huidige Zion Home, te bezoeken. De bouw schiet naar haar eigen zeggen niet op, maar binnen 2 jaar moet de héle familie daar wonen, inclusief ook de 15 kinderen die in de Peace Home-dependance zitten en daar worden bemoederd door mama Edina, de Tanzaniaanse submoeder.
Deborah wil op de nieuwe locatie haar eigen school geaccrediteerd krijgen en dan haar organisatie nog veel beter grondvesten.

Er zal dan vast sprake zijn van ‘professionalisering’ – om maar eens een heel westers woord te gebruiken – ten opzichte van het toneel van mijn ervaringen deze afgelopen weken. Hier bij Zion Home in Uyole ga je diep in je onderdompeling in een andere wereld. Geen ‘normale’ WC, geen douche. Koud water uit een plastic bekertje om over je heen te gieten. Een poepgat, dat je zelf zo goed en zo kwaad als kan weer schoongiet met een emmer. Een smoezelige plastic zak, waar iedereen zijn WC-papier indoet. Een huiskamertje waar alle vrijwilligers rondhangen, maar dat ook uitgebreid gefrequenteerd wordt door de kinderen en waar álles rondslingert en blijft liggen. Waar notabene een nestje jonge katten in de kast ligt en moederkat het heerlijk vindt om na het eten de tafel op te klimmen om te kijken, wat er nog te smikkelen valt.
Zelfs Jan Steen zou er niet meer om kunnen lachen. Buiten zitten de dames (een heel contigent dameshulp voor eten en schoonmaken, maar nadrukkelijk op z’n Tanzaniaans; ook een onderdeel van de familie) om de grote potten op de binnenplaats. Daar worden gaarkeukenhoeveelheden rijst en ugali – de maispuree die in Tanzania het nationale dagelijkse voedsel is; smaakt nergens naar - klaargemaakt. Altijd weer de bonen en de spinazie erbij. En een pannen met onbestemde stukken vlees. Eten wat de pot schaft. Na een tijdje merk je dat die dagelijkse behoefte aan ‘lekker eten’, dat luxegedoe van thuis, heel relatief is. We leven niet om te eten! En dan is het goed.

Normaliter is het niet zo heel druk met vrijwilligers. Er zijn er altijd wel een stuk of 5 of zo, maar meest zijn het langdurige verblijven, vaak ook meer dan een half jaar. Op dit moment ook een paar die er al meer dan een jaar zitten en/of nog een jaar zullen blijven. Ze leren de taal, gaan zich er thuis voelen, worden echt part of the family. Maar er waren nu juist ook een paar grote groepen Canadezen en Ieren. Studenten van tussen de 22 en 24 jaar. Ze kwamen ook als groepen, met een vooraf goed afgestemde opdracht voor de vervulling van hun tijd hier. Sommigen richten zich vooral op de kinderen hier; anderen zijn druk bezig met de community development projecten, die The Olive Branch op poten heeft gezet. Aan ‘zomaar-vrijwilligers’ hebben ze hier niet zo veel. Het moet wel echt de juiste toegevoegde waarde hebben.
Ik had Deborah vooraf wel gevraagd, wat het mij zou kosten om hier een tijdje vrijwilligerswerk te doen. In een mailtje kreeg ik te horen, dat het dan om de vergoeding voor verblijf en eten zou gaan: ongeveer 10 dollar per dag. Schijntje dus. Toen ik een paar dagen geleden vroeg om een soort van ‘afrekening’, vertelde ze me (maar dat mag ik natuurlijk niet zomaar veralgemeniseren): “Niko, bepaal alsjeblieft zélf wat je wilt geven. En als je iets specifieks weet, waaraan je wilt dat ik het besteed, dan doe ik dat. Al je geld zal sowieso gebruikt worden voor onze projecten.”

Een paar weken voorafgaand aan mijn komst kreeg ik een mail van Deborah, waarin ze me vertelde, dat ze een mooi project voor me had. The Olive Branch heeft sinds een tijdje een ‘Food Support Program’ draaien, gesponsord door een rotaryclub in Canada. Deze club heeft 5000 dollar gesponsord, voor een jaar. Deborah zou graag wensen, dat deze club dit structureel gaat doen en daarom heeft ze bedacht, dat het goed zou kunnen werken, als ik verhalen schrijf, in woord en in beeld (foto, film) over de mensen die in dit voedselhulpprogramma zitten. Dat zijn er nu zo’n 50. Deze mensen krijgen maandelijks 5 kilo bonen, 10 kilo mais, 5 eieren en een groot stuk zeep. Je zou zeggen: help, daar kan geen mens van leven! Ik ben er achter gekomen, dat er heel wat mensen in dit voedselprogramma zitten, voor wie dit geen additionele bijdrage is, doch de basis voor hun bestaan. Deborah introduceerde Bahati bij me. Hij is mijn vertaler (nog een onderdeel van de familie: de begeleiders en vertalers; jongens die opleidingen volgen en hier hun ‘intership’ doen; er is een gezellige slaap-/woonkamer voor ze aan de andere kant van het terrein) en we gaan acht dagen lang samen op pad. De mensen die we interviewen wonen in de dorpjes op de plains: de uitgestrekte zanderige vlakte met aan de noord- en aan de zuidkant in de verte uitgestrekte bergketens. De dorpjes zijn volgebouwd, zonder enige structuur, met ‘mud houses’. Lemen hutjes. Aangesmeerde en verdroogde modder. Alles is beige van kleur. De bodem, de huisjes en de mensen nemen als vanzelf ook die kleur aan. De huisjes zijn ‘leeg’. Er worden wat houten krukjes aangesleept als ik verwelkomd wordt. Zelf bivakkeren ze doorgaans ook gewoon op de grond. Er staan wat emmertjes en pannetjes; er ligt wat brandhout. Er hangt een dikke rook in het huisje, want er staat wat te pruttelen in het pannetje, rustend op wat rotsige stenen. Verder wat rommel en that’s it. De keren dat ik het stukje doek even wegtrok om het ‘slaapkamertje’ te zien, bleek dat meestentijds ook letterlijk ‘niets’ op te leveren: een leeg donker bedompt kamertje. Men slaapt op de grond.
Oude mensjes met getekende gezichten. Jochies met verlopen en gescheurde shirtjes met Messi en Van Persie op de rug.

In de acht dagen dat we op pad zijn, regelmatig ook 20 kilometer op een fietsbarrel het stoffige veld in, heb ik 35 interviews gedaan. Bijna zonder uitzondering waren het hartverscheurende verhalen. ‘Hoeveel kinderen heeft u gekregen?’ Ze slaan aan het rekenen (hun eigen leeftijd weten ze bijna nooit) en komen dan uit bij gemiddeld zo’n 7 kinderen. Maar gemiddeld leven er dan nog één of twee. Zoiets. Al die dode kinderen; die verloren gegane anderhalve generatie. Al die aids-slachtoffers! Ongelooflijk. Kleinkinderen hebben ze dus veel méér. Daar zorgen ze voor. Hun verweesde kleinkinderen.
Daarnaast nog een boel specifieke andere situaties van armoede, handicaps, totale lethargie, honger, gebroken families, etc. etc. Ik ga ver bij het maken van foto’s. Probeer alle terughoudendheid af te schudden. Het lijkt soms wel voyeuristisch. Maar ik denk dat het moet, ik denk dat het goed is. En Deborah zegt mij ook: joh, een foto zegt meer dan 1000 woorden en het gáát hier ook om ellende. Waar ik erg blij om ben, dat is dat ze me een geweldige fotograaf vindt. Maar ook mijn verhalen zijn goed. Ik voel zelf ook wel aan, dat mijn bijdrage hier iets goeds is en dat ik dit beter kan brengen dan één van die ‘youngsters’. Jawel, ik ben gewéldig blij met dit project, ik ga er totaal in op en schakel elk thuisaangeleerd ervaringsinterpretatiekader volledig uit. Dit is niet iets met plus en min, met mooi en lelijk, dit is een ondeelbare en niet stil te zetten stroom van gevoelens en indrukken.

Uiteindelijk had ik na twee weken een rapport klaar, natuurlijk ook vol met foto’s, alles bij elkaar meer dan 80 pagina’s. Ik ben zelden in mijn leven zélf zo blij geweest met iets wat ik zelf heb gemaakt. Blij ook om het aan anderen te tonen. Trots dus. En dat in maar twee weken. Gisteren was mijn afscheid en heb ik een mooie speech gekregen. En hebben 20 kinderen voor me gedanst en gezongen. Ik hield het natuurlijk niet droog.

The Olive Branch for Children richt zich niet alleen op kinderen. Dit voedselhulpprogramma is er gewoon voor de allerallermeest achtergestelden. De mensen voor wie eigenlijk niks anders meer te doen is, dan te proberen ze finaal nog een béétje comfort te geven. Maar de oma van Doris krijgt het voedsel voor Doris, die 15 jaar is, verschrikkelijk hard werkt om de allerbeste eindresultaten te halen op haar primary school. Zelfs in de vakantie gaat ze naar school om extra te oefenen. Ze wil zó graag naar secondary school! Ah, daar mag mijn geld naartoe, Deborah!

Een stuk of 20 zogenaamde Home Based Care-providers (HBC) zijn bij The Olive Branch in dienst. Zij vertegenwoordigen allemaal een dorp of een subdorp (ja, dat heet ook echt zo, is één van de bestuurslagen in dit land). Zíj zijn de mensen, die de brug moeten slaan. De vrijwilligers zijn er dan ook met name op gericht, de voorlichting aan deze mensen te brengen. Voorlichting over seksuele hygiëne, of condoomgebruik, over voedselhygiëne, of het op de juiste en structurele manier gebruiken van de HIV-remmers, voorlichting over drankmisbruik door de pikipiki-chauffeurs (brommer-taxi’s), etc. Deze HBC spreken geen Engels, zijn wel ‘community leaders’ in hun eigen dorp. Zij moeten die rol echt goed oppakken, maar zijn daartoe vaak ook nog totaal niet goed geëquipeerd. Dat vraagt om ervaring, daadkracht, maar ook om mentaliteitsveranderingen. Of, in ieder geval: het veel beter begrijpen van elkaar. Deborah heeft me ook expliciet gevraagd, daarmee rekening te houden bij het formuleren van adviezen naar aanleiding van de interviews. Vaak, zo heb ik ook zelf kunnen zien, krijgen ze wel voedsel, en dat is helemaal goed, maar is eigenlijk ándere hulp veel belangrijker. Daar moeten de HBC-mensen ook oog voor krijgen. De wegrottende rolstoelen, die ik in verschillende modderhuisjes tegenkwam: probeer ze te laten repareren, want misschien heeft iemand ánders er wat aan! Het is regelmatig onthutsend om te zien, dat het de mensen zelf aan oplossingsgerichtheid ontbreekt. Dat is dan weer die merkwaardige, fascinerende lelijke spiegel, die je jezelf per ongeluk dan weer voorhoudt. Die post-koloniaal die zonodig toch weer even wakkergeschud wordt in me.

The Olive Branch for Children is voor de volle 100% puur en echt. Er is niks opgekalefaterd aan, het probeert aan te sluiten bij de noden die er zijn. Er is ook niks ‘heiligs’ of patroniserends aan, het biedt ruimte aan alle gedachten en focust op nogal intense wijze op geluk en plezier. Er is ook niks belerends, iedereen kan en mag er zijn wie hij is en wil zijn. Dat geldt ook voor de kinderen, met wie Deborah ’s avonds in de grote ontmoetingsruimte samen yoga doet, op R&B of op Afrikaanse muziek danst, voordrachten, debatten en seminars organiseert, etc. etc. “Luister, kinderen, jullie zijn de erfgenamen van The Olive Branch. Jullie gaan de community leaders van de toekomst in dit land worden. Het zijn jullie ooms en tantes, jullie broers en zusters, jullie stamgenoten, voor wie jullie dit allemaal kunnen doen.”

Deborah heeft de juiste manier gevonden, tevens, om haar eigen achtergrond dienstbaar te maken aan haar ongelooflijke project. In het bestuur van de charity voor The Olive Branch in Canada zitten ook haar moeder en zus. Ze heeft een prachtig netwerk in Canada, maar ook in Ierland en in Duitsland, waar mensen structurele sponsorships aan The Olive Branch organiseren, of waarvandaan groepen vrijwilligers komen. Eens per jaar is ze een maand op pad om speeches te houden in Amerika en Europa. Bij elkaar draait The Olive Branch op zo’n 250.000 dollar per jaar. In Nederland goed voor de jaarlijkse (para)medische zorg van een paar hulpbehoeftigen (houd mij ten goede: het is gewéldig dat dat in Nederland kan!), hier in Uyole draait er een hele minimaatschappij op. The Olive Branch leidt, opvoedend en scholend en liefdevol, minstens 50 kinderen op tot de allerbeste vertegenwoordigers voor de ontwikkeling van het land en organiseert ontwikkelings- en ondersteuningsprogramma’s voor mensen in een gebied van 80 bij 40 kilometer, waar zo’n beetje de armste mensen van het land wonen.

Natuurlijk kom ik hier volgend jaar of het jaar daarna weer terug. Ik wil ook zien hoe het verder gaat. En als er dan weer zo’n prachtig project is voor mij om een bijdrage aan te leveren, dan zou dat geweldig zijn.

Niko Winkel, 9 juli 2015

MamboViewPoint - Verslag van een correcte vrijwilliger

MamboViewPoint – 20 mei 2015 – 17 juni 2015

Iedere morgen wakker kort na zonsopkomst. De dagen voor de mensen hier duren ook echt van zonsopkomst tot zonsondergang. Zo tellen ze ook de tijd: zeven uur ’s morgens heet het eerste uur van de dag: ‘saa moja kamili’. De nacht vált ook echt, hier: binnen een half uurtje is het hartstikke donker. Tenzij de maan vol is, dan kun je er bijkans bij lezen. En duizenden sterren prikken gaatjes in een eindeloos zwart plafond. Loop je dan over de top van de berg, waar het vrijwilligershuisje staat, dan waan je je in een stil en gigantisch theater. Hoewel? Je hoort áltijd wel wat; de geluiden dragen kilometers ver door de dalen. Een koe, een haan. En op gezette tijden van her en der de muezzins, galmend door hun luidsprekers. Maar het meest nog hoor je, overdag dan, de kinderen. Er zijn er zóveel hier! In het dorp Mambo wonen 5000 mensen en er zitten er 2000 op de basisschool.

Mambo ligt een kleine 2 kilometer afdalen in het dal. Er rijden pikipiki’s rond. Die brengen je voor een prikkie (althans: naar ónze maatstaven) van dorp naar dorp (of van MamboViewPoint naar dorp), maar veruit de meeste mensen lopen hier. Lopen eindeloos. De studenten die de afgelopen maand de door mij zelf opgezette Word- en Excel-lesjes hebben gevolgd, hadden daar anderhalf uur lopen heen en ook weer anderhalf uur terug voor over. Ally en Josef zijn de gidsen bij MamboViewPoint. Ze wonen in Mtae, het dorpje dat je hiervandaan over de volgende bergkam uitgestrekt ziet liggen, en lopen alle dagen. Ook als er geen werk voor ze is. Ook dat is minstens een uur afstand. Maar loop je de prachtige wandelingen langs de klif, naar de grotten of door het regenwoud met ze, dan is het toch net alsof ze geen weerstand tegenkomen, zo lichtvoetig. Alle mannen zijn hier zo rank Twiggy in haar beste jaren. Ook veel vrouwen trouwens, al geeft het voor vrouwen juist weer status, niet al te slank te zijn.
Maar ja, het is hier in de bergen ook werken, werken, werken. Ik heb me laten vertellen, dat ze hier ook nóg harder werken dan vroeger. En dat MamboViewPoint daar zelfs een beetje de hand in heeft.

Herman en Marion, het MamboViewPoint-echtpaar, vertrokken zes jaar geleden uit Lienden om de rest van hun leven hier te leven ván de opbrengst van hun te bouwen lodge en te leven vóór het op duurzame wijze helpen van de mensen hier om een gezonder leven met iets meer welvaart op te bouwen. Dat is geen hoogmoed: de mensen zijn, grosso modo, straatarm en daar zitten enige min of meer nodeloze kanten aan, want het is een prachtig vruchtbaar land. Geef je de koeien iets meer van de juiste aandacht en medicamenten, dan heb je veel meer melk. Geef je de dames, die hier traditioneel de moeders helpen bij bevallingen, een beetje opleiding, alleen al in hygiëne, dan redt dat levens. De kindersterfte is héél hoog. Zorg je dat ze een rookloos kacheltje in hun lemen hut gebruiken, dan zitten ze ineens niet meer de hele dag in verstikkende rook in hun aardedonkere kamertje, waar ook de babies liggen te slapen. Je hoort ze wel, maar je ziet ze niet. Door de zware mist in huis. Longziekten zijn dan ook nummer één hier.

Ook de watervoorziening mag niet onvermeld blijven. MamboViewPoint organiseert het graven van putten en het aanleggen van de Blauwe Pompen van Fairwater. Die pompen gaan dertig jaar mee en het is geen kwestie van installeren en wegwezen: MamboViewPoint onderhoudt ze en zorgt dat het niet ‘gratis’ is voor de mensen hier. Dat zou de dood in de pot zijn: het ‘big issue’ in de hele derde wereld met veel ontwikkelingshulp.

Waar mijn eigen inzet op gericht was, dat was weer heel wat anders. Natuurlijk, het was een participerende observatie. Mijn eigen project is immers: Tanzania leren kennen vanuit de goéde ontwikkelingsprojecten, waarbij ook gebruik gemaakt wordt van internationale vrijwilligers. Ik ben geen verpleegkundige, geen landbouwdeskundige, geen techneut, geen sociaal werker. Maar ja, de meeste internationale vrijwilligers zijn dat ook niet. Sterker nog: die zijn 20 jaar oud en (sorry, youngsters), die hebben nog geen énkele expertise die normaal gesproken rechtvaardigt dat je hier de mensen wat komt leren. Voor mij een voordeel, op zich: kan ik me blijvend de wetenschap, dat 90% van het vrijwilligerswerkpotentieel heel veel- en goedwillend is, doch min of meer ongekwalificeerd, blijven realiseren. Want mijn expertise is ook niet écht van het toepassingsniveau als dat van een arts, verpleegkundige.

Mijn productiviteit in vier weken: het ontwikkelen en inrichten van de bibliotheek met zo’n 250 titels. Ze zitten nu in de computer en ik heb er een systeempje (software) voor gebouwd, met behulp waarvan Hoza, de manager van Jamiisawa, het hele beheer- en leenproces kan bijhouden. Hoza is er heel blij mee.
Daarnaast heb ik een uitgebreide Powerpoint-presentatie gemaakt ten behoeve van een instructieles Word voor beginners. En ook zo eentje voor Excel. Henrish is hier bij Jamiisawa in dienst om studenten te helpen. In het klaslokaaltje van Jamiisawa staan vijf computers op een rij. Vier daarvan zijn kleine tablets en daarnaast zijn er twee grote laptops met een Spaans toetsenbord. Ik weet nu ook de werkelijke symbolen, waar de toetsen naar iets anders wijzen. Dus achter de toets met dat vraagteken op z’n kop, daar zit in werkelijkheid ‘)’. Raphael, een gepensioneerde Spaanse leraar, is hier al meerdere keren geweest. Hij leerde de kinderen op de basisschool beter Engels. En hij liet ook een paar oude laptop’s achter. Ook die van Hoza is Spaans en hem heb ik ook uitgebreid Word en Excel bij zitten brengen.
Een ander projectje van Hoza is het kopiëren. Regelmatig hebben de mensen hier ergens een kopietje van nodig. Een identiteitsbewijs, een contractje, whatever. Dan komen ze de berg op lopen om hier van het enige kopieerapparaat in de omtrek gebruik te maken. Daar betalen ze dan 300 shillingen per kopie voor (die natuurlijk ook weer het ‘community fund’ in gaan, al weten de mensen dat zelf verder niet). In een Excel-sheet houdt hij het bij. Ik heb daar even wat formules in gezet en daarna de sheet beveiligd. Nu hoeft hij alleen maar bij te houden, wanneer, aan wie en hoeveel kopietjes hij maakt en alles wordt bijgehouden. Hij had al heel wat telfouten gemaakt, dus de kas klopte ook veelal niet.

De computers hier zijn de enige computers in de wijde omtrek. Twee van de studenten, die elke middag bij ons komen binnenwandelen, zijn leraren op de basisschool van Kwentiindi, een dorpje een viertal bergen en dalen verderop. Zij hangen aan mijn lippen als ik, in hun ogen, “tover” met de computer. Vooral met Excel is dat ongelooflijk leuk en betrap ik mezelf er ook op, dat ik er mee aan het ‘spelen’ ben: “kijk eens, als je dit dan gedaan hebt, en je klikt op die toets….” en dan de schrik in hun verwonderde ogen, als ze zien dat álle data mee veranderen.
Deze jongens zijn onderwijzer, hun Engels is heel matig, hoewel ze zelf ook Engels geven op school. De andere studenten zitten op de secondary school en zijn tussen de 15 en 19 (maar leeftijd schatten hier is erg lastig; ik dacht in het begin ook dat de twee leraren leerlingen waren). Hun Engels is nog wat matiger. Ze krijgen echter iets als “ik snap het nog niet, wil je het nog een keertje uitleggen” niet over hun lippen. Ze zeggen alleen maar ‘yes’. Heb je het begrepen? Yes. Heb je het niet begrepen? Yes. Als Henrish – eigenlijk ben ik natuurlijk de teacher’s teacher geweest – zelf les geeft, dan staat hij als een professor achter de gebogen ruggen van de studenten, turende op hun miniscule tabletbeeldschermpjes, en klinkt het alsof hij heer en meester is over studenten en stof. Maar dat is maar schijn: Henrish weet ook nog héél weinig. En hoezeer ik ‘m ook heb uiteengezet (ook als onderdeel van het lesje), dat je in Word-documenten geen ruimte moet creëren met de spatietoets (‘Henrish, spaties zijn onzichtbare duivels! Ze schuiven al je tekst over de rand als je iets verandert’) , hij blijft het gewoon doen. Herhalen, herhalen, herhalen, zegt Marion weer. Ik ben ook net zo: zij moet het bij mij weer herhalen en herhalen. Nou, Marion, het is geland hoor. Het ontwikkelen gaat hier van ‘au’ en het gaat stapje voor stapje. Alle verhalen van Herman en Marion, over alle projecten en ontwikkelingen in vijf jaar, tekenen het: duurzame ontwikkeling, het gaat langzaam. Maar het is duurzaam. Het beklijft. Er is veel ontwikkeling hier.

Daarnaast had ik nóg een project. In Excel ben ik aan het bouwen geweest aan een administratief beheersysteem voor de Jamiisawaa-stichting, waar nu zo’n 11 mensen, sommigen vast, sommigen op projectbasis, voor aan het werk zijn. Dit systeem kan hopelijk voor Herman een goeie opzet zijn om op voort te bouwen. Dit was dus ‘secundair werk’: werk ten dienste van de stichting, maar zónder dat ik direct met de locals in de weer was. Jawel: boven op de Mambo-berg een paar weken gewoon een kantoorbaan. Ook dát kan! Het heeft wel iets surrealistisch.

Alles wat ik tot dusver heb opgeschreven, beslaat ongeveer de helft van mijn wakkere uren bij MamboViewPoint en de vanuit MamboViewPoint opgerichte Jamiisawa-foundation. MamboViewPoint is de ‘onderneming’, waaruit evenwel heel veel funding van de community-projecten komt. Jamiisawa is de stichting, met locals in het bestuur, en is dan ook niet onderworpen aan ondernemingsbelastingen.
De andere helft van de uren is er ruimte genoeg om de omgeving te leren kennen. Je kunt fantastische ‘hikes’ maken door de bergen, samen met één van de gidsen van MamboViewPoint. Voor vrijwilligers zijn deze halve of hele dagtochten ook helemaal zonder kosten. Ik heb ook drie weken lang iedere ochtend een uurtje Swahili-les gehad van Josef.
En in de verschillende dorpjes zijn op verschillende dagen ongelooflijk kleurrijke markten. Meerdere keren ben ik mee geweest met Hoza of anderen voor een bezoek aan een school. Zo werden er instructieve schoolplaten bezorgd bij scholen. Deze waren gemaakt door Makanyaga, die als kunstschilder in dienst is bij Jamiisawa en ook meewerkt aan het ‘drop-in’-project, dat kinderen die om wat voor reden dan ook uit het schoolsysteem zijn ge’dropt’, opvangt. Makanyaga heeft op de lange wand in mijn kamer in het vrijwilligershuisje een hele grote schildering gemaakt van mijn eigen gezin, aan de hand van foto’s, maar gesitueerd in het Kilimanjaro-landschap. Makanyaga maakt dus ook deze schoolplaten. Gijs, uit Alphen aan den rijn, heeft hier een kindercircus opgezet. In het weekend crossen de kinderen op éénwielers de berg af.

MamboViewPoint laat gasten ook zien, waar ze allemaal aan mee kunnen werken. Zo kun je een paar bomen planten. Het is zinvol om de bomenstand hier weer terug te brengen naar ‘vroeger’: de watervretende uitheemse Eucalyptussen en ander bomen, ze moeten eigenlijk goeddeels weer vervangen worden door inheemse boomsoorten. En je kunt dus ook zo’n schoolplaat sponsoren. Word je ‘Friend of Mambo’ dan zit je in het systeem; er zijn meer mooie projecten, die je kunt steunen. Dat is erg ‘belonend’: hier komt álles aan op de juiste plaats. Gedurende mijn periode was ik de enige vrijwilliger bij MamboViewPoint. Het was ook een relatief stille tijd. Weinig toeristen. Zo nu en dan kwamen er ‘overlanders’ aanwaaien, heel Afrika doortrekkend in een jeep. Als er toeristen waren, dan was het direct ook een stuk levendiger. Ik zat hier gewoon domweg in ‘hartje winter’. Ook voor wat betreft het weer was dat te merken: ik liep de meeste tijd met een sweater aan. En ’s nachts valt de temperatuur naar beneden naar zo’n graad of tien. De Kilimanjaro, 160 km verderop, kun je hier bij helder weer vanaf de bergtop zien, maar ik had pech: heb ‘m niet één keer kunnen zien. Maar ach, het is slechts het slagroompuntje op de taart: iedere morgen nam ik het diepe dal weer in me op, met de dorpjes in de vlakte 1300 meter lager, de Pare-mountains aan de ‘overkant’ en de Mtae-bergkam in het oosten. In het westen zie je zelfs in de verte de highway van Dar naar Arusha. Het blijft adembenemend mooi.

In juli komt er een Poolse creatieve landbouwdeskundige, komen er een paar vroedvrouwen en een onderwijzeres uit Nederland en komt er een groep studenten uit Amerika. Ook het toeristenseizoen staat net weer op het punt van beginnen. Marion en Herman hebben best veel last gehad van de Ebola-epidemie (te zot voor woorden, want West-Afrika is heeeel ver weg), maar ze draaien goed met hun sociale onderneming en hun community-projecten. Marion was nét, voor het eerst in zes jaar, een maandje naar Nederland geweest. De culture shock was immens: ze is blij dat ze weer terug is en kon er maar moeilijk over uit, hoe ‘aangeharkt’ Nederland is: ‘ik zou daar niet meer kunnen wonen’.

Ik ben dankbaar dat ik een maand heb mogen verkeren op de berg bij MamboViewPoint. Dat klinkt een beetje stichtelijk, maar ik meen het ook zo. Ik beschouw het als een voorrecht, deze maand aan het rijtje piekervaringen in mijn leven toe te kunnen mogen voegen.

Nu kan ik dit verhaal praktisch gaan vertalen naar mijn eigen project: GoTanzania!. Want daar ging ’t me om: ‘spread the word’ over de échte ontwikkelingsprojecten, die ook werken met vrijwilligers, in Tanzania. Dit was een prachtige start voor mij.

www.mamboviewpoint.org
www.jamiisawa.org

Niko Winkel, 19 juni 2015

Reinier Vriend: 'De schimmige financiën van vrijwilligerswerk'

Vraag een vrijwilligersorganisatie om een overzicht van hun financiën, en je krijgt gemompel of misinformatie. Reinier Vriend van stichting Volunteer Correct duikt in de schimmige wereld van projectdonaties en winstmarges en vraagt: wie durft er open kaart te spelen?
Lees de gehele column op de website van OneWorld.

Vrijwilligerswerk in de media: dit zijn de kritieken

[12 april 2015]
Vrijwilligerswerk krijgt het er in de media stevig van langs, maar wat is er eigenlijk allemaal mis? Reinier Vriend van Volunteer Correct zet vijf veelgehoorde kritieken op een rijtje.
Nadat KRO, NOS en RTL op de sensationele manier die televisie eigen is problemen in de vrijwilligersindustrie signaleerden, buitelen nu ook de dagbladen als Trouw, NRC-Next en de Volkskrant over elkaar heen om de vrijwilligersboot maar niet te missen. Het meest recente voorbeeld daarvan was VK's paasspecial over vrijwilligerswerk in Afrika.
Lees het hele artikel op de website van OneWorld. 

Zen en de kunst van het vrijwilligerswerk

[3 april 2015]
Het onderscheid tussen vrijwilligers en professionals is onzinnig. Professor ‘vrijwilligerswerk’ Lucas Meijs zet de discussie over vrijwilligers in ontwikkelingssamenwerking graag op scherp. “Ik ga heel ver in het recht van de civil society om zijn eigen dingen te doen.” 
In een artikel in My World Magazine vertelt Meijs hoe hij tegen het verschil tussen vrijwilligers en professionals aankijkt. Zonder de aandacht voor de kwaliteit van vrijwilligerswerk te verliezen, schetst hij een vrijere blik op de wijze waarop vrijwilligerswerk beschouwd mag worden. Hij komt daarbij aan met het beroemde boek 'Zen en de kunst van het motoronderhoud': “Ik ben het helemaal met ze eens als het gaat om motoronderhoud. Maar ik ben het volstrekt met ze oneens als het gaat om zen. (...) Denk je bij motorrijden aan motoronderhoud? Dan mag je ervan uitgaan dat grote clubs met hun systemen en keurmerken dat beter op orde hebben. Maar denk je bij motorrijden aan zen, dan zou kwaliteit weleens veel subjectiever kunnen zijn.” 
Lees het hele interview op de website van MyWorld. (Wel even inloggen!)

Vrijwilligerswerk in Cambodja onderzocht

[20 januari 2015]
Joni Verstraete deed onderzoek in Cambodja naar de gevolgen van ”weeshuis toerisme” op kinderhuizen en schreef haar scriptie voor de Leeds Metropolitan University hierover. Ze formuleerde aanbevelingen voor de kinderhuizen, vrijwilligers en betrokken organisaties. Ook keek ze naar waar het fenomeen ”weeshuis toerisme” vandaan komt.

Via interviews met managers, eigenaars en vrijwilligerscoördinatoren van kinderhuizen in Cambodja is gekeken naar hun visie op de sociaal-economische gevolgen en de positieve en negatieve gevolgen van ”weeshuis toerisme”. Met name de ideeën van de ontvangende organisaties kregen de nadruk in het onderzoek. 

Lees verder in het uitgebreide artikel over deze scriptie op de website van Better Care Network. 

"Vrijwillig belazerd" - een praktijkvoorbeeld

[19 januari 2015]
In Trouw van zaterdag 17 januari stond een zeer uitgebreid artikel over de ervaring van een vrijwilliger in Birma. Ze heeft daar een paar maanden gewerkt op een school. "Het klinkt idyllisch, vrijwilligerswerk in een ontwikkelingsland. En prima dat je ervoor moet betalen; het komt immers goed terecht. Tot je het gevoel krijgt dat je in de val van de vrijwilligersindustrie bent gelopen."

Ze beschrijft haar ervaringen nauwgezet. En, jawel, je valt van je stoel van verontwaardiging. Het project klopt niet, de organisatie klopt niet, de begeleiding klopt niet. En er is niet of nauwelijks sprake van wat voor verantwoording dan ook. 

In het artikel wordt gelukkig nog wel vermeld, dat het niet de bedoeling is om alle vrijwilligerswerk maar aan de schandpaal te nagelen. "Ik denk nog steeds dat je nuttig werk kunt verrichten in een ontwikkelingsland. Maar je moet wel uitkijken met wie je in zee gaat. Soms denk ik: waarom ben ik geen vrijwilligerswerk gaan doen in een achterstandsbuurt in mijn eigen stad?"

Het artikel, met als titel 'Vrijwillig belazerd', is te bestellen op de website van Trouw. En je kunt het ook voor een prikkie aanschaffen via Blendle

 

GoTanzania onderzoek: uitzendbureaus veel duurder

[12 november 2014]
GoTanzania heeft meer dan 150 organisaties verzameld, die alle vrijwilligerswerk aanbieden in Tanzania. Deze aanbieders variëren van mini-NGO's, initiatieven van een particulier in Tanzania, tot grote internationaal opererende reisbureaus. GoTanzania heeft een typologie van deze aanbiedende organisaties gecreëerd. Ten eerste zijn er de organisaties, die zélf het werk op hun eigen locatie aanbieden (scholen, kindertehuizen, ziekenhuizen etc.). Daarna zijn er de organisaties, die lokaal vrijwilligerswerk in projectsetting aanbieden.

Eén niveau verder zijn er bemiddelingsorganisaties, met soms ook eigen projecten, maar met globale informatie op internet. Tot slot zijn er de grote internationale "vrijwilligerswerk-uitzendbureaus".
Zo is er een schaalmodel gecreëerd, van klein- naar grootschalig, van 'zo dicht mogelijk bij de oorsprong' tot 'een supermarkt van vrijwilligerswerk'. In de praktijk lopen veel andere schalen hiermee parallel. Zoals van individueel naar collectief, van authentiek tot geconstrueerd, van sober naar avontuur-gericht, maar dan zonder dat deze avontuur-kosten zijn ingecalculeerd. Juist dit laatstgenoemde aspect is het meest van toepassing op deze schaalverdeling: van goedkoop naar duur. 

Het vergelijkend perspectief toont aan, dat deze laatste groepen, die door veruit de meeste vrijwilligers worden gebruikt, significant duurder zijn dan de andere groepen. Onderstaande grafiek laat de resultaten van het door GoTanzania zelf uitgevoerde onderzoek aan.  

Het onderzoek wijst uit, dat wanneer je een vrijwilligersreis van 2 maanden maakt en je arrangeert deze reis rechtstreeks met de organisatie, waar je je werk ook gaat doen, je rekening moet houden met ongeveer €1000.
Indien je een vrijwilligersproject aangaat bij één van de grote internationale vrijwilligers-uitzendbureaus, dan lopen de kosten al gauw op tot €2400. 
Let wel: het gaat in beide gevallen alleen om kost en inwoning. 

Soms is er sprake van een 'financiële bijdrage' aan het project in kwestie, maar die mag nooit inhouden, dat het doen van vrijwilligerswerk significant duurder wordt. 

De conclusie is: grote uitzendbureau brengen veel meer kosten in rekening. Kosten, die je als vrijwilliger niét of nauwelijks terugziet in de geleverde diensten. 
(Wordt vervolgd)

Volunteer Correct gaat naar Kaapstad

[7 november 2014]
In september heeft de stichting Volunteer Correct zich online gepresenteerd. Volunteer Correct stelt zich ten doel transparantie en accountability in internationaal vrijwilligerswerk te bevorderen. De oprichters zijn bezorgd over de kwaliteit en effectiviteit van vrijwilligerswerk en willen streven naar een klimaat waarin vrijwilligersorganisaties verantwoordelijk gehouden kunnen worden voor hun aanpak en worden aangemoedigd te reflecteren op de effectiviteit van hun programma’s.
Tegelijkertijd moedigt Volunteer Correct vrijwilligers aan hun verantwoordelijkheid te nemen om goed geïnformeerd deel te nemen. 

Volunteer Correct maakt direct haar intenties praktijkgericht met 'Project Kaapstad'. Dit media- en onderzoeksproject beoogt een bijdrage te leveren aan het transparant maken van een waardevol vrijwilligersproject in Kaapstad. In februari vertrekt een vrijwilligersteam van Volunteer Correct naar Kaapstad voor een 18-daagse projectreis. Het eindresultaat wordt een uitgebreide documentairefilm.